Vragen over standpunt IGZ over gedroogde paddo

dinsdag 11 mei 2004 11:59

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het standpunt van de IGZ inzake gedroogde paddo’s.

Met antwoord.

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het standpunt van de IGZ inzake gedroogde paddo’s. (Ingezonden 13 mei 2004)
  1. Is het waar dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een advies aan het gerechtshof in Den Bosch het standpunt heeft ingenomen dat het drogen van hallucinogene paddestoelen («paddo’s») niet als bewerking kan worden aangemerkt, en hieruit de conclusie trekt dat gedroogde «paddo’s» niet onder de verboden stoffen als genoemd in lijst 1 van de Opiumwet zouden moeten vallen?
  2. Deelt u de mening dat het feit dat hallucinogene paddestoelen niet voorkomen op de lijst van verboden stoffen uit de Opiumwet niet wegneemt dat de werkzame psychotrope stoffen (psilocyne en/of psilocybine) daar wel op staan en dat preparaten van deze paddestoelen derhalve onder het verbod van de Opiumwet vallen?
  3. Wat is in het licht van de uitspraak van de Hoge Raad dat het drogen van hallucinogene paddestoelen een vorm van bewerking is uw oordeel over het standpunt dat de IGZ heeft ingebracht in het betreffende advies aan het gerechtshof in Den Bosch?
  4. Valt het binnen de grenzen van de zelfstandige positie van de IGZ om in een advies aan een gerechtshof een standpunt in te brengen dat strijdig is met uitspraken van de Hoge Raad? Hoe verhoudt een en ander zich tot de ministeriële verantwoordelijkheid voor de Inspectie?
Antwoord
Antwoord van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
(Ontvangen 24 juni 2004), zie ook Aanhangsel Handelingen nr.1693, vergaderjaar 2003–2004
  1. Allereerst wil ik opmerken dat door IGZ geen advies aan het gerechtshof is gegeven. Evenmin heeft IGZ de in de vraag genoemde conclusie getrokken. IGZ heeft per brief van 15 april 2004 (FMT/OW/U-2004) een advocaat op diens verzoek geïnformeerd over de rol van de Opiumwet in relatie tot hallucinogene paddestoelen (paddo’s). Deze brief van IGZ is door de advocaat gebruikt in een zaak die behandeld wordt door het Gerechtshof in Den Bosch. IGZ brengt naar voren, dat hallucinogene paddestoelen op geen van beide lijsten van de Opiumwet voorkomen. Dientengevolge zijn volgens IGZ de verboden handelingen die in de artikelen 2 en 3 worden genoemd ten aanzien van middelen die voorkomen op lijst I en II volgens de systematiek van het Psychotrope Stoffen Verdrag van 1971 van de Verenigde Naties niet van toepassing op hallucinogene paddestoelen.Deze uitleg van IGZ komt overeen met het standpunt van de International Narcotics Control Board (INCB).Het staat de lidstaten van de VN overigens vrij om de verdragen desgewenst strikter te interpreteren.
  2. Psilocine en psilocibine staan inderdaad op lijst I van de Opiumwet. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 5 november 2002 bepaald dat gedroogde, gestampte, gemalen of in etenswaren verwerkte paddestoelen als (verboden) preparaten in de zin van de Opiumwet zijn1. De Raad is van oordeel dat hallucinogene paddestoelen slechts dan niet onder de Opiumwet vallen, indien zij niet enigerlei bewerking hebben ondergaan.
  3. Zoals bij antwoord 1 is opgemerkt, gaat het hier om het desgevraagd verstrekken door IGZ van informatie aan een advocaat die betrokken is bij een zaak die dient bij het gerechtshof in Den Bosch. De informatie is door de advocaat gebruikt in genoemde zaak. Het gerechtshof heeft uitgesproken een nadere toelichting op de brief van de Inspectie te willen krijgen. Dit zal geschieden tijdens het vervolg van het proces in oktober. Aangezien de zaak dus nog onder de rechter is, acht ik het niet juist om hier thans nadere uitspraken over te doen.
  4. Eerste deelvraag: zie antwoord vraag 1. Het Staatstoezicht, waartoe IGZ behoort, ressorteert onder de verantwoordelijkheid van de Minister van VWS.Het Staatstoezicht kan in bepaalde gevallen bij of krachtens de wet aangegeven gevallen een van de minister onafhankelijke positie innemen, maar is net als iedere Nederlander gehouden de uitleg van wettelijke bepalingen door de Hoge Raad te respecteren als zijnde het geldend recht. De inspecteur mag uiteraard een andere opvatting hebben dan de Hoge Raad, maar die dient hij niet in de hoedanigheid van inspecteur naar buiten te brengen. Ik betreur dan ook dat dit nu is gebeurd. Een afwijkend standpunt kan de inspecteur bijvoorbeeld wel uiten indien hij optreedt als getuige deskundige en door de rechter naar zijn mening wordt gevraagd, of als schrijver van een artikel op persoonlijke titel.
1 Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 11 oktober 2000, nummers 20/000092-00 en 20/000085-00, in de strafzaak tegen X., Kerkdriel.

« Terug

Reacties op 'Vragen over standpunt IGZ over gedroogde paddo'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari