Scheiding kerk en staat is geen scheiding geloof en politiek

vrijdag 15 augustus 2003 13:50

’t Was wel even schrikken toen ik van vakantie terugkwam: alle media maakten melding van het feit dat er een fundamenteel beginsel van onze rechtsstaat was geschonden! Niet mis, zo in komkommertijd…

Een ingekorte versie van onderstaand opinie-artikel is gepubliceerd in Trouw, 15 augustus 2003

Door André Rouvoet

’t Was wel even schrikken toen ik van vakantie terugkwam: alle media maakten melding van het feit dat er een fundamenteel beginsel van onze rechtsstaat was geschonden! Niet mis, zo in komkommertijd… Wat was het geval? Het Vaticaan heeft vanuit de rooms-katholieke geloofsleer stevige kritiek geleverd op het homohuwelijk en katholieke leiders opgeroepen zich tegen wettelijke erkenning ervan te verzetten.
Nu hoeft daar volgens mij niemand van op te kijken: de opvatting van het Vaticaan is sinds de parlementaire behandeling van het paarse wetsvoorstel tot openstelling van het huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht bekend. Bovendien is het homohuwelijk in ons land van zeer recente datum en was de opvatting van het Vaticaan een goeie twee jaar geleden nog stevig in onze wetgeving verankerd, net als in de rest van de wereld. Geen reden voor paniek dus.

Maar Nederland blijft een merkwaardig land. De inkt van de brief van de Congregatie voor de geloofsleer was nog niet droog of alom klonken verontwaardigde reacties. Nu gaat het mij in deze bijdrage niet om het stuk zelf, al wil ik gezegd hebben dat ik mij als protestants politicus in veel van wat daarin over het huwelijk wordt gesteld goed kan vinden. Wat opvalt is dat in tal van reacties op de opvattingen van het Vaticaan nogal onbekommerd (en vrijwel steeds onbeargumenteerd…) wordt beweerd dat hier het beginsel van de scheiding van kerk en staat geschonden zou zijn. Die bewering verdient het weersproken te worden. Niet alleen omdat ze onzinnig is, maar ook omdat een lichtvaardig en misplaatst hanteren van dit rechtsstatelijke argument niet zonder risico’s is.

Nieuw is het natuurlijk niet. Sinds de Verlichting vinden velen dat het politieke debat verschoond dient te blijven van geloofsopvattingen en religieuze overtuigingen. Nu is dat op zichzelf een legitieme opvatting, maar wel heel iets anders dan de scheiding van kerk en staat! Dit rechtsstatelijke beginsel houdt in dat de kerk en de staat te onderscheiden ambten zijn, met elk een eigen bevoegdhedensfeer, en dat de één institutioneel niet over de ander regeert. Dit beginsel verzet zich er derhalve tegen dat de staat directe zeggenschap heeft over de eigen, interne aangelegenheden van de kerk (caeseropapie), maar evenzeer dat – spiegelbeeldig – de kerk bevoegdheden die aan de staat zijn voorbehouden aan zich trekt (ecclesiocratie). Niet meer en niet minder. Wie dus stelt dat de scheiding van kerk en staat is geschonden, zal op z’n minst aannemelijk moeten maken dat óf de staat óf de kerk zich te buiten is gegaan aan het uitoefenen van bevoegdheden die aan de ander toebehoren.

Het mag duidelijk zijn dat daarvan in dit geval geen sprake is. Het Vaticaan heeft geen staatsgreep gepleegd, niet het gezag over het leger of de politie gegrepen en ook het geweldsmonopolie van de Nederlandse overheid niet doorbroken. Nee, het Vaticaan heeft – net als kort ervoor de Amerikaanse president Bush – zijn opvatting gegeven over een zeer controversieel onderwerp, te weten de openstelling van het huwelijk voor anderen dan voor wie het eeuwenlang en wereldwijd bestemd is geweest.

In de media is de vergelijking gemaakt met het Mandement van 1954, waarbij de gelovigen werd verboden om op een niet-katholieke partij te stemmen of lid van bijv. de VARA te zijn. Maar met permissie: er is hier toch geen sprake van een verbod of een kerkelijk bevel op straffe van excommunicatie? Het gaat hier om een oproep aan diegenen die de rooms-katholieke geloofsleer (zeggen te) onderschrijven. Daar lijkt mij helemaal niets mis mee.

De neiging om het beginsel van scheiding van kerk en staat zover op te rekken dat een levensbeschouwelijke argumentatie in publieke aangelegenheden er feitelijk illegitiem door wordt, is herkenbaar. Ik herinner mij uit de ‘paarse’ periode nog goed de Kamerdebatten over omstreden thema’s als de legalisering van euthanasie en – inderdaad – de openstelling van het huwelijk, waar de inbreng van een christelijke fractie als die van de ChristenUnie nogal eens leidde tot de bij interruptie gestelde vraag: ‘maar we kennen in dit land toch scheiding van kerk en staat?’ De aandrang was dan groot om te reageren met ‘ja, en?’ Scheiding van de instituties van kerk en staat betekent toch geen scheiding van geloof en politiek? Welke democraat haalt het in z’n hoofd om een ander te verbieden om geloofsargumenten of – algemener geformuleerd – levensbeschouwelijke overwegingen (mede)bepalend te laten zijn bij het innemen van politieke standpunten?

Het is dan ook verbazingwekkend dat nu ook het CDA meegaat in de tendens van secularisering van de politiek. Kunnen we over de eis van GroenLinks om de pauselijke nuntius op het matje te roepen nog onze schouders ophalen, je kijkt er als christen-politicus toch wel van op als je de reactie van de CDA-fractie onder ogen krijgt. Fractieleider Verhagen laat weten niet op de brief van de congregatie te reageren, want: “in Nederland hebben we een scheiding van kerk en staat”. Ja, en?! Helemaal curieus wordt het als eraan wordt toegevoegd dat “katholieke politici zich niet door het Vaticaan aangesproken voelen”. Je vraagt je dan wel af of die toevoeging is gebaseerd op navraag bij alle katholieke politici of dat dit een uitspraak in het kader van de fractiediscipline is… Natuurlijk heeft woordvoerster Kathleen Ferrier gelijk als ze stelt dat politici, ook rooms-katholieke, een eigen verantwoordelijkheid hebben in het vertalen van hun geloofsovertuiging naar concrete politieke stellingnamen. Maar daarvoor hoeft het beginsel van scheiding van kerk en staat toch niet in stelling te worden gebracht? Wat moeten al die katholieke kiezers, voor wie het huwelijk naar bijbels voorschrift een instelling van God voor man en vrouw is en die zich dus wél aangesproken voelen door wat de congregatie daarover heeft geschreven, nu met zo’n slappe, politiek correcte reactie? Zou het CDA van mening veranderd zijn? Of is het de vrees om coalitiepartner D66, dé voorvechter van het homohuwelijk, voor het hoofd te stoten?

Als woordvoerster Kathleen Ferrier vervolgens opgewekt stelt dat het homohuwelijk bij ons land past en het rooms-katholieke Kamerlid Ger Koopmans als zíjn antwoord aan het Vaticaan prompt in het huwelijk treedt met zijn vriend, dan rijst zo langzamerhand de vraag waarom het CDA indertijd eigenlijk tegen het wetsvoorstel over het homohuwelijk heeft gestemd.

Ik zou menen dat er geen enkele reden is om zo krampachtig en defensief te reageren als er vanuit kerkelijke kring geloofsuitspraken worden gedaan over politiek-maatschappelijk relevante kwesties. En al helemaal niet voor partijen die zeggen de inspiratie voor hun politieke visie uit het Evangelie te putten. Laten we ons er goed van bewust zijn dat een lichtvaardig gebruik van het argument van de scheiding van kerk en staat bijdraagt aan de verdere secularisering van de politiek. Scheiding van kerk en staat is in een rechtsstaat essentieel. Scheiding van geloof en politiek daarentegen is de dood in de pot voor een vitale democratie.

Mr. A. Rouvoet is voorzitter van de fractie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer

« Terug

Reacties op 'Scheiding kerk en staat is geen scheiding geloof en politiek'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari