Vragen over subsidie voor onderzoek palliatieve zorg

donderdag 03 juli 2003 22:43

Vragen van de leden Rouvoet (ChristenUnie), Kant (SP) en Van der Vlies (SGP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de subsidie voor palliatieve zorg.

Met antwoord.

Vragen van de leden Rouvoet (ChristenUnie), Kant (SP) en Van der Vlies (SGP) aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de subsidie voor palliatieve zorg. (Ingezonden 3 juli 2003)
  1. Klopt het bericht dat u de subsidie voor het onderzoek naar palliatieve zorg per eind december dit jaar geheel zult stopzetten? 1
  2. Zo ja, hoe verhoudt zich dit besluit tot uw eerdere aankondiging (kamerstuk 26800 XVI, nr. 19), dat u de negen afdelingen palliatieve zorg bij de Integrale Kankercentra (IKC’s) vanaf 1 januari 2004 structureel zult financieren? Wat was de inhoud van het voorstel van de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC), dat u bij uw besluitvorming zou betrekken?
  3. Bent u het eens met de stelling, zoals in de uitzending van Twee Vandaag verwoord door onderzoeker Van der Wal, dat er de komende jaren nog veel geld nodig is om het onderzoek naar pijnbestrijding in Nederland op peil te brengen?
  4. Verwacht u dat behaalde onderzoeksresultaten verloren zullen gaan wanneer de subsidiëring wordt stopgezet? Bent u het eens met de stelling dat vijf jaar een te korte tijd is voor weten-schappelijk onderzoek om zich voldoende te bewijzen om voor private financiering in aanmerking te komen?
  5. Wat vindt u van het gegeven dat in het buitenland het beeld bestaat dat de Nederlandse euthanasiepraktijk (meer euthanasiegevallen dan elders) samenhangt met het gebrekkige niveau van de pijnbestrijding?
1 Twee Vandaag, 30 juni jl.
 
Antwoord van staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid, Welzijn en Sport). (Ontvangen 13 augustus 2003)
  1. Ja.
    Het reeds vanaf 1998 gestarte stimuleringsprogramma palliatieve zorg is dan afgelopen. De Centra voor de Ontwikkeling van Palliatieve Zorg (COPZ’en) weten al vanaf het begin van het programma dat zij daarom eind 2003 alle nog lopende projecten moeten afronden.
  2. De COPZ’en hadden – naast het uitvoeren van onderzoek – ook ondersteunende en facilite-rende taken ten behoeve van de zorgverleners en netwerken palliatieve zorg in hun regio. Het is steeds de bedoeling geweest dat deze regionale ondersteuning en facilitering in heel Neder-land beschikbaar zou zijn voor de verdere verbetering en ontwikkeling van de palliatieve zorg; ook na afloop van het stimuleringsprogramma. De zes COPZ’en zijn echter niet landelijk dekkend. Op advies van de Toetsingscommissie COPZ en de Projectgroep lntegratie Hospicezorg heeft mijn ambtsvoorganger daarom gekozen voor het onderbrengen van de ondersteunende en faciliterende taken bij de Integrale Kankercentra (IKC’s). Dit standpunt (kamerstuk 28 000 XVI, nr. 97) heb ik in mijn brief d.d. 21 november 2002 (kamerstuk 26 800 XVI, nr. 19) overgenomen.
    Inmiddels is de overdracht van bovengenoemde taken van de COPZ’en richting de afdelingen palliatieve zorg bij de IKC’s in volle gang. Ik heb nog steeds de intentie om de negen afdelingen palliatieve zorg vanaf 1 januari 2004 te financieren. De Vereniging van Integrale Kankercentra deed een voorstel voor de financiering van de afdelingen palliatieve zorg en de regionaal specialistische consultatieteams.
  3. Ik ben het in zoverre eens met deze stelling dat voortzetting van onderzoek op het terrein van de palliatieve zorg – in de meest brede zin van het woord – in Nederland wenselijk is.
    Onderzoek naar pijnbestrijding is daar een onderdeel van.
  4. Nee.
    Eén van de taken van afdelingen palliatieve zorg bij de Integrale Kankercentra (IKC’s) zal zijn om de resultaten van de projecten van de COPZ’en in de dagelijks praktijk te implemen-teren. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het verankeren van de door de COPZ’en verworven kennis in de bij- en nascholingen en de consultverleningen palliatieve zorg, die door IKC’s worden aangeboden.
    VWS heeft de COPZ’en de gelegenheid gegeven om vijf jaar lang kennis op het gebied van de palliatieve zorg te verwerven. Zij wisten dat het stimuleringsprogramma palliatieve zorg eind 2003 zou eindigen. Het is nu de verantwoordelijkheid van de academische centra zélf – in samenwerking met de IKC’s – om de verworven kennis te verankeren en het onderzoek in de palliatieve zorg verder te ontwikkelen. Ik ben dan ook zeer verheugd dat de zes COPZ’en hun onderzoeksactiviteiten willen bundelen in een drietal Kenniscentra Palliatieve Zorg.
  5. Dat is naar mijn mening een verkeerd beeld. De palliatieve zorg, waar pijnbestrijding een on-derdeel van is, staat in Nederland op een goed peil. Mede dankzij alle maatregelen en inves-teringen die op dit terrein de afgelopen jaren zijn genomen. Ik denk daarbij bijv. aan het werk van de pijnkenniscentra, de Centra voor de Ontwikkeling van Palliatieve Zorg, de consultatie-teams palliatieve zorg en de samenwerking van zorgverleners in netwerken palliatieve zorg.
    De opmerkingen in het buitenland zijn veelal gegrond op gebrek aan kennis over hetgeen er werkelijk in Nederland omgaat, zowel ten aanzien van de palliatieve zorg als de euthanasie-praktijk. Deskundigen in het buitenland, die wel goed inzicht hebben in de stand van zaken betreffende ontwikkelingen op het terrein van palliatieve zorg in verschillende landen, geven toe dat de ontwikkelingen in Nederland snel zijn gegaan en dat er veel deskundigheid aanwezig is. Soms meer dan in verschillende andere landen. Ook tijdens het congres van de European Association for Palliative Care afgelopen april in Den Haag, is gebleken dat er veel waardering is voor de inhaalslag die Nederland heeft gemaakt op het terrein van palliatieve zorg (waaronder ook de pijnbestrijding).

« Terug

Reacties op 'Vragen over subsidie voor onderzoek palliatieve zorg'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari