Vragen over godsdienstvrijheid Centraal-Azië

donderdag 06 februari 2003 15:18

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister van Buitenlandse Zaken over godsdienstvrijheid in Centraal-Azië. (Ingezonden 10 februari 2003)

Met antwoord.

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister van Buitenlandse Zaken over godsdienstvrijheid in Centraal-Azië. (Ingezonden 10 februari 2003)

  1. Kent u het bericht «Christenen in Oezbekistan steeds meer onder druk»?1 Kunt u de inhoud van dit bericht bevestigen?
  2. Welke signalen ontvangt u van de veldkantoren van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Centraal-Aziatische landen, waaronder ook Tadzjikistan en Turkmenistan, over de wijze waarop deze landen met godsdienstige bijeenkomsten omgaan?
  3. Hoe beoordeelt u de verplichte overheidsregistratie van religies of levensovertuigingen in genoemde landen en de wijze waarop daarmee wordt omgegaan?
  4. Bent u bereid om, gezien uw positie als OVSE-voorzitter in het jaar 2003, bijzondere aan- dacht te besteden aan de registratieplicht en de bejegening van godsdienstige bijeenkomsten in deze landen en de Tweede Kamer over uw inzet dienaangaande te informeren?
1 Reformatorisch Dagblad, 1 februari jl.

Antwoord van minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken). (Ontvangen 5 maart 2003)

  1. Het in de vraag bedoelde bericht is mij bekend. Zonder op alle in dit bericht genoemde feiten in detail te willen ingaan kan de globale strekking worden onderschreven.
  2. De OVSE volgt de ontwikkelingen ten aanzien van de vrijheid van godsdienst en levensover- tuiging in de regio op de voet. De veldkantoren rapporteren hier geregeld over. De stand van zaken in de regio rond dit thema is nog steeds aanleiding tot zorg. In het kader van de OVSE zijn daarom diverse activiteiten opgezet om religieuze tolerantie en vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in Centraal Azië te bevorderen. Ook in de politieke dialoog in het kader van de OVSE worden de zorgen ten aanzien van de vrijheid van godsdienst en levensover- tuiging in de betrokken landen regelmatig opgebracht.
  3. Op zichzelf is een registratieplicht niet in strijd met internationale normen. Niet-geregistreerde gemeenschappen moeten echter op basis van godsdienst of levensovertuiging ongehinderd rechten en vrijheden kunnen ontlenen aan internationale normen op het gebied van mensenrechten. De wijze waarop de betrokken landen omgaan met overheidsregistratie voldoet echter niet aan internationaal gangbare normen. Vooral kleine of «nieuwe» religieuze bewegingen worden regelmatig belemmerd in de vrije uitoefening van hun geloof. In het bijzonder streng-Islamitische, maar ook b.v. Christelijke groeperingen zijn hiervan de dupe.
  4. Traditioneel besteedt Nederland ruime aandacht aan de ontwikkelingen op het vlak van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Dat zal ook dit jaar het geval zijn gedurende het Nederlandse voorzitterschap van de OVSE. Onder andere zal er een zgn. aanvullende Menselijke Dimensie-bijeenkomst worden georganiseerd over religieuze intolerantie, waarin de problemen in Centraal Azië nadrukkelijk op de agenda staan. Mocht de gelegenheid zich voordoen de regio te bezoeken, dan zal ik ook de naleving van de OVSE-verplichtingen op het gebied van de menselijke dimensie ter sprake brengen met inbegrip van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Ik zal de Kamer hiervan op de hoogte houden, onder andere in de geregelde rapportages over het OVSE-voorzitterschap.

« Terug

Reacties op 'Vragen over godsdienstvrijheid Centraal-Azië'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari