Hordes uit het Oosten

woensdag 28 april 2004 19:46

De lezing met deze titel werd door Hans Blokland uitgesproken tijdens een debatavond op 28 april 2004 in Utrecht, waar hij de strijd aanbond met kandidaten van diverse andere partijen. Hieronder treft u de integrale tekst van de bijdrage aan.

"Hordes uit het Oosten"

inleiding op het debat door Hans Blokland
lijsttrekker van ChristenUnie en SGP

Dames en heren,

Aanstaande zaterdag is een historische dag. Eigenlijk wordt het een dubbel historische dag, want naast de opheffing van de oude scheiding tussen West en Oost-Europa zal ook de scheiding tussen gereformeerden, hervormden en luthersen vanaf die dag verleden tijd zijn.

Maar goed, ook al bent u vandaag in een lutherse kerk, toch neem ik aan dat u naar deze avond gekomen bent om meer te horen over Europa en de Europese verkiezingen en niet om nog voor de laatste keer een lutherse kerk van binnen te zien.

De organisatoren hebben dit onderdeel van het debat de werktitel "hordes uit het Oosten" meegegeven. In goed gereformeerde traditie, dat kan nu nog, wil ik daar graag drie punten van bespreken. Ten eerste over de toetreding van de nieuwe lidstaten, als tweede punt de mogelijke problemen voor de Unie – de hordes, om het zo uit te drukken – en als laatste wil ik het hebben over de verdere oostwaartse uitbreiding.

Wat betreft de aanstaande toetreding kan ik alleen maar zeggen dat ik die van harte ondersteun. In ons partijprogramma stond en staat al jaren dat de scheiding tussen aan de ene kant West-Europa en aan de andere kant Midden- en Oost-Europa opgeheven moest worden. Ik ben dan ook bijzonder blij dat we dit mogen meemaken. In feite wordt hiermee de breuk die na de Tweede Wereldoorlog ontstaan is, definitief geheeld.

Wat de toetreding betreft ben ik dus positief gestemd. De inpassing zal natuurlijk niet van de ene op de andere dag gelijk goed gaan, maar aangezien de tien nieuwe leden vanouds altijd midden in Europa hebben gestaan, en dan bedoel ik niet alleen de geografische ligging, heb ik goede hoop dat op termijn die inpassing goed zal lukken.

Waar ik minder positief over ben, en dat is mijn tweede punt, is de houding die de huidige lidstaten zich aanmeten naar de nieuwe landen toe. Begin dit jaar heeft de Tweede Kamer een uitgebreid debat gevoerd over de vraag of werknemers uit de toetredingslanden zich op onze arbeidsmarkt mogen begeven. Uiteindelijk bleek er een meerderheid in de Kamer te bestaan voor een beperking van het aantal werkvergunningen, omdat men bang is voor een verdrukking van de Nederlandse werknemer door hordes werknemers uit het Oosten.

Ik vind dit een buitengewoon kwalijke zaak, we hebben namelijk een interne markt met een vrij verkeer van goederen, diensten én personen! Dat staat gewoon zwart op wit in het Verdrag! Daar komt bij dat nota bene het CPB, ons eigen planbureau, heeft berekend dat we helemaal niet bang hóeven te zijn voor die hordes. Want, zo bleek uit hun onderzoek, slechts enkele duizenden zullen er komen. In het verleden werd die grote volksverhuizing ook verwacht bij de toetreding van Spanje, en wat bleek: er kwamen nauwelijks mensen deze kant op. Dat hoefde ook helemaal niet, want sinds de toetreding tot de EU is het in dat land economisch zo sterk vooruitgegaan dat men nu al jaren arbeidsmigranten Spanje binnenhaalt om de vacatures op te vullen.

Wat dat betreft ben ik dus sterk tegen een beperking van het aantal werkvergunningen voor mensen uit de nieuwe landen. Er is geen bewijs dat er hordes deze kant op komen, we laten een kans liggen om illegale arbeid te bestrijden en we schenden ook nog eens hun vertrouwen in de EU, want laten we niet vergeten dat de Nederlandse regering tot voor kort uitdrukkelijk tegen een beperking van het aantal werkvergunningen was! En nu de publieke opinie omslaat draait ook de Nederlandse regering om als een blad aan de boom. Daarmee staat Nederland er in één klap ook slecht voor bij de toetreders, het geeft een grote schade aan ons imago in die landen.

Wat mij betreft dus geen beperking, want die hordes, dat zullen enkelingen zijn.

Goed, dan het derde punt, over de mogelijke verdere uitbreiding van de Europese Unie. Een hele rij kandidaat-landen heeft zich al gemeld: Turkije, Kroatië, Bulgarije, Roemenië en Macedonië hebben de Europese Commissie al laten weten dat ze ook lid willen worden.

Met Bulgarije en Roemenië wordt inmiddels onderhandeld over toetreding, en ook met Kroatië zal dat wellicht binnenkort gaan gebeuren. Maar goed, u weet ook dat de discussie op dit moment niet zozeer deze landen betreft, maar dat Turkije hierin centraal staat.

Dit land heeft in 1999 officieel de status van kandidaat-lid gekregen, een status waar het al jaren mee bezig was. Een volgende stap zou de start van de toetredingsonderhandelingen kunnen zijn. Later dit jaar moeten de regeringsleiders hierover een besluit nemen, maar uiteindelijk zullen ook de leden van het Europees Parlement hun goed- of afkeuring moeten geven aan het lidmaatschap van Turkije.

Zowel voor- als tegenstanders van het lidmaatschap hebben zich de laatste tijd laten horen. De centrale vraag in dit debat zou moeten zijn: waar houdt de Europese Unie op? Wat is Europa en wat niet? Welke landen vallen daarbinnen en welke niet? We moeten namelijk niet de illusie hebben dat de EU de hele wereld kan omvatten. Maar waar houdt het op?

De lijn van de partijen die ik vertegenwoordig is dat we de Europese Unie zien als een samenwerkingsverband van landen die een aantal dingen met elkaar delen. Economische betrekkingen, milieuproblemen, maar zeker ook een culturele band en een geografisch bepaald gebied.

Voor Turkije gaat die vlieger niet op, het land ligt voor 95 % in Azië, het BNP is zeer laag in vergelijking met de huidige Unie, en het land kent een totaal andere cultuur dan alle huidige lidstaten, óók als we kijken naar de nieuwe leden. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de mogelijke gevolgen die een Turkse toetreding kan hebben voor het functioneren van de Unie. Wat mij betreft maakt de EU daarom aan Turkije duidelijk dat het geen lid van de Unie kan worden. Een associatieakkoord, daar heb ik geen moeite mee, maar ik denk dat een lidmaatschap voor zowel Turkije als voor de EU te grote gevolgen heeft en gezien de onderlinge verschillen niet realistisch is.

Ik hoop dat deze drie punten, mijn positie over de nieuwe lidstaten, over de behandeling van deze nieuwe landen en over de grenzen die ik aan de EU wil stellen, u inzicht heeft gegeven in hoe ik denk over de Europese Unie als verbond van staten. We hoeven niet bang te zijn voor hordes werknemers en we hoeven ook geen hordes voor hen op te werpen, maar we moeten wel duidelijk zijn over waar de Unie haar grenzen heeft. Ik hoop dat ik dat naar u toe duidelijk heb gemaakt en ik zie uit naar uw reacties.

« Terug

Reacties op 'Hordes uit het Oosten'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari