Column Friesch Dagblad

zaterdag 17 april 2004 07:06

Voor de Pasen alweer was het debat met de commissie Blok over het integratierapport. De commissie Blok heeft na een maandenlang onderzoek enkele weken geleden een lijvig rapport aangeboden aan de Tweede Kamer over het Nederlandse integratiebeleid van de afgelopen 30 jaar: Bruggen bouwen. Bijna alle partijen hebben inmiddels een eigen integratienotitie geschreven in de aanloop naar dit debat. Daarom was de bespreking van het rapport in eerste termijn vooral een opsomming van de eigen partijpolitieke punten, regelrecht afkomstig uit de eigen notitie. Zo af en toe werd er nog een vraag tussendoor gesteld aan de commissie, maar dat wekte wel eens de indruk alleen voor de vorm te zijn. 
 
In feite is dit debat alleen de opmaat naar het debat met de regering over het integratierapport. Dan zullen er spijkers met koppen geslagen moeten worden. Welke aanbevelingen neemt de regering over en waar liggen meerderheden in de Tweede Kamer. Op bepaalde punten lijken de coalitiepartijen het niet met elkaar eens, met name als het gaat om de vrijheid van onderwijs. Een breuk in de gelederen van de coalitie is altijd interessant, dat geeft de oppositiepartijen mogelijkheden.
Of er werkelijk verschil van mening is tussen CDA en VVD moet nog blijken, want zo langzamerhand staat de representativiteit van de VVD-woordvoerder Hirsi Ali ter discussie. In veel debatten heeft ze vérgaande standpunten ingenomen. Het bekendste is wel haar bijdrage aan het debat over ontwikkelingssamenwerking: het Nederlandse ontwikkelingsbeleid is mislukt. Die uitspraak trok aandacht en kreeg bijval vanuit het land. Maar de VVD, haar eigen partij, stemde voor de begroting van ontwikkelingssamenwerking en had geen enkel voorstel ter verbetering van het beleid, dat nota bene volgens de eigen woordvoerder niet deugde. Ook Ayaan Hirsi Ali zelf stemde voor. Dat leidde tot verwarring in de Kamer, wat hadden de grote woorden van de VVD-woordvoerder nu te betekenen? Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.
Ik denk dat Ayaan Hirsi Ali een uitstekend columnist is, op de uitglijder van vorige week na. Van columnisten verwacht je scherpe, ongenuanceerde en éénzijdige uitspraken die je aan het denken zetten. Maar een parlementariër moet nu juist wel een afgewogen, serieuze bijdrage leveren. Dat maakt de debatten in de Kamer zo veel minder spetterend dan columns, maar wel vruchtbaarder. In het parlement moet de werkelijkheid recht gedaan worden, die is over het algemeen grijs in veel verschillende nuances.
Mijn probleem met Hirsi Ali is dat zij geen onderscheid maakt tussen haar rol als parlementariër en haar rol als columnist. Ook in de Kamer is ze zwart-wit, prikkelend en ontoegankelijk voor een echt debat. Daarbij komt dat het stemgedrag van haar eigen partij, de VVD, niet altijd overeenkomt met haar stellingname in het debat. Als zij gesproken heeft, weet je nog niet wat de VVD vindt. Door zich als een columnist te gedragen, dwingt ze Kamerleden bijna haar bijdrage aan het debat als een column  te behandelen: aanhoren en niet op ingaan. Voor een echte parlementariër is zo’n behandeling dodelijk.
 
Alles met elkaar zijn er genoeg redenen om met enige spanning uit te zien naar het debat met de regering over het integratiebeleid. Een verschil van mening over de vrijheid van onderwijs mag in politiek opzicht interessant zijn, als het om de inhoud gaat, ben ik daar niet blij mee. Wat mij betreft, wordt de VVD soep minder heet gegeten dan opgediend. De vrijheid van onderwijs is het waard om voor te vechten. In de wetenschap dat het overgrote deel van de bijzondere christelijke scholen kiest voor een open toelatingsbeleid. De scholen die leerlingen op grond van hun levensbeschouwing toelaten, procentueel gezien erg weinig, moeten dat recht houden.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari