Turkije: deel van Europa?

woensdag 02 juni 2004 11:04

Eén van de punten die in de aanloop van de Europese verkiezingen steeds naar voren komt, is: "wat doen we met Turkije." Kan dit land lid worden van de Europese Unie? Ook ChristenUnie-SGP heeft een duidelijke mening, die in dit artikel wordt verwoord door Hans Blokland.

Turkije doet al jaren mee aan allerlei manifestaties zoals het Europese songfestival en het EK-voetbal. Het ligt dan voor de hand Turkije min of meer als Europees land te gaan beschouwen. Is dat terecht?

Politici lijken het met elkaar eens te zijn over een ontkennend antwoord op de vraag of Turkije de komende jaren zal voldoen aan de toetredingscriteria voor de Europese Unie: mensenrechten, minderheden, markteconomie etc. De meningen lopen echter sterk uiteen over de vraag of we Turkije perspectief moeten bieden op toetreding in de toekomst.
Voorstanders van zo´n toetreding beroepen zich op toezeggingen uit het verleden, op het NAVO-lidmaatschap van Turkije, op geopolitieke argumenten, op de vrees dat Turkije zich anders zal wenden tot de Arabische wereld, op de verwachting dat zonder toetredingsperspectief de mensenrechtenschendingen zullen voortduren, op de inschatting dat de op Europa georiënteerde politieke krachten het onderspit zullen delven.
Tegenstanders van toetreding beroepen zich op het feit dat Turkije voor 95% in Azië ligt, dat het een islamitisch land is, op culturele verschillen, etc. etc. 
Turkije is het enige niet-Europese land dat in aanmerking lijkt te komen voor toelating tot de Europese Unie. Zo is de aanvraag van Marokko door de EU geweigerd, omdat het land niet in Europa lag.

Waarom maakt men voor Turkije een uitzondering?
Sinds Turkije toetrad tot de NAVO en in de koude oorlog een betrouwbaar bondgenoot bleek, heeft de regering van de Verenigde Staten druk uitgeoefend om Turkije toe te laten.

Politiek gezien werd met de nodige strubbelingen Turkije lid van de Raad van Europa. Wel was er nog een tijdelijke schorsing van het lidmaatschap vanwege de mensenrechtensituatie. Tot op heden overigens vertraagt Turkije de uitvoering van besluiten van het Europese hof voor de Rechten van de mens.
En tenslotte werd in 1999 in Kopenhagen door de Europese Raad na een debat van zo´n 2 à 3 minuten besloten Turkije onder een aantal stringente voorwaarden in principe te accepteren als toetredingskandidaat. 
Is het dan niet langzamerhand achterhaald om nu toch de deur voor Turkijes toetreding in het slot te willen gooien?

Voor een afgewogen oordeel is een grondige analyse nodig. Wat zouden we met Turkije in huis halen? 
Turkije is in de jaren twintig van de vorige eeuw door Kemal Atatürk opgebouwd op de puinhopen van het Osmaanse rijk, dat zich uitstrekte van het Arabische schiereiland tot en met Griekenland, Bulgarije en grote delen van het voormalige Joegoslavië.
Dat Osmaanse rijk werd decentraal bestuurd, het was multi-etnisch, multi-religieus en veeltalig. Na het uiteenvallen van dat rijk mede als gevolg van WO I koos Atatürk voor een sterk centralistisch gezag. De staatsfilosofie werd gebaseerd op de fictie dat er in Turkije slechts één volk was, één taal, één godsdienst. 
Daarmee kreeg Turkije een sterk nationalistische staatsstructuur. Nog steeds is het voor Turkije onmogelijk de genocide op de Armeense bevolkingsgroep uit 1915 te erkennen. De Grieks sprekende christenen werden verdreven in de jaren ´20. Koerden werden vervolgd omdat ze Koerdisch spraken. De Alewieten werden vervolgd omdat ze Islamiten zonder moskee waren. Syrisch-orthodoxe christenen werden op de vlucht gejaagd.
De pogingen van de Turkse staat om Turkije etnisch en religieus te zuiveren zijn vrijwel geslaagd. Er leven nu nog 200.000 christenen in Turkije als overblijfsel van de miljoenen in de 19e eeuw. Zij worden tot op heden ernstig gediscrimineerd. Vele tienduizenden asielzoekers hebben in West-Europa de vluchtelingenstatus verkregen ook in Nederland. De gevangenissen herbergen politieke gevangenen.

Soms wordt er nogal hoog opgegeven van het feit dat Turkije een seculiere staat is. In wezen is het zo dat de Turkse staat heerst over de Islam. Zo´n 100.000 ambtenaren, vallend onder het Presidium van Religieuze Aangelegenheden, maken de dienst uit in de moskee. De moskee staat daarmee in dienst van het staatsapparaat en wordt centraal vanuit Ankara aangestuurd. De staat bepaalt ook welke religieuze uitingen in het openbare leven zijn toegelaten. Een hoofddoekje is streng verboden. Van godsdienstvrijheid is beslist geen sprake. De Soennitische islam is nog steeds staatsgodsdienst in Turkije.

In de kemalistische traditie van Turkije heeft ook het leger een speciale plaats. Het leger is de hoeder bij uitstek van deze traditie. Reeds enkele malen gedurende de afgelopen decennia heeft het leger de macht aan zich getrokken met uitschakeling van het parlement. Zelfs kort voor de huidige premier Erdogan de verkiezingen won, werden de politieke leiders gedwongen de koers te varen die het leger voorschreef.
Het is juist dat de machtspositie van het leger recent heeft ingeboet. Dat laat onverlet dat het leger in Turkije niet in dienst staat van de politiek. Het is voor mij ondenkbaar dat een land als lid van de EU aanvaardbaar is met zo´n staatssysteem.

Toegegeven moet worden dat gedurende de laatste jaren onder druk van de EU de wetgeving verbeterd is. Maar de uitvoering van die nieuwe wetten in de praktijk laat nog veel te wensen over. De situatie in de gevangenissen en op de politiebureaus is niet wezenlijk verbeterd. Veel van de verbeteringen lijken slechts het gevolg van druk vanuit de EU en komen kennelijk niet uit innerlijke overtuiging voort. 
Maar, hoor ik dr Sap in de Groen van Prinstererlezing opmerken: door Turkije toe te laten tot onze waardengemeenschap zijn we in staat Turkije te kerstenen en onze waarden ingang te doen vinden. Dat lijkt iets sympathieks te hebben. We maken hen deelgenoot van onze waarden, die omdat ze superieur zijn ook dominant zullen worden in de Turkse cultuur. Als dat mogelijk zou zijn, hoe komt het dan dat onder de miljoenen Turken die in West-Europa verblijven hier zo weinig van te merken is? Eigenlijk vraagt Sap Turkije om de eigen identiteit op te geven en hoopt dat toelating tot de EU daartoe een middel is.

Natuurlijk hoop ik ook dat Turkije zijn monolytische nationalistische staatsstructuur opgeeft en een moderne democratische rechtsstaat wordt. Maar het instrument toelating tot de EU gebruiken om op termijn zo´n radicale omwenteling te bewerkstelligen grenst aan naïviteit. Het is ook een oneigenlijk middel. In feite probeert Sap de Turkse ziel te kopen door welvaart in het vooruitzicht te stellen. Als Turkije werkelijk gaat voldoen aan alle toelatingscriteria, is het dan nog wel Turkije?
Als er niet zoveel structureel verkeerd was in Turkije zou ik me er wellicht niet zo druk over hebben gemaakt. Dan zou ik hebben volstaan met mijn constatering dat Turkije een Aziatisch land is en geen Europees land. Bij Marokko bleek dat een doorslaggevend argument! Als men stringent vasthoudt aan de toelatingscriteria, denk ik niet dat Turkije lid wordt van de EU.

Waar ik bevreesd voor ben, is dat men eind dit jaar om Turkije niet opnieuw voor het hoofd te stoten de toetredingsonderhandelingen start en dat dan ondanks ieders goede bedoelingen een proces op gang komt wat niet te stoppen is. Dan halen we geen klein landje binnen zoals, waar we een ons onwelgevallige presidentskandidaat kunnen doen sneuvelen, maar een zelfbewuste natie met meer dan 70 miljoen inwoners. Leggen we niet met de toelating van Turkije de bijl aan de wortel van de EU? En willen we dat?
Mijn conclusie is dat zelfs als Turkije geografisch tot Europa zou behoren er nog veel schier onneembare barrières zijn. Daarom moeten we een andere weg inslaan. 
Turkije is een goede buur waar we nauwe banden mee moeten ontwikkelen en waar veranderingen ten goede moeten worden gestimuleerd. Maar een goede buurman behoort niet tot jouw gezin en woont dus ook niet bij jou in huis!

Hans Blokland 
lijsttrekker ChristenUnie-SGP bij de Europese verkiezingen

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari