Bijdrage debat Veiligheidssituatie Afghanistan

donderdag 06 februari 2003 16:32

Tineke Huizinga-Heringa: Voorzitter. Voor de ChristenUnie gaat het vanochtend niet over de vraag of Nederland ISAF-militairen moet uitzenden dan wel of Nederland samen met Duitsland een ’’lead nation’’ moet vormen. Over deze zaken hebben wij de afgelopen maanden uitgebreid gedebatteerd; die zijn nu niet aan de orde. Voor ons gaat het vanochtend over de vraag naar de veiligheid van de Nederlandse ISAF-militairen in het licht van de toegenomen spanning rond een mogelijk militair ingrijpen in Irak.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Voorzitter. Voor de ChristenUnie gaat het vanochtend niet over de vraag of Nederland ISAF-militairen moet uitzenden dan wel of Nederland samen met Duitsland een ’’lead nation’’ moet vormen. Over deze zaken hebben wij de afgelopen maanden uitgebreid gedebatteerd; die zijn nu niet aan de orde. Voor ons gaat het vanochtend over de vraag naar de veiligheid van de Nederlandse ISAF-militairen in het licht van de toegenomen spanning rond een mogelijk militair ingrijpen in Irak.

Ik wil de minister hartelijk dankzeggen voor zijn brief. Laat ik vooropstellen dat de brief van de minister en de beantwoording van de vragen van de heer Koenders mijn fractie tot de constatering hebben gebracht dat de regering serieus bezig is met een voortdurende risicoanalyse en adequaat inspringt op veranderingen in de situatie. Dat stelt ons gerust. Daar zijn wij blij mee. Toch hebben wij nog een aantal vragen.

In het antwoord op de vragen van de heer Koenders zegt de minister dat Nederland verwacht dat de spanningen bij een militair ingrijpen in Irak binnen de marges van het huidige risicoprofiel blijven. De Duitse generaal Van Heyst heeft een paar weken geleden gezegd dat hij verwacht dat een oorlog in Irak de veiligheid van ISAF-militairen in gevaar kan brengen. Bestaat er verschil van inzicht tussen Nederland en Duitsland over de risico’s die zijn verbonden aan een militair ingrijpen in Irak?
De minister schrijft voorts dat de risico’s voor ISAF aanzienlijk zijn, maar nog steeds verantwoord. Hij noemt daarvoor een aantal redenen. Een van die redenen is het robuuste mandaat. Een woordvoerder van de defensievakbond heeft deze week juist aangedrongen op een uitbreiding van dat mandaat in verband met de veiligheid. Kan de minister een reactie geven op deze uitlating? De minister schrijft over de harde toezegging van de Verenigde Staten om ISAF-militairen te hulp te komen in noodsituaties en te helpen bij een eventuele extractieoperatie. Hij kan daar niet veel over zeggen omdat deze zaak vertrouwelijk is. Kan de minister een toelichting geven op deze vertrouwelijkheid? Wie besluit uiteindelijk dat een evacuatie noodzakelijk is? Zijn dat de lead nations of overleggen de lead nations hierover met de Verenigde Staten?

De minister is in zijn brief ook ingegaan op de relatie met Enduring Freedom en de aanwezigheid in Irak. In de antwoorden op de vragen van de heer Koenders geeft de minister aan dat er vanwege de beperkte militaire capaciteit in algemene zin verband is tussen de inzet van militaire middelen ten behoeve van andere militaire operaties zoals de operatie Enduring Freedom en een eventueel militair optreden tegen Irak. Kan deze beperkte inzet van middelen de mogelijkheid om militairen te evacueren uit Afghanistan negatief beïnvloeden?

Ten slotte sluit ik mij aan bij de sprekers die de relatie met de uitzending naar Srebrenica hebben afgewezen. Ook ik was lid van de enquêtecommissie. Ik moet eerlijk zeggen dat een vergelijking van deze twee situaties, mede gelet op de brieven en de risicoanalyse, echt niet opgaat. We houden steeds de vinger aan de pols en spelen zo goed mogelijk op de situatie in. Natuurlijk moet ook het parlement de vinger aan de pols houden, kritisch zijn en vragen stellen, maar een doemscenario – het zal wel zo gaan als bij Srebrenica – vind ik ongepast. Daarvan neem ik grote afstand.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Het lijkt wel alsof mevrouw Huizinga net zolang doorging tot ik uit mijn stoel kwam.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Dat was niet mijn bedoeling.

De heer Van Bommel (SP): Niemand heeft hier een doemscenario geschetst. Ik heb wel gewezen op drie overeenkomsten. Ziet mevrouw Huizinga die overeenkomsten ook? Ik noem: een vredesmissie in een land waar overigens oorlog is, de afhankelijkheid van derden om er weg te komen als het te onveilig wordt en de beperkte duur van zes maanden, die door de Kamer is aangegeven, waarbij de aflossing op het moment dat het fout zal gaan natuurlijk weer een probleem wordt. Deze drie overeenkomsten zijn glashelder. Omdat mevrouw Huizinga een doemscenario zo verwerpt, vraag ik haar om op die drie overeenkomsten te reageren.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Die drie overeenkomsten zijn er zeker, maar de verschillen tussen de situatie in Srebrenica en deze situatie zijn nog veel groter dan de overeenkomsten die de heer Van Bommel zojuist heeft genoemd. Ik heb de door hem genoemde overeenkomsten niet in mijn hoofd. Wellicht kan hij die nog even één voor één noemen. Dan kan ik daarop reageren.

De heer Van Bommel (SP): De eerste overeenkomst is: een vredesoperatie in een land waar verder oorlog wordt gevoerd, in een land waar geen sprake van vrede is.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): De situatie in Afghanistan is totaal anders dan die in Srebrenica. In Srebrenica hadden wij te maken met lange aanvoerlijnen en met het risico dat je afgeknepen kon worden. Dat is hier allemaal totaal niet aan de orde. Er is nu juist aandacht voor de daadwerkelijke mogelijkheid voor de militairen om weg te gaan wanneer het moeilijk wordt. Dat is een belangrijke les die wij uit de situatie in Srebrenica hebben getrokken.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Ik zal mijn overige twee punten niet meer noemen. Mevrouw Huizinga heeft gezegd dat zij de overeenkomsten op zichzelf wel ziet.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Er zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn veel groter.

De heer Van Bommel (SP): Zij ziet de verschillen in de details. Ik blijf het maar even houden op de overeenkomsten.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari