Bijdrage debat Fraude in de zorg

woensdag 05 februari 2003 16:25

André Rouvoet: Voorzitter. Ook in onze fractie is de verontrusting en verontwaardiging over de berichten rondom fraude in de zorg groot. Ik heb weinig ambitie om te proberen de andere sprekers te overtroeven met de daaraan te verbinden kwalificaties. Veel van de eerder gemaakte opmerkingen en gestelde vragen over mogelijk oplossingen maak ik graag tot de mijne en ik wacht de reacties af.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ook in onze fractie is de verontrusting en verontwaardiging over de berichten rondom fraude in de zorg groot. Ik heb weinig ambitie om te proberen de andere sprekers te overtroeven met de daaraan te verbinden kwalificaties. Veel van de eerder gemaakte opmerkingen en gestelde vragen over mogelijk oplossingen maak ik graag tot de mijne en ik wacht de reacties af.

Ik wil mij met name richten op de vraag of de reactie van de rijksoverheid tot nu toe adequaat is geweest. Gelet op het briefje van 30 januari 2003 dat wij over deze zaak hebben ontvangen, heb ik daar wel enige aarzelingen bij. Het rapport van het openbaar ministerie verscheen in september 2001 en is in het voorjaar van 2002, tijdens het bewind van oud-minister Borst, op informele wijze bij VWS terechtgekomen. Heeft de minister van VWS hierover iets aangetroffen in het overdrachtsdossier?

De eerste zichtbare actie werd op 29 januari 2003 genomen tijdens het ambtelijk overleg. Dat betekent dat er een maand of tien zit tussen vorige week en het moment waarop het rapport is aangeleverd bij VWS. Voordat ik daaraan een kwalificatie verbind, wil ik graag weten wat er in de tussentijd is gebeurd. Tot dusverre heb ik weinig aanleiding om te veronderstellen dat er voortvarend is gewerkt en in dat licht zie ik ook het briefje. Het bevat een paar aanzetten die best verkend kunnen worden, maar het getuigt niet van veel daadkracht. Dat brengt mij bij enkele inhoudelijke opmerkingen.

Als eerste kom ik op gedeclareerde operaties in het buitenland die niet ondergaan zijn.
Gezien de maatregelen die de minister voor ogen heeft, vraag ik mij af of je met de Nederlandse wettelijke instrumenten wel greep kunt krijgen op dat verschijnsel. Dit majeure probleem zal toenemen naarmate mensen gemakkelijker de grens over gaan om gezondheids-zorg te halen. Mogelijk moeten andere wegen worden bewandeld om dit probleem aan te pakken. Zorgverzekeraars hebben de wens geuit om de naar schatting 200 notoire fraudeurs onder de verzekerden uit de verzekering te gooien. Ik ben daar niet op voorhand voorstander van, want dat lijkt mij een drastische maatregel. De vraag is ook of het wat oplost om mensen uit de verzekering te zetten, omdat zij dan overstappen naar andere ziekenfondsen of onverzekerd raken maar volgens de wet nog steeds recht hebben op verstrekkingen.

Overigens vind ik het uit de verzekering gooien iets anders dan het tijdelijk opschorten van verzekeringsrechten. Daarom legde ik die mogelijkheid ook voor aan mevrouw Arib. Zij antwoordde vervolgens dat de PvdA-fractie ertegen is om mensen uit het ziekenfonds te gooien. Volgens mij is er echter wel ruimte om verzekeringsrechten tijdelijk op te schor-ten en daarbij kan ik mij ook wel iets voorstellen. De uitvoeringstoets is, naar ik heb begrepen, daarop ook gericht. In tegenstelling tot mevrouw Tonkens vind ik een uitvoeringstoets wel degelijk heel zinvol. Ik hoor graag van de minister of zo’n toets mogelijk is binnen de wettelijke mogelijkheden, wat de nadelen zijn, of zo’n toets realiseerbaar is en wat de kosten zijn. Is de minister ook met mij van mening dat het uit de verzekering gooien van fraudeurs – wat volgens mij een minder gemakkelijk begaanbare weg is – iets anders is dan het tijdelijk opschorten van verzekeringsrechten, juist omdat er in de sfeer van verzekeringsplichten sprake is van nalatigheid en fraude?

De heer Buijs (CDA): Geldt het opschorten van verzekeringsrechten ook voor alle meeverzekerde gezinsleden?

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik heb daarover geen opvatting. Er komt een uitvoeringstoets over de mogelijkheden en onmogelijkheden en het lijkt mij een terechte vraag of opschorting ook zou moeten gelden voor meeverzekerden. Het lijkt mij geen vanzelfsprekendheid, want het is de vraag of je medeverzekerden de dupe moet laten worden van fraude door de hoofdverzekerde. Het lijkt mij dat dit tot de uitvoeringstoets behoort, maar de minister zal ons dat straks ongetwijfeld kunnen vertellen. De vraag is wat het tijdelijk opschorten van verzekeringsrechten voor consequenties heeft. Wat betekent dit voor de vormgeving van de verzekering? Ik vind het een heel briljante vraag van de heer Buijs. Mijn inschatting is dat men op het departement die briljante vondst ook al heeft gedaan. Ik had hem nog niet gedaan, maar ik geleid hem graag door.
Over het eventueel tijdelijk opschorten van verzekeringsrechten staat in de brief dat de zorgplicht jegens fraudeurs in noodgevallen uitgezonderd zou moeten zijn. Wat is de omschrijving van ’’noodgevallen’’? Een dergelijke discussie hebben wij eerder gevoerd naar aanleiding van de Koppelingswet, waarbij mensen verstrekkingen werden ontzegd. Het ging toen om illegalen; een totaal andere categorie.

Daarbij is niet gekozen voor het woord noodgevallen, maar voor de uitdrukking ’’medisch noodzakelijke zorg’’. Moeten wij aan hetzelfde denken, of gaat het hier om een rui-mer begrip? Het is altijd verwarrend om in verschillende regelingen verschillende typeringen te gebruiken. ’’Noodgevallen’’ lijkt mij een moeilijk te omgrenzen begrip. Kan de minister hieraan invulling geven? Wat is de strekking van de uitvoeringstoets in noodgevallen?

Mevrouw Tonkens (GroenLinks): U gaat alleen in op de fraude door verzekerden. Uit de rapporten komt naar voren dat de fraude door aanbieders een nog groter probleem is. Hebt u daarover een oordeel?
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Mijn laatste opmerking was daarop gericht, omdat een van voorstellen in dat verband is om tegen verzekeraars te zeggen dat zij dan maar de contracten met zorgaanbieders moeten opzeggen. Van de fraude zou 70% voor rekening komen van de zorgaanbieders. Dan moet je dus zoeken naar adequate instrumenten om dat aan te pakken, wat best lastig is. Een van de suggesties die onder meer door de minister zijn gedaan, is het opzeggen door verzekeraars van contracten met frauderende zorgaanbieders. Dat kan een route zijn. Aan de minister vraag ik: is dat het meest effectieve instrument? Ik heb geen andere, ideale, oplossingen. Wij zoeken met elkaar naar goede maatregelen om met name de fraude onder de zorgaanbieders tegen te gaan. Als dit de weg is die de minister voor ogen staat – meer houvast omtrent concrete maatregelen geeft de brief niet – biedt dit dan een oplossing? Ik heb daar aarzelingen bij. Waarschijnlijk pak je dan niet de zorgaanbieders, maar de verzekerden, die aangewezen zijn op de zorg die door die aanbieders wordt geleverd. Moeten die verzekerden dan maar een dorp of een stad verder hun medicijnen gaan halen? Ik zie aankomen dat de verzekerden de dupe worden en het in één keer zonder een gecontracteerde zorgaanbieder moeten stellen. Hoe ziet de minister dit voor zich en waarom is dit de route die hij aanwijst om de zorgaanbieders aan te pakken? Ik sta overigens open voor iedere suggestie om de fraude onder zorgaanbieders aan te pakken, waarbij het strafrechtelijke traject natuurlijk niet buiten beschouwing mag worden gelaten. Dit traject verdient de voorkeur, maar er moet dan ook aangifte worden gedaan.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Fraude in de zorg'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari