Kort programma 2004-2009

woensdag 09 juni 2004 10:14

Voor wie een kort overzicht van de aandachtspunten van de Eurofractie ChristenUnie en SGP in het Europees Parlement wil, is er nu een samenvatting van het verkiezingsprogramma. Vanwege de beperkte omvang kunnen sommige nuances niet helemaal uit de verf komen. Dat gebeurt wel in het volledige programma 'Geloofwaardige keuzes'. Dat is ook op deze site te lezen.

Kies geloofwaardig, stem lijst 5!

GELOOFWAARDIGE KEUZES

Samenvatting van het Manifest voor Christelijke politiek in Europa

Europees Parlement zittingsperiode 2004-2009

1. Bestuur met een basis

De betekenis van de Europese Unie is sterk toegenomen. ChristenUnie en SGP laten in Brussel en Straatsburg een eigen geluid horen. Niet alleen omdat Europa zich meer met ons land bemoeit, maar ook omdat de christelijke waarden buiten onze landsgrens van betekenis zijn. De zestiende-eeuwse Reformatie, waarmee ChristenUnie en SGP nauw verbonden zijn, was een Europabrede beweging. In die lijn willen we in deze eeuw voortgaan door op grond van de Bijbel geloofwaardige en evenwichtige alternatieven te bieden in de Europese politiek.

Samenwerking en integratie zijn een middel ten dienste van de aangesloten Europese staten. Het gaat ons om een Unie waarvan de lidstaten de politieke kernen blijven. In 2003 is een voorstel gedaan voor een nieuw EU-verdrag, dat onterecht wordt aangeduid met ‘Europese grondwet’. De EU is immers geen staat. De zgn. ‘grondwet’ behelst een verdere centralisatie zonder aantoonbaar nut. Wij vinden dat indien er nieuwe beleidsonderdelen aan de Unie worden toegewezen, deze vijf jaar later kritisch moeten geëvalueerd. Wanneer de preambule in het nieuwe verdrag verwijst naar Europa’s geestelijk erfgoed, mag het christendom daarin niet ontbreken.

In de Europese Commissie moeten alle lidstaten met een stemhebbend lid vertegenwoordigd blijven.

Het Europees Parlement moet op volwaardige Europese beleidsterreinen een volledige controlerende taak uitoefenen. Europees beleid is vooral weggelegd voor de interne markt en beleid op het gebied van asiel, transport, landbouw en milieu. De lidstaten zullen ruime beleidsvrijheid houden op identiteitsgebonden terreinen, waaronder buitenlands beleid, defensie, justitie, onderwijs en taal. Daar waar de lidstaten hun vetorecht opgeven, moet het Europees Parlement medebeslissende bevoegdheid krijgen met de Raad van Ministers.

2. Voor waarden en welzijn op de markt

In het Europees Parlement bewaken wij de goede werking van de interne markt. De welvaart die de EU met deze interne markt heeft bereikt, moet gedeeld worden met minder welvarende landen. De eurolanden moeten hun overheidsuitgaven en staatsschuld beheersen volgens de afspraken in het stabiliteits- en groeipact. Het pact mag geen politieke speelbal worden. De eurolanden moeten hun pensioensystemen en oudedagsvoorzieningen tijdig op orde brengen, zodat de lasten niet op andere landen of toekomstige generaties worden afgewenteld.

Liberalisering van markten mag alleen wanneer er garanties zijn voor de levering, bijvoorbeeld van energie en water. Ook mag de veiligheid en de milieukwaliteit niet in het gedrang komen. EU-subsidieregels mogen de concurrentieverhoudingen niet op oneerlijke wijze verstoren. De Europese en nationale mededingingsautoriteiten treden streng op tegen ongeoorloofde staatssteun of illegale afspraken tussen ondernemingen. In de regelgeving voor bedrijfsovernames behoort het belang van de werkgelegenheid en de continuïteit van de onderneming mee te wegen.

Wij pleiten voor duidelijke Europese regels ter verbetering van de verkeersveiligheid en bescherming van personeel in de sector goederenvervoer. Een rijverbod voor vrachtwagens op zondag, zoals dat in sommige lidstaten reeds geldt, zou voor de hele EU ingevoerd moeten worden. Alle kosten die het vervoer veroorzaakt, moeten worden doorberekend aan de gebruiker. De grondslagen van tarieven voor kilometerheffingen dienen op Europees niveau te worden vastgesteld, om concurrentieverstoring te vermijden. De milieubelasting van wegvervoer kan verder worden teruggedrongen door gebruik te maken van alternatieven: kustvaart, binnenvaart en vervoer per spoor. Het is hoog tijd voor een Europese milieuheffing op vliegverkeer, in de vorm van een kerosine-tax of een heffing op overvliegen.

De betrouwbaarheid van elektronisch postverkeer via het internet moet worden bewaakt en verbeterd. Europa moet schadelijke inhoud op internet, zoals pornografie, racisme, geweld en gokwebsites actief tegengaan, zéker om kinderen hiertegen te beschermen. Keurmerken voor websites zijn hierbij noodzakelijke hulpmiddelen. Er moet EU-regelgeving komen die de wettelijke aansprakelijkheid van internetproviders regelt. De EU stimuleert de ontwikkeling van internetfilters waarmee gebruikers ongewenste confrontatie met schadelijke en schandelijke inhoud kunnen tegengaan.

3. Landbouw en visserij

De landbouwsector levert een belangrijke economische bijdrage, naast het onderhoud van het landschap. De inkomens staan in de sector onder te zware druk. De EU moet het voortbestaan van de land- en tuinbouwsector waarborgen. Importen van landbouwproducten van buiten de EU moeten aan dezelfde kwaliteitseisen (veiligheid en productiewijze) voldoen als die van binnen de EU. De grondgebonden landbouw moet beschermd worden om ongebreidelde schaalvergroting tegen te gaan en de boeren van een redelijk inkomen te voorzien. Voor de leefbaarheid van het platteland en onderhoud van het landschap is het gezinsbedrijf van vitaal belang. Exportsubsidies moeten worden afgeschaft, omdat ze met name de belangen schaden van armere ontwikkelingslanden. Selectieve markttoegang moet uitgebreid worden naar de overige arme landen.

Dieren zijn geen procuctie-eenheden, maar schepselen van God. Daarom moet Europees beleid de boer in staat stellen om zijn verantwoordelijkheid als een rentmeester van God na te komen. Ruiming en vernietiging van miljoenen gezonde dieren bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte moet tot het verleden behoren. Het nood-vaccinatiebeleid mag verder worden versoepeld. Tegelijk moet er ruimte blijven voor boeren met gewetensbezwaren tegen vaccinatie van dieren. Diermeel in mengvoeders wordt verboden, alsook het toedienen van hormonen en antibiotica aan gezonde dieren. De fraudegevoelige subsidie op export van levend vee wordt onmiddellijk afgeschaft. Diertransporten in de EU worden beperkt tot een maximum van 500 kilometer of acht uur.

Via een Europese aanpak wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verder teruggedrongen, vooral door ontwikkeling van nieuwe rassen en teeltmethoden te stimuleren. De EU moet het recht behouden om de invoer en teelt van genetisch gemodificeerde gewassen te verbieden wanneer dat een ggo-vrije keten in gevaar brengt.

Voor de visserij moeten er meerjarige afspraken worden gemaakt over de toegestane hoeveelheid te vangen vis. Beheersplannen moeten gebaseerd zijn op degelijk en betrouwbaar onderzoek naar de visstand. Meerjarenquota bieden vissers en visverwerkende industrie grotere bedrijfszekerheid.

Bijvangsten verstoren de rechtvaardigheid en toepassing van het quota-instrument. Beperking van de bijvangst moet daarom hoge prioriteit krijgen in alle landen van de EU. In veel landen wordt gesjoemeld met de vangstgegevens. Er moet daarom een uniform controle- en sanctiebeleid in alle lidstaten komen, met een strenge Europese controle van de nationale inspectiediensten.

4. Milieu, natuur en bescherming van het leven

Zorg voor de schepping en verantwoorde omgang met de natuur is een bijbelse opdracht aan de mens. Milieubeleid hoort mee te wegen op alle beleidsterreinen. Als gevolg van de uitbreiding van de EU met tien nieuwe landen valt het accent de komende jaren op uitvoering en handhaving van de huidige Europese milieuregelgeving, in plaats van het maken van nieuwe regels.

Er moeten strengere normen komen voor de uitstoot van verbrandingsgassen om de luchtvervuiling verder terug te dringen. Ook in de scheepvaartsector moeten zwavelarme brandstoffen worden geïntroduceerd. Europa dient te voldoen aan de Kyoto-norm van acht procent CO-2 reductie in 2010 ten opzichte van 1990. Schoner water vraagt om een blijvende en versterkte gezamenlijke inzet van de lidstaten. Per stroomgebied van elke grote rivier dient een specifiek beleid te worden ontwikkeld. Er moet een verbod komen op de export van gevaarlijk afval naar landen buiten de EU. In alle EU-lidstaten moeten dezelfde regels gelden voor afvalverwerking, zodat aan het gesleep met afval over grote afstanden een eind komt. Europese subsidies mogen geen schadelijke ‘bijwerkingen’ hebben ten aanzien van het leefmilieu. Er moet een Europees invoerverbod komen voor illegaal gekapt hout.

Volksgezondheidsbeleid hoort primair thuis op nationaal niveau. Preventieve gezondheidszorg vormt een integraal onderdeel van Europees beleid voor consumentenbescherming. Regelgeving die de veiligheid en gezondheid van consumenten beschermt, zullen wij steunen. De handhaving van de huidige regels moet sterk worden verbeterd. Bij het opstellen van regels die de consument op de interne markt beschermen moet de EU consumentenorganisaties en vertegenwoordigers van detailhandel en het midden- en kleinbedrijf actief betrekken.

Ons uitgangspunt is dat het menselijk leven beschermwaardig is in álle stadia van ontwikkeling. De EU moet dus stoppen met de financiering van wetenschappelijk onderzoek waarbij menselijke embryo’s worden vernietigd, zoals embryonaal stamcelonderzoek. Ook het verbod op het klonen van embryo’s moet blijven. In het Europees Parlement verzetten wij ons tegen de voorstellen van de pro-abortus lobby, die telkens weer op de agenda komen. De EU heeft geen bevoegdheden om het ondeugdelijke euthanasiebeleid van Nederland te veranderen. Wel dringen wij erop aan dat meer Europees geld wordt besteed aan wetenschappelijk onderzoek dat de verbetering van pijnbestrijding beoogt.

5. Vrijheid binnen rechtvaardige grenzen

Vele asielzoekers, illegale immigranten en slachtoffers van mensenhandel bereiken de Europese landen. Nationaal beleid is niet afdoende om dit probleem het hoofd te bieden. De lidstaten van de EU moeten daarom gezamenlijk komen tot zorgvuldige regelgeving voor asiel en immigratie.

Politieke vluchtelingen en vervolgden verdienen ruimhartige opvang. Asielaanvragers krijgen goede procedures, opvang en begeleiding. De EU stelt daarvoor minimumregels vast. Opvang in de regio verdient de voorkeur en de EU zal daarin investeren. Daarbij moet er oog zijn voor de verschillen tussen de situatie in en buiten de opvangkampen. Economische vluchtelingen vallen onder het immigratiebeleid van de lidstaten.

Operationele samenwerking tussen douanediensten uit de lidstaten moet worden verbeterd. Een nauwere afstemming van werkmethoden is eveneens van groot belang. De nieuwe lidstaten verdienen steun voor de opleiding van douaniers en de aanschaf van technische uitrusting. Een Europese grenspolitie is op voorhand niet nodig.

Mensensmokkel moet actief worden bestreden. Veel slachtoffers van mensenhandel komen in de gedwongen prostitutie. Lidstaten moeten meer investeren in politie en justitie om de internationale misdaad effectief te kunnen aanpakken. Daarenboven dient de bilaterale samenwerking krachtig gestimuleerd te worden. Dit moet leiden tot een betere opsporing en vervolging van mensenhandelaars. Een effectief functionerend Europees Openbaar Ministerie is voorlopig niet realistisch. In de strijd tegen drugs verlangen VN-verplichtingen tot een streng beleid van de lidstaten. Dat vergt een radicale beleidswijziging van Nederland.

6. Buitenlands beleid, defensie, handel en kandidaat-landen

Diplomatie en defensie willen we niet overdragen aan de Unie. In de Raad van Ministers moet de unanimiteitsregel blijven gelden voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Europees Veiligheids en Defensiebeleid (EVDB). Een EVDB heeft alleen nut als het coördinerend werkt binnen de transatlantische verdragsorganisatie NAVO. We hechten zeer aan sterkere transatlantische banden.

De EU moet zich ervoor inzetten dat respect voor de mensenrechten op de internationale agenda komt. Zo kan de EU staten ondersteunen die gebukt gaan onder terrorisme en waarbij de internationale orde verstoord wordt. Een voorbeeld hiervan is Israël, waarmee ChristenUnie en SGP zich op Bijbelse gronden sterk verbonden weten.

Arme landen moeten evenzeer kunnen profiteren van internationale handel. De EU draagt hieraan bij door capaciteitsopbouw in arme landen, eerlijke handel en sectorgerichte marktopening. Tevens verdienen normen voor milieuzorg, arbeidsomstandigheden en dierenwelzijn een volwaardige plaats in het handelsverkeer.

In de ontwikkelingssamenwerking krijgen levensbeschouwelijke uitgangspunten ruime erkenning. Deze zijn bepalend voor de normatieve invulling van armoedebestrijding. Een voorbeeld hiervan is de nadruk op seksuele onthouding buiten het huwelijk en partnertrouw bij de HIV/AIDS-problematiek.

Bulgarije en Roemenië willen zich aansluiten bij de EU. Roemenië moet nog veel doen aan de bestrijding van corruptie en verbetering van overheidsinstellingen. Bijzondere aandacht hebben we voor de minderhedenproblematiek. In Bulgarije zijn er problemen met de handel in landbouwproducten. De EU moet deze landen steunen in het oplossen van deze problemen.

Turkije kan geen lid worden van de EU. Het is hoofdzakelijk een Aziatisch land, de politieke macht van het Turkse leger is veel te groot en rechten van minderheden worden niet gerespecteerd. Bovendien vormt de cultuurhistorische en islamitische identiteit van Turkije een groot struikelblok. We maken ons grote zorgen over de moeilijke positie van christelijke gemeenten. De EU dient daarom aan te dringen op het respecteren van de vrijheid van godsdienst.

Voor Balkanlanden geldt dat de politieke situatie stabiel moet zijn alvorens toetredingsonderhandelingen worden overwogen. Tevens moeten ze voldoen aan de politieke criteria voor het EU-lidmaatschap. De positie van minderheden is hierbij een belangrijke indicator.

7. Integriteit op alle fronten

ChristenUnie en SGP gaan voor een solide financieel beleid. Er is een dringende noodzaak voor een degelijk toezicht op de uitvoering van Europees beleid. Wij dringen aan op een stricte functiescheiding van management en controle binnen de Europese Commissie. De gebrekkige boekhouding en ondeugdelijke kascontrole moeten in januari 2005 op orde zijn. Daarnaast moet de Commissie zich duidelijker verantwoorden tegenover het Parlement. Daarnaast moeten de lidstaten elk jaar rapporteren wat ze aan EU-geld uitgeven en welke doelen daarmee zijn bereikt. De Europese Rekenkamer gaat nauwer samenwerken met de nationale rekenkamers om beter zicht te krijgen op Europese geld dat de lidstaten besteden. Het EU-fraudebestrijdingsbureau Olaf dient grotere onafhankelijkheid en meer middelen te krijgen. De rechterlijke behandeling van EU-fraudezaken laat te wensen over. Daarom pleiten wij voor het instellen van een Europees Openbaar Aanklager die in samenwerking met Olaf (uitsluitend) bevoegd is voor fraude in de EU-instellingen en met Europees geld.

De EU krijgt haar inkomsten van de lidstaten en uit importheffingen aan de buitengrenzen. De EU mag niet het recht krijgen om zelf belasting te heffen. Elke lidstaat behoudt het recht om zijn veto uit te spreken over de financiering van de EU. Wij stellen voor dat er een bovengrens komt voor de netto-bijdrage of de netto-ontvangsten van een lidstaat. Ook moet het structuurfondsenbeleid kritisch worden herzien. De steun mag alleen gaan naar de echt armere regio’s. Tegelijk moeten prestatieprikkels worden ingebouwd om te voorkomen dat regio’s jarenlang subsidie ontvangen zonder dat die tot resultaten leiden.

De salariëring van leden van het Europees Parlement loopt per lidstaat sterk uiteen. Wij pleiten voor het gelijktrekken hiervan op een niveau rond het gemiddelde van de huidige vergoedingen. Tegelijk blijven wij aandringen op verlaging van de overmatige vergoedingen voor reizen en vergaderpresentie, zodat deze alleen de werkelijk gemaakte kosten compenseren. De EP-leden verantwoorden elk jaar de wijze waarop zij hun vergoedingen hebben besteed door middel van een onafhankelijke accountantscontrole.

De tien nieuwe landen die 1 mei jongstleden tot de EU zijn toegetreden, hebben veel EU-regelgeving wel overgenomen, maar de regels moeten nog in de praktijk worden gebracht. Handhaving is daarom van groot belang, alsmede de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad. Monitoring van de ontwikkelingen in deze lidstaten zal dus na mei 2004 nodig blijven. Aanvullende vrijwaringsmaatregelen mogen worden getroffen als de nieuwe lidstaten ook na aandrang in gebreke blijven. De problematiek van minderheden vervult ons met bijzondere zorg. We denken hierbij aan de positie van de Roma (zigeuners), de rechten van de Hongaren in diverse landen en de Benèsjdecreten van de Tsjechoslowaakse overheid uit 1948. Als hen geen recht wordt gedaan, verwachten we een stringente aanpak van Raad en Parlement, op voorstel van de Europese Commissie.

Dit is een samenvatting van ons verkiezingsprogramma. Hierdoor kunnen nuances ontbreken. Voor onze volledige standpunten verwijzen wij u naar het manifest ‘Geloofwaardige keuzes’ op www.eurofractie.nl , eveneens te verkrijgen via het fractiekantoor: 010 4140534

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari