Europese grondwet verdient wellicht een referendum

dinsdag 17 juni 2003 14:47

De Europese conventie werkt aan de totstandkoming van een Europese grondwet. Ze doet vergaande voorstellen om nationale zelfstandigheid op te geven aan de Unie. Voorafgaand aan parlementaire goedkeuring kunnen burgers van lidstaten via een referendum hun goed- of afkeuring uitspreken. In ons land dienden enkele partijen een initiatiefwetsvoorstel in voor het houden van een raadplegend referendum. André Rouvoet en Reinier Koppelaar pleiten ervoor om dit voorstel vanuit een open houding te bestuderen.

Opinie artikel van fractievoorzitter André Rouvoet en beleidsmedewerker Reinier Koppelaar

In alle openbaarheid vonden de afgelopen maanden de vergaderingen van de Europese conventie plaats, die werkt aan een Europese grondwet. Toch bleven deze voor de meeste burgers een ver-van-mijn-bedshow. Bij de Tweede-Kamerverkiezing van januari was Europa geen issue, en zelfs in het Nederlandse parlement leidde het conventieproces nauwelijks tot een levendig debat. Dat is zorgelijk, omdat de conventie, met straffe hand geleid door de Franse oud-president Giscard d'Estaing, ingrijpende voorstellen doet om meer nationale zelfstandigheid op te geven aan de Unie. De ontwerptekst stelt een Europese president en een Europese minister van Buitenlandse Zaken voor, morrelt aan de eigen commissaris per lidstaat en het vetorecht op diverse beleidsterreinen. Ook wil men de fundamentele waarden van de Europese Unie vastleggen, waarbij tot nog toe de erkenning ontbreekt van de politiek-culturele invloed van het christendom. Voelen christelijke bewoners zich straks thuis in dit "Europese huis"?

Ingrijpend
Lang kon de Europese Unie worden gezien als een economisch samenwerkingsverband van soevereine staten. Sluipenderwijs werden echter steeds meer nationale bevoegdheden overgeheveld naar het niveau van de Europese Unie, waardoor deze een toenemend politiek karakter kreeg. Het opgeven van het muntrecht door de introductie van de euro was een markante
illustratie van die ontwikkeling. Nu het verdrag wordt vervangen door een heuse grondwet, compleet met rechten en plichten van de Europese burger -iedere burger krijgt bijvoorbeeld het stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen in de plaats waar hij op dat moment verblijft- wordt opnieuw een ingrijpende stap gezet in dit proces. Wie gaat er eigenlijk over al deze stappen, nu leidend tot een Europese grondwet? De Europese conventie bestaat uit vertegenwoordigers van regeringen en parlementen van de lidstaten en van het Europees Parlement en de Commissie. Zij willen komende week een breed gedragen ontwerptekst aanbieden aan de Europese regeringsleiders, die dan in Tessaloniki voor een vergadering van de Europese Raad bijeenkomen. De lidstaten onderhandelen dan naar verwachting verder tot voorjaar 2004 een definitieve tekst wordt vastgesteld. Daarna leggen de lidstaten de grondwet ter goedkeuring aan hun nationale parlementen voor.

Volksraadpleging
In veel Europese landen zal deze parlementaire goedkeuring vooraf worden gegaan door een volksraadpleging. Dat is niet nieuw: sommige lidstaten, zoals Ierland en Denemarken, hielden bij eerdere Verdragswijzigingen een referendum. Ook is het een feit dat veel nieuwe lidstaten een referendum hielden over hun toetreding tot de EU, zoals onlangs nog Polen. In sommige landen wordt een bindend, in andere een raadplegend referendum gehouden. Het verschil tussen deze twee is dat de regering een uitspraak van de bevolking in het eerste geval niet, in het tweede geval wel naast zich neer kan leggen. Tegen een bindend referendum kan het principiële argument worden aangevoerd dat dit botst met de eigen verantwoordelijkheid van de Staten-Generaal in een vertegenwoordigende democratie. Tegen een raadplegend referendum kan het praktische bezwaar worden aangevoerd, dat het frustrerend kan werken wanneer de bevolking zijn stem heeft uitgebracht en het parlement desondanks anders beslist. In Nederland hebben enkele partijen nu een initiatiefwetsvoorstel ingediend om ook een raadplegend referendum te organiseren over de Europese grondwet. Praktisch valt dit mooi te combineren met de Europese verkiezingen in juni 2004. Het zou voor het eerst zijn dat op nationaal niveau een dergelijk referendum wordt gehouden.

Ommezwaai?
De ChristenUnie heeft zich de vraag gesteld of het vanuit christelijk-staatkundig perspectief in dit uitzonderlijke geval gerechtvaardigd zou zijn om een raadplegend referendum te houden. Het is niet geheel correct dat deze krant dit omschreef als een "ommezwaai": de christelijke staatkunde kent weliswaar een sterke voorkeur voor de indirecte, dat wil zeggen de vertegenwoordigende democratie, maar nooit hebben RPF en GPV de deur voor elke vorm van een referendum afgegrendeld. J.P. de Vries, oud-senator voor de ChristenUnie, wees er een jaar geleden in het magazine "Denkwijzer" nog op dat "in de calvinistische staatkunde zo'n principieel nee tegen referenda ook niet te vinden is. Zowel Abraham Kuyper als A. F. de Savornin Lohman achtte dit instrument in bepaalde situaties toepasbaar." Referenda hoeven niet principieel van de hand te worden gewezen als uitvloeisel van de door ons afgewezen volkssoevereiniteit. Ook R. Kuiper, voormalig directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, noemt in zijn nieuwste publicatie "Dienstbare Overheid" twee vormen van referenda, namelijk het correctief wetgevingsreferendum en het raadgevend referendum "voor de christelijke politiek acceptabel (...) aangezien de vertegenwoordigende organen niet terzijde worden geschoven en ook de uitkomst niet per definitie bindend is." Van belang is dus om af te wegen of déze situatie uitzonderlijk genoeg is voor het houden van een raadplegend referendum en over de praktische bezwaren heen te stappen.

Adviserend
Een bijkomende overweging is de parallel met de Nederlandse grondwet. Grondwetswijzigingen worden niet eerder van kracht dan na nieuwe Tweede-Kamerverkiezingen, dus nadat de kiezer zich heeft kunnen uitspreken. Bij wijziging van Europese verdragen dient een gekwalificeerde meerderheid van tweederde van het aantal leden van het parlement voor te stemmen, maar
over een nieuwe Europese grondwet is nog niets geregeld. Het is geen gekke gedachte om, parallel aan een grondwetswijziging, de kiezer hierover afzonderlijk te raadplegen, nadrukkelijk met behoud van de eigen beslissingsbevoegdheid van het parlement. Dit laatste is voor de ChristenUnie van groot belang: een referendum versimpelt ingewikkelde vraagstukken tot een ja- of neekwestie, en kan waarom niet in de plaats komen van uitvoerige behandeling in het parlement. De uitslag van het referendum kan niet meer zijn dan een advies van de burgers, dat moet worden meegewogen náást de vele andere overwegingen die een rol spelen bij het uiteindelijke stemgedrag over de voorgestelde grondwet. Er is bij ons niet plotseling sprake van groot enthousiasme voor het instrument van het referendum. Evenmin lopen we echter over van enthousiasme voor de goedkeuring van een Europese grondwet met ingrijpende staatkundige gevolgen, zonder de bevolking de kans te geven zich erover uit te spreken. We zullen het initiatiefwetsvoorstel daarom vanuit een open houding bestuderen.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari