Bijdrage debat Werkzaamheden informateur

dinsdag 04 februari 2003 16:22

André Rouvoet: Voorzitter. Als eerste betuig ik mijn dank aan de voormalige informateur voor zijn bereidheid om naar de Kamer te komen. Hij is daartoe immers niet gehouden en hij heeft ook geen verslag van zijn werkzaamheden uitgebracht aan de Kamer, maar aan Hare Majesteit de Koningin. Anders dan ministers, is de heer Donner, ook nadat hij informateur is geweest, natuurlijk niet gehouden om de Kamer inlichtingen te verstrekken. Uit het feit dat de heer Donner vanavond in vak K zit, leid ik af dat hij, voor zover hem vragen worden gesteld, ook wel iets zal willen zeggen. Als hem geen vragen worden gesteld, wordt het een heel kort debat, want naar ik heb begrepen zullen andere vragen niet of nauwelijks worden beantwoord.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Als eerste betuig ik mijn dank aan de voormalige informateur voor zijn bereidheid om naar de Kamer te komen. Hij is daartoe immers niet gehouden en hij heeft ook geen verslag van zijn werkzaamheden uitgebracht aan de Kamer, maar aan Hare Majesteit de Koningin. Anders dan ministers, is de heer Donner, ook nadat hij informateur is geweest, natuurlijk niet gehouden om de Kamer inlichtingen te verstrekken. Uit het feit dat de heer Donner vanavond in vak K zit, leid ik af dat hij, voor zover hem vragen worden gesteld, ook wel iets zal willen zeggen. Als hem geen vragen worden gesteld, wordt het een heel kort debat, want naar ik heb begrepen zullen andere vragen niet of nauwelijks worden beantwoord.

Diegenen die vanmiddag hebben gepleit voor het vaker voeren van debatten zonder bewindslieden in vak K, zijn op hun wenken bediend. Aan het einde van de avond zullen wij weten of dit een vruchtbare werkwijze zal blijken. De uitslag van de verkiezingen maakte dat een poging tot kabinetsformatie door CDA en PvdA het meest voor de hand zou liggen. Het overgrote deel van de fracties heeft in die richting geadviseerd tijdens de informatieronde. Ook de heer Zalm wees hier op. De ChristenUnie-fractie heeft, gezien de uitspraken van de heren Bos en Balkenende in de dagen voor de verkiezingen, een korte ronde geadviseerd met twee informateurs om een onderzoek in te stellen naar de vertrouwensbasis.

Het werd een verkenning met één informateur die tien dagen – en als ik de twee zondagen daarvan aftrek, acht dagen – heeft geduurd. Deze informatieronde heeft in twee opzichten resultaat opgeleverd. In de eerste plaats stelt de informateur vast in zijn verslag dat in de eerste gespreksronde door alle partijen een coalitie van CDA en PvdA, gelet op de verkie-zingsuitslag, als het meest gewenst of het meest voor de hand liggend werd aangemerkt. Dat is volgens mij winst. Ik vraag de informateur echter of deze formulering wel helemaal correct is, omdat ik heb vastgesteld dat dit niet de strekking was van alle adviezen aan Hare Majesteit. Ook de heer Zalm heeft dit vastgesteld. In ieder geval wezen de adviezen van de fracties van CDA en SGP in een andere richting.
Het tweede resultaat van de informatieronde is mijns inziens dat het gesprek tussen de voorzitters van de fracties van CDA en PvdA heeft geleid tot de conclusie dat er over en weer bereidheid is om te komen tot vruchtbare samenwerking om na de verkennende fase programmatische besprekingen te beginnen. Goed zo, dat was 22 januari al de wens van veel fracties, waaronder die van mij. Is de verkenning dan zinloos geweest? Nee, de winst wil ik onder andere zoeken in het feit dat CDA en VVD sowieso en thans ook de LPF voortzetting van de gesneuvelde coalitie ongeloofwaardig vinden. Alhoewel, als ik de heer Zalm goed beluister, begint er toch weer een opening te komen. Bovendien wordt herstel van een paarse coalitie door VVD, PvdA en D66 noch een reële, noch een wenselijke mogelijkheid geacht. Dat is voor ons een grote opluchting.

Deze fase was nodig om in ieder geval de CDA-fractie de gelegenheid te geven deze draai te maken. Dat is niet erg. Gezien de waslijst van onderwerpen die in ieder geval in het vervolg van de formatie aan de orde moeten komen, lijkt het mij van het grootste belang om met voortvarendheid zo snel mogelijk een krachtig en stabiel kabinet, dat kan werken aan sociale samenhang en harmonie, in de steigers te zetten.

Aan de onderwerpen zou veel zijn toe te voegen. Ik voeg er kortheidshalve het onderwerp biotechnologie aan toe. Wij hebben de mond vol van de medisch-technologische ontwikkelingen en dit onderwerp mag in de onderhandelingen niet ontbreken.

Ik stel geen inhoudelijke vragen over de inzet van partijen aan de heren Bos of Balkenende. Het is niet erg om af en toe een klein beetje naïef te zijn, of althans te doen alsof.

Er zijn echter wel grenzen en tegen degenen die nu op hoge toon aandringen op openheid en transparantie – ik denk aan de heer Dittrich – zeg ik: denk ook om uw geloofwaardigheid, met name als u zelf niet hebt willen doen wat u nu van anderen vraagt.

Op 24 juni 1998 heeft de toenmalige fractievoorzitter van het CDA, de heer De Hoop Scheffer, kritische vragen gesteld over de dubbelrol van demissionair minister en informateur. Hij vroeg zich af of die dubbelrol niet leidt tot een extra onderhandelingsslag in de zin dat informateurs niet slechts coördinerend en stimulerend werken, maar ook een eigen rol spelen in de onderhandelingen en daarnaast hun kabinetsverantwoordelijkheid hebben. Dat was een indringende vraag.
De heer Van Dijke, toen nog fractievoorzitter van de RPF, suggereerde in dezelfde lijn, te overwegen zo’n dubbelrol te voorkomen, waarbij een bewindspersoon die informateur wordt, het werk als bewindspersoon tijdelijk neerlegt. De heer Balkenende was toen vice-voorzitter van de CDA-fractie. Ziet hij dit nog steeds als een belangrijk aandachtspunt, of vindt hij, in zijn hoedanigheid als voorzitter van de CDA-fractie en woordvoerder in dit debat, die dubbelrol nu niet meer zo bezwaarlijk?

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari