Bijdrage debat Irak

woensdag 12 februari 2003 16:16

Tineke Huizinga-Heringa: Voorzitter. De laatste dagen buitelt men in de ontwikkelingen rond Irak over elkaar heen. Nauwelijks bekomen van het ene nieuwsfeit, horen we het volgende zich alweer aandienen. De vraag, hoe om te gaan met de dreiging van Saddam Hoessein, brengt verdeeldheid in Europa en in de NAVO. De kwestie-Irak dreigt een splijtzwam te worden. NRC Handelsblad schreef heel terecht dat de oorlog nog niet eens was begonnen, maar nu al een slagveld was – althans diplomatiek.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Voorzitter. De laatste dagen buitelt men in de ontwikkelingen rond Irak over elkaar heen. Nauwelijks bekomen van het ene nieuwsfeit, horen we het volgende zich alweer aandienen. De vraag, hoe om te gaan met de dreiging van Saddam Hoessein, brengt verdeeldheid in Europa en in de NAVO. De kwestie-Irak dreigt een splijtzwam te worden. NRC Handelsblad schreef heel terecht dat de oorlog nog niet eens was begonnen, maar nu al een slagveld was – althans diplomatiek.
Frankrijk en Duitsland informeren niemand, niet eens de Verenigde Staten, over hun vredesplan en minister Rumsfeld noemt Duitsland in één adem met Cuba en Libië. De enige die hiervan profiteert is Saddam Hoessein, die Tariq Aziz laat zeggen dat Bush maar in ballingschap moet gaan. Wij kunnen instemmen met de toezegging van de regering betreffende de levering van Patriots aan Turkije; wat ons betreft is dat defensief handelen met het oog op de eventualiteit van een oorlog. Met die toezegging hoeft niet te worden gewacht totdat een onverhoopte oorlog onontkoombaar zal blijken. Nederland heeft zich wat de ChristenUnie-fractie betreft, gedragen zoals het een goede NAVO-bondgenoot betaamt.

Desalniettemin heb ik een aantal vragen. Hoe beoordeelt de minister de houding van de drie vetoënde NAVO-leden? Welke betekenis hebben de moeilijkheden binnen de NAVO naar de verwachting van de minister voor de bijeenkomst van de Europese regeringsleden aanstaande maandag? In zijn brief van vanochtend schrijft de minister dat tijdens deze bijeenkomst vooral een open gedachtewisseling zal plaatsvinden. Wat zijn de verwachtingen van de minister over deze gedachtewisseling gezien de moeizame besprekingen binnen de NAVO? De Belgische minister Michel zei, na het bekendmaken van het Belgische veto in de NAVO, niet uit te sluiten dat de NAVO – en nu citeer ik – als er meer concrete bedreigingen zijn, wél te hulp zou komen. Kan de minister aangeven hoe dit in de NAVO aan de orde is geweest en op welk moment de totale NAVO hiertoe wél zou willen overgaan?

De minister vraagt zich in zijn brief van maandag jongstleden af of inspecties in de huidige vorm kans van slagen hebben. Powell heeft volgens minister De Hoop Scheffer harde aanwijzingen geleverd van hardnekkige tegenwerking van Iraakse zijde. Ik meen dat minister-president Balkenende de woorden ’’hard bewijs’’ bezigde en dat lijkt mij niet helemaal het-zelfde als ’’harde aanwijzingen’’. Hoe beoordeelt de regering de bijdrage van Powell op dit punt? Heeft de rede van Powell invloed op het aanvankelijke standpunt van de regering om de wapeninspecteurs meer tijd te geven? Mocht de rapportage van Blix een verandering van de Iraakse houding rapporteren, ziet de minister dan iets in de intensivering van de wapen-inspecties of het op een andere wijze gevolg geven aan het vredesplan van Frankrijk en Duitsland? Nu is nog veel onbekend over de precieze inhoud van dit vredesplan en ook de minister moet, naar ik heb begrepen, afgaan op geruchten, want hij gebruikt de woorden ’’naar verluidt’’.

De ChristenUnie-fractie had bezwaren tegen het aanvankelijk bekendgemaakte plan, namelijk dat stationering van een VN-vredesmacht deel zou uitmaken van de vredesmissie. Mijn fractie denkt dat de stationering van blauwhelmen grote bezwaren met zich meebrengt en bijvoorbeeld zou kunnen leiden tot een vals gevoel van veiligheid. Uit de brief van de minister blijkt dat hiervan inderdaad geen sprake kan zijn. Wel laat de minister de mogelijkheid open om middels dit vredesplan op een vreedzame manier de ontwapening van Irak af te dwingen. Dat is een andere toon dan die welke de minister afgelopen maandag bezigde, want toen zei hij: dit plan draagt niet bij aan de maximale druk die nu richting Irak moet worden uitgeoefend. Hoe ziet de minister het Frans-Duitse plan in relatie tot de VN-lijn die door de minister in deze Kamer meerdere keren is verwoord en waarbij hij werd gesteund door een meerderheid van het parlement?

De minister schrijft dat een tweede VN-resolutie zeer wenselijk is en de fractie van de ChristenUnie onderschrijft dat. De Verenigde Staten hebben aangegeven eveneens op deze lijn te zitten, maar Bush heeft gezegd ook zonder een tweede resolutie actie te ondernemen met een ’’growing coalition of nations’’. Hoe beoordeelt de minister deze uitspraak? Wil de minister reageren op de gehoorde veronderstelling dat een instemmende reactie op het concrete verzoek van de Verenigde Staten om verder bij te dragen aan ondersteunende en defen-sieve taken nog vóór de rapportage van Blix is verschenen, bij de Verenigde Staten de indruk kán wekken dat Nederland zich onvoorwaardelijk bij de ’’growing coalition’’ wil scharen?

Met instemming heeft de ChristenUnie-fractie in de brief van de minister gelezen dat de VN in humanitair opzicht rekening houdt met de eventualiteit van een oorlog en zich in dat opzicht ook terdege voorbereidt. Kan de minister aangeven welke taak hij op dit punt voor Nederland ziet weggelegd? Daarnaast waardeert mijn fractie het dat de minister tijdens zijn gesprek met Powell heeft gewezen op de blijvende zorg voor een vredesregeling in het Midden-Oosten.

De heer Van Bommel (SP): U herhaalt de suggestie van de regering dat de VN zich terdege voorbereiden op de humanitaire gevolgen van deze oorlog. Deelt u die opvatting? Het gaat tenslotte om anderhalf miljoen vluchtelingen en de mogelijk grootschalige vernietiging van het land, terwijl de situatie op het gebied van watervoorziening, sanitair en gezondheids-zorg nu al belabberd is. Hoe acht u een terdege voorbereiding op de gevolgen van een dergelijke oorlog mogelijk?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Als ik in de brief van de minister lees welke maatregelen worden genomen, is mijn inschatting dat er grote aandacht is voor de inderdaad verschrikkelijke humanitaire gevolgen die een oorlog zal hebben en dat er binnen de VN en binnen Europa zo goed en effectief mogelijk maatregelen worden genomen om in geval van oorlog humanitaire hulp te kunnen verlenen. Wij hebben er waardering voor dat die aandacht er is en dat de VN zich daarop terdege voorbereiden.

De heer Van Bommel (SP): Tegelijkertijd wordt in de brief geconstateerd dat de stroom vluchtelingen mogelijk in Irak blijft, omdat de grenzen gesloten blijven.
De regering en de VN constateren ook zelf dat de situatie nu al nijpend is. Er sterven mensen in Irak door gebrek aan medicijnen, voedsel en schoon water en aan de gevolgen van de vorige oorlog. Hoe is het mogelijk om je onder die omstandigheden terdege voor te bereiden op de humanitaire ramp die door zo’n oorlog ontstaat?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Men bereidt zich zo goed mogelijk voor op de gevolgen die een oorlog zal toevoegen aan de situatie in Irak, die nu al erg slecht is. Wij kunnen echter niet nu de slechte humanitaire situatie in Irak oplossen; dat is een andere zaak.

De heer Van Bommel (SP): Daarover gaat mijn vraag dus ook niet, maar wel over de gevolgen van de oorlog die de Verenigde Naties voorzien. U stelt dat er sprake is van een degelijke voorbereiding op die gevolgen en verwijst daarbij naar maatregelen die de regering in haar brief noemt. Ik heb uit de brief niet gelezen dat de voorbereiding op die humanitaire gevolgen degelijk zou zijn. Terwijl er een ramp wordt voorspeld, stemt uw fractie mogelijk in met een oorlog!

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): In de brief lees ik dat er verschillende scenario’s zijn opgesteld, dat de gevolgen daarvan in kaart zijn gebracht en dat zo goed mogelijk op die gevolgen wordt geanticipeerd met de middelen die nu beschikbaar zijn. Mijn fractie vindt dat men zich dan terdege voorbereidt.

Wij waarderen het dat de minister tijdens zijn gesprek met de heer Powell heeft gewezen op de blijvende zorg voor een vredesregeling, maar uit de brief wordt jammer genoeg niet duidelijk of de Verenigde Staten ook daadwerkelijk actie zullen ondernemen. Kan de minister dit toelichten?
Uit de media heb ik begrepen dat de Nederlanders die in Israël verblijven, door de ambassade worden geregistreerd zodat zij kunnen worden gewaarschuwd als de situatie in het land te gevaarlijk wordt. Kan de minister de Kamer nader informeren over de positie van
Nederlanders die verblijven in de landen die risico lopen bij een eventuele aanval op Irak? Ik denk daarbij aan Nederlanders die in Israël verblijven, maar ook aan bijvoorbeeld degenen die zich bevinden in landen die aan Irak grenzen.

Voor mijn fractie is komende vrijdag cruciaal. Hoe luidt de rapportage van de heer Blix? Is er hoop dat Irak meewerkt en zich ontwapent onder diplomatieke en militaire druk van de internationale gemeenschap, of moet het tot een militair ingrijpen komen? De fractie van de ChristenUnie blijft hopen en bidden dat het eerste het geval zal zijn. Oorlog blijft immers het allerlaatste redmiddel voor de internationale gemeenschap om bij te dragen aan vrede in de wereld.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Irak'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari