Bijdrage debat Begroting Economische Zaken 2004

dinsdag 07 oktober 2003 22:53

Arie Slob: Voorzitter. In tijden van economische schaarste moet ook een kleine fractie economisch met haar spreektijd
omgaan. Zoals bekend, hebben wij niet veel spreektijd. Toch maak ik van de gelegenheid gebruik de staatssecretaris van harte geluk te wensen met haar zwangerschap. Hoera voor het leven!

Als we naar de begroting kijken, ontstaat er iets minder een juichstemming. De economische tik die ons land krijgt sinds 2001 heeft het departement van Economische Zaken wakker geschud uit ’’de zelfgenoegzaamheid van de jaren negentig’’, zo staat in de begroting. Dat betekent exit nieuwe economie. EZ bepleit nuchterheid: er moet een mentaliteitsverandering komen, waarbij ondernemingen, organisaties en overheid een veel ree¨ ler beeld krijgen van hun rechten en plichten. Prachtig, maar het departement holt toch wel weer achter een nieuwe trend aan: innovatie. De begroting staat er bol van! Dat hoeft op zich niet verkeerd te zijn, maar wij hebben wel de indruk dat veel beleidsinstrumenten, hoewel afgeslankt, in de kern toch intact blijven. De oude WBSO bijvoorbeeld wordt zelfs uitgebreid. Wat verandert er wezenlijk in het instrumentarium van de minister?

Alle goede woorden over innovatie ten spijt, is de realiteit dat veel productieafdelingen de poorten sluiten of naar het buitenland vertrekken. Recent was dat nog het geval met Van der Giessen-de Noord, waar ik als kleine jongen met open mond stond te kijken hoe de schepen van de helling af naar beneden kwamen. Fantastisch was dat! Maar het is over en uit. Wil de minister eens reageren op pleidooien van onder meer de voorzitter van FME/CWM en de topman van Siemens, eerder dit jaar, voor een
volwaardig industriebeleid? Deze commentatoren wezen erop dat Nederland te luchthartig haar industriële erfgoed in de uitverkoop gooit. De zachte dienstensector kan immers niet bestaan zonder de toeleveringsrelaties met de harde ’’maakindustrie’’. Zou het geen goed tegenwicht aan de innovatiebrief bieden als Economische Zaken weer eens een echte industriebrief uitbracht?

Over de scheepsbouwindustrie vraag ik de staatssecretaris, of zij bereid is om de tijdelijke regeling ordersteun scheepsbouw uit te breiden, als blijkt dat sommige aanvragen wegens budgettaire krapte moeten worden afgewezen, hoewel zij wel binnen de criteria zouden passen. Zoals bekend, hebben we daar zo’n 60 mln euro voor, waar de aanvragen mogelijkerwijs overheen gaan. Wij vragen de staatssecretaris of daar welwillend naar gekeken wordt.

Het afgelopen jaar werden Nederland en Europa opgeschrikt door stroomuitval en ontploffende gasleidingen. Deelt de minister mijn indruk dat de energiesector in heel Europa kwetsbaarder is geworden, zowel door tekorten aan reservecapaciteit, als door gebrekkig onderhoud? Ik neem er met waardering kennis van dat deze minister van Economische Zaken de risico’s van marktwerking bij netwerksectoren serieus neemt. Tegelijk klinkt hier en daar toch het drammerige marktwerkinggeloof weer door. Ik citeer uit de begroting: ’’De consument moet geprikkeld worden om zijn positie als volwaardige marktpartij op te eisen.’’ Dit is toch wel een beetje de omgekeerde wereld. Marktwerking was er toch voor de burger, en niet andersom? Bovendien is mijn indruk dat het probleem niet bij de consument, maar bij de netwerkbedrijven ligt. Als je bij een kabelexploitant of bij een energieleverancier probeert je volwaardige marktpositie op te eisen, is dat een recept voor een hoge bloeddruk en een dito telefoonrekening. Laat bedrijven eerst hun serviceniveau op orde hebben, voordat de consument wordt geprikkeld. Voor de ChristenUnie gaan kwaliteit en leveringszekerheid voor de consument dan ook boven de keuzevrijheid tussen aanbieders. Goed onderhoud aan de netwerken is daarvoor cruciaal. Ik constateer dat de DTE voornamelijk achteraf zal kunnen ingrijpen bij taakverwaarlozing van de netbeheerder. Voelt de minister er niets voor om netwerkbedrijven te verplichten, een financiële reserve te creeëren voor onderhoud en investeringen?

Het toekomstig regionaal economisch beleid dreigt in te zetten op de Randstad, terwijl de economisch zwakkere regio’s worden verondersteld zich daaraan op te trekken. Zou de staatssecretaris deze veronderstelling eens willen onderbouwen? De ChristenUnie maakt zich in dit licht met de drie noordelijke provincies zorgen over de uitvoering van de Langmanafspraken na 2006. Het Kompas voor het Noorden werkt goed, volgens het evaluatieonderzoek. Ik nodig de staatssecretaris uit om ook na 2006
middelen beschikbaar te stellen om de afspraken tot 2010 te kunnen uitvoeren, zodat men voortaan in het Noorden kan spreken over de ’’Van Gennipgelden’’!

(...)

Staatssecretaris Van Gennip: Ik wil hierbij een aantal misverstanden uit de weg helpen. De gebiedsgerichte economische perspectieven zijn geen Randstadvisie op de economie. Ook is het niet zo dat wij het noorden opgeven. Integendeel, ondanks de forse bezuinigingen komt het kabinet de afspraken met het noorden tot 2006 na. Dit lijkt mij iets waar men in het noorden de handen voor mag dichtknijpen. Wij vinden het op dit moment domweg te vroeg om nu al besluiten te nemen over de financie¨ le inzet in 2007 en daarna. Laten wij eerst maar eens meer duidelijkheid krijgen, bijvoorbeeld over de besluitvorming over de Europese structuurfondsen na 2006.

Arie Slob: De in 2000 met het noorden gemaakte afspraken hadden natuurlijk al 2010 als perspectief, ook al waren zij met name financieel tot 2006 ingezet. Dan is het toch niet vreemd dat de noordelijke provincies nu graag duidelijkheid willen hebben over de meerjarige perspectieven die zij aan het ontwikkelen zijn: committeert de regering zich financieel ook nog voor de periode na 2006?

Staatssecretaris Van Gennip: Als ik in een onderhandelingspositie zou zitten, zou ik, zelfs als de desbetreffende periode nog een aantal jaren verwijderd zou zijn, ook hard roepen dat ik van alles wil, maar wij zijn gewoon nog in gesprek. Het is op dit moment echt te vroeg om toezeggingen te doen. Daarvoor spelen er te veel factoren mee.

Arie Slob: De Kamer vraagt op dit moment ook geen keiharde toezeggingen in klinkende munt, maar het is wel van belang dat de regering zich ook na 2006 financieel wil committeren aan de Langman-afspraken die voor de drie noordelijke provincies zijn gemaakt. Ik denk dat u daar toch een duidelijke uitspraak over kunt doen.

Staatssecretaris Van Gennip: Financieel commitment noem ik klinkende munt; daar is het te vroeg voor. Wij zijn gewoon bezig met het uitzoeken van een aantal dingen. Daarop volgt op een gegeven moment weer een gesprek met het noorden.

Mevrouw Gerkens (SP): Mag ik uit de beantwoording concluderen dat het eerder in de media verschenen bericht waarin u zei dat het geld niet meer voor het noorden nodig is, maar beter naar de economische gebieden kan gaan waar het al goed gaat, onzin is en dat u zeker nog zult bekijken wat u voor deze provincies nog in uw portemonnee hebt?

Staatssecretaris Van Gennip: Los van het wel of niet juist zijn van de berichtgeving in de pers, het discussiedocument, gebiedsgerichte economische perspectieven, gaat uit van kansen. Waar kan elke euro zo kostenefficie¨nt mogelijk worden ingezet? Wij hebben nu eenmaal een beperkt budget en wij zullen dan ook moeten kiezen. Wij willen graag kiezen voor sterktes die straks onze internationale concurrentiekracht zo goed mogelijk kunnen waarborgen.

Mevrouw Gerkens (SP): Dat zijn wel veel woorden, maar geen duidelijk antwoord op mijn vraag. Gaat de staatssecretaris nu tweedeling volgen of kijkt zij ook nadrukkelijk naar gebieden die een extra impuls nodig hebben?

Staatssecretaris Van Gennip: Het is wat lastig om u een concreet antwoord te geven als het gaat om de gebiedsgerichte economische perspectieven, omdat dit document nog in het kabinet moet worden besproken. Het is op dit moment een discussiestuk met de verschillende bestuurlijke lagen. Iemand daaruit heeft bedacht dat hij dat maar eens in de krant moest zetten, maar het is in ieder geval nog geen kabinetsstandpunt. Het is dus moeilijk om te zeggen wat er nu wel of niet in komt te staan. De filosofie gaat in ieder geval over kansen!

De heer Van der Vlies (SGP): Juist als er geen kabinetsstandpunt is, is het kabinet gehouden om afspraken na te komen. Wij hebben toch ook beleid gehad dat regio’s die helaas te weinig kansen tot ontwikkeling wisten te brengen of zich kansen zagen afgenomen een herkansing kregen? Dat is toch ook regionaal beleid?

Staatssecretaris Van Gennip: Ik ga ervan uit dat elke regio zijn sterke kanten heeft en dat elke regio dus wel iets zou moeten kunnen doen. Het is alleen de vraag of je die nu zo schaarse euro inzet voor iets dat veel opbrengt en wat sterktes en kansen zijn of voor iets waarmee een achterstand wordt ingelopen. Over het antwoord op die vraag denken wij nu na.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Begroting Economische Zaken 2004'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari