Algemeen Overleg Mond- en klauwzeer, varkenspest, gezondheidswet voor dieren

woensdag 02 april 2003 23:35

De heer Slob (ChristenUnie) constateert dat het verloop van de MKZ-crisis en de klassiekevarkenspestcrisis heeft geleerd hoe enorm belangrijk het is dat er bij alle betrokkenen volledige duidelijkheid over is, hoe er moet worden gehandeld als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt. Ook is duidelijk geworden dat consensus over en draagvlak voor de te nemen maatregelen zeer gewenst zijn. Tot op de dag van vandaag zijn er problemen te constateren die voortvloeien uit het destijds ontbreken van duidelijkheid. Helaas is er geen overeenstemming bereikt tussen de minister en de SOMCK. Ook de heer Slob acht het van groot belang dat het conflict wordt opgelost. De vraag of er echt een MKZ-besmetting in Kootwijkerbroek is geweest, zal uiteindelijk door alle betrokkenen gelijkluidend moeten worden beantwoord. Pas als men gezamenlijk een geloofwaardige streep achter het verleden heeft kunnen zetten, kan men naar de toekomst kijken. Het voorstel van de minister om het onderzoek af te blazen, lijkt geen echte oplossing. De minister is inderdaad al heel ver gegaan, maar het zou heel wat waard zijn als hij nog verder kon gaan om uit de problemen te komen.

De heer Slob vraagt vervolgens hoe het staat met de afwikkeling van de MKZ-kortingen. Hij heeft de indruk dat bij het opstellen van de draaiboeken MKZ en KVP een zorgvuldig traject is bewandeld, al zijn er blijkens allerlei brieven aan de minister nog open einden. Hoe is de minister omgegaan met de kritiek van verschillende organisaties? De heer Slob is gevoelig voor de argumenten om niet direct tot een fokverbod over te gaan, maar dit als optionele maatregel op te nemen in de draaiboeken, uiteraard onder vermelding van heldere criteria voor het moment waarop er zo’n verbod zou moeten worden ingesteld. Er is veel gedoe geweest over vaccineren en de afzet van producten van gevaccineerde dieren. In stuk 21 501-32/27 622, nr. 19, heeft de minister helder verwoord wat zijn standpunt daaromtrent is. Dat geldt ook voor het omgaan met hobbydieren, met name die waarvan vaststaat dat zij niet voor consumptie bestemd zijn en waarvoor een goed I&R-systeem bestaat. Als die dieren kunnen worden geënt tijdens zo’n crisis, zullen zij niet behoeven te worden geruimd. Het is nog lang niet duidelijk wanneer het huidige traject zal zijn afgelopen en wat het resultaat zal zijn. Er zit dan ook spanning tussen wat de minister en de Kamer willen en wat er in de praktijk mogelijk is, gegeven de Europese regelgeving. Vasthouden aan die regelgeving betekent dat er een voedingsbodem blijft voor problemen als er weer daadwerkelijk een MKZ- of varkenspestcrisis uitbreekt. Natuurlijk wordt het oplaaien van die problemen niet beoogd met het opstellen van de draaiboeken, maar als Nederland zich niet aan het Europese non-vaccinatiebeleid houdt, zullen er ook nogal wat problemen ontstaan, bijvoorbeeld als producten van geënte dieren niet op de markt kunnen worden afgezet en er daardoor ruimteproblemen ontstaan. De inzet van de minister is, maximale ruimte te creëren om te voorkomen dat dergelijke zaken ontstaan.

Het systeem van strafkortingen heeft nogal wat stof doen opwaaien en bleek in tijden van crisis zeer onrechtvaardig uit te pakken. Over het initiatiefwetsvoorstel in dezen van de heer Atsma is al een tijd niets meer vernomen. De heer Slob constateert dat de minister het kortingensysteem wil afschaffen, de handhaving van de regels wil verbeteren en zo nodig bestuursrechtelijk of strafrechtelijk wil optreden. Toch is het systeem dan nog te veel bestraffend. Er wordt weinig nadruk gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de veehouders om insleep van dierziekten te voorkomen. Het is bij dierziektepreventie van belang meteen instrumenten in te zetten die een direct beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid van de veehouder om bij de bedrijfsvoering de risico’s van besmetting zo klein mogelijk te houden en om zoveel mogelijk bij te dragen aan de bestrijding van dierziekten. Dit beroep op de eigen verantwoordelijkheid kan worden gedaan door middel van een positieve prikkel, ervan uitgaande dat iedere boer zelf het belang inziet van beperking vanrisico’s van verspreiding van dierziekten. Positief stimuleren kan door van de boeren een bijdrage aan het Diergezondheidsfonds te vragen naar de mate waarin een bedrijf een veterinair risico vormt. Iedere agrarische ondernemer betaalt dan een van tevoren vastgesteld bedrag of premie voor het Diergezondheidsfonds, een bedrag dat lager kan worden wanneer hij een jaar lang schadevrij blijft, wat in dit geval betekent, dat er dan geen overtredingen of slechts een maximaal toegestaan aantal overtredingen hebben plaatsgevonden. Nu geldt bijvoorbeeld dat er bij één tot vier overtredingen slechts sprake zal zijn van korting op de uitkeringen van 15%. Een voorwaarde is dan wel dat de differentiatie in heffingen zo groot moet zijn dat er daadwerkelijk een prikkel van uitgaat. Dat lijkt de heer Slob een rechtvaardig en positief stimulerend systeem, een soort malus-bonussysteem met een no-claimkorting. Van sturing op de bijdrage aan het Diergezondheidsfonds in plaats van op een uitkering uit dat fonds gaat ook in «vredestijd» een prikkel uit om veterinair gezien zo weinig mogelijk risico’s te nemen. Dit idee is in het verleden al eens geopperd, maar zou in de huidige omstandigheden nog eens tegen het licht moeten worden gehouden.

« Terug

Reacties op 'Algemeen Overleg Mond- en klauwzeer, varkenspest, gezondheidswet voor dieren'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari