Bijdrage debat Begoting Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit

woensdag 29 oktober 2003 18:59

Arie Slob: Voorzitter. De landbouw heeft het moeilijk. Verschil-lende collega’s hebben daar vandaag op gewezen. Het percentage landbouwers dat het mini-mumgezinsinkomen niet haalt, groeit met het jaar. Dat baart ook de fractie van de ChristenUnie zorgen. Het is absoluut noodzakelijk dat er perspectief is en blijft voor de land-bouw. Met name voor jonge agrariërs moet het weer mogelijk zijn, de uitdaging te kunnen aangaan om op een maatschappelijk verantwoorde wijze het boerenbestaan op te pakken om zo evenals voorgaande generaties weer drager van landschap te kunnen worden. Dit betekent dat onnodige drempels moeten worden weggenomen. In dat opzicht zijn wij blij met het akkoord dat bereikt lijkt te zijn over de voortzettingswaarden in het kader van de bedrijfsovername. Dat hebben wij in ieder geval uit de pers vernomen. Wij zouden, tegen de tijd dat het kan, daarover graag verder geïnformeerd worden.

Ik ben zeer geïnteresseerd in de voorzet die de heer Koopmans heeft gegeven om iets te doen voor de jonge boeren. Wij wachten af waarmee hij gaat komen. Het zag er in eerste instantie echter goed uit. Nogmaals, als wij drempels weg kunnen nemen die er niet hoeven te zijn, moeten wij dat gewoon doen. De minister heeft in de afgelopen weken van zich doen spreken met de door hem gesignaleerde dubbelhartigheid van de burger en de consument. Ook anderen hebben daarop al gewezen. De roep van de burger om duurzaamheid en dier-vriendelijkheid is duidelijk. De weigering van de consument om duurzame, diervriendelijke producten te kopen, betitelde de minister als ’’je reinste hypocrisie’’. De vraag is of het moreel appèl, dat wij onderschrijven, gepaard kan gaan met passende maatregelen. Wij zouden heel graag daarin verder willen komen. Het appèl is namelijk in de afgelopen jaren al veel vaker uitgegaan. Deze vraag wordt urgenter nu er een prijzenoorlog is uitgebarsten tussen de grote supermarkten in ons land. Vandaag is die oorlog een nieuwe fase ingegaan. Keer op keer blijkt dat de supermarkten de machtigste schakel in de keten vormen, al ontmoet de detaillist bij de vaste kruideniersproducten van de A-merken ook machtige fabrikanten die zich niet zomaar onder druk laten zetten door bijvoorbeeld Albert Heijn. Met betrekking tot producten zoals zuivel, vlees, groenten en fruit ligt dat wat anders. Bij deze producten is de link tussen de supermarkt en de primaire producent veel directer aanwezig. Aangezien de pri-maire producent de zwakste schakel in de keten blijkt te zijn, en ondanks de ’’countervailing power’’ van de diverse afzetcoo¨ peraties, lijkt het gevaar op lange termijn aanwezig dat de effecten van deze prijzenoorlog mede worden afgewenteld op de primaire consument.

Wij hebben niets tegen enige prijzenconcurrentie. De consument kan daar beter van worden. In deze economisch moeilijke tijden is dat natuurlijk mooi meegenomen. Het moet echter wel een eerlijke strijd zijn. De vraag is of dat nu het geval is. Ligt er niet een taak voor de overheid om te zorgen voor evenwichtige machtsverhoudingen in de samenleving en voor rechtvaardige prijzen? Ik zeg dat met nadruk met het oog op prijzen voor zuivel, vlees, groenten en fruit. Moeten wij niet verbieden dat daarmee gestunt mag worden?

Naar aanleiding van de inconsistentie in de rollen van de mens als burger en als consument en naar aanleiding van de door de grote supermarktketens ontketende prijzenoorlog stel ik de minister de volgende vragen. De verdeling van de marktmacht in de agroketen is al jarenlang een zorgelijk punt. Het gevolg van die onevenwichtigheid in marktmacht is een onevenwichtige  verdeling van de marges in de keten.

In het verlengde daarvan heb ik de volgende vraag. Onder meer Albert Heijn is een van de grote drijvende krachten geweest achter het certificeringssysteem EurepGap. Dat valt te prijzen. Mede hierdoor is EurepGap een groot succes aan het worden. Zelfs de Europese Commissie heeft zich er lovend over uitgelaten. Dat betekent dat boeren enkel en alleen pro-ducten kunnen leveren als zij EurepGapgecertificeerd  zijn. Dat brengt met zich dat zij aan een aantal duurzaamheidscriteria moeten voldoen. Een staaltje dus van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het wrange is echter dat het de boeren geen cent extra oplevert. De supermarkt eist een perfect maatschappelijk verantwoord geproduceerd product, maar is niet bereid om een kostendekkende prijs te betalen. En dan nu ook nog een prijzenoorlog. Dat is bepaald geen staaltje van maatschappelijk verantwoord ondernemen van deze grote super-marktketens. Ik vraag de minister of het in een certificeringssysteem zoals EurepGap niet mo-gelijk is om bepaalde ’’fair trade’’-normen af te spreken. Is het niet hoog tijd dat de overheid prikkels in het systeem inbouwt, zodat de consument zijn verantwoordelijkheid gaat nemen?

Wij denken aan het nemen van fiscale maatregelen, zodat de prijsvorming ree¨ ler wordt. In het verleden is dat vaker geopperd. Wij weten dat het lastig ligt. Het is echter niet helemaal uitgesloten dat het mogelijk is. Ik doel op een laag btw-tarief op duurzaam geproduceerde producten en een hoog btw-tarief op niet-duurzaam geproduceerde producten om de consumenten te prikkelen. Recent is er een heel interessant voorstel gedaan door LEI-econoom Van Brughem, die duurzaamheidspunten wil verwerken in de streepjescode van de producten. Via die duurzaamheidspunten krijgt de consument kortingen van de detaillist, die de detaillist vervolgens bij de overheid kan declareren, bijvoorbeeld tegelijk met de btw-verrekening. Wij zoeken kortom naar mogelijkheden om in het debat verder te komen. Wij moeten creatief denken. Wij moeten ook proberen om de beperkte marges te benutten. Over de EHS en de reconstructie is vanmorgen reeds uitvoerig gesproken.

In de begroting staat dat de realisatie van de doelstellingen van de EHS in 2018 van vitaal belang zijn. Wij zijn dat van harte met de minister eens en staan achter de omslag van verwerving naar beheer, zolang die omslag werkelijk van de grond komt. Wat ons betreft mag heel nadrukkelijk ingezet worden op dat beheer. Ik onderstreep de betogen van degenen die daarover hebben gesproken; de landbouwers die daarmee aan de slag willen, moet een meerjarig perspectief worden geboden. Zij stappen er anders natuurlijk niet in.

Over het afgesloten landbouwakkoord op Europees niveau stel ik de volgende korte vragen. Volgens het Regiebureau POP kan Nederland een groter beroep doen op Europese gelden voor plattelandsontwikkeling, de zogenaamde ’’POP-gelden’’. Zal de minister daar gebruik van maken?

Wij weten dat in het verleden een flink bedrag aan gelden is blijven liggen. Dat geld is dus gewoon weg. Hoe wil de minister dat geld gebruiken? Wij menen dat het geld goed gebruikt kan worden voor de compensatie van boeren die problemen hebben bij de bedrijfsvoering door bijvoorbeeld hoog water of de vogel- en habitatrichtlijn.

Er is ook al veel gezegd over de modulatie. Wij schatten in dat extra geld kan vrij-komen. Wij zien graag dat dit gebruikt wordt voor de plattelandsontwikkeling. Dat kan vanaf 2005 worden ingezet. Een belangrijk punt van dit kabinet, dat terugkomt in de begroting, is de vermindering van de regeldruk en de administratieve lasten. Wij proberen daar ver in mee te gaan maar de zorgvuldigheid staat voorop. Laten wij in dit verband nog eens goed kijken naar het kabinetsvoorstel rond het Honden- en kattenbesluit. Regels die wij niet kunnen handhaven en niet nodig zijn, moeten geschrapt worden.

Laten wij echter niet alles in een keer overboord zetten. Ten aanzien van het verminderen van de regeldruk hadden wij natuurlijk gehoopt dat op het punt van de mestwetgeving een behoorlijke slag zou kunnen worden geslagen. Hoe realistisch is dat nog in het licht van de recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie?

Tot slot spreek ik onze waardering uit voor de inzet van de minister op het punt van de ethisch verantwoorde landbouw. Wij steunen hem in zijn onverminderde inzet voor afschaffing van het Europese non-vaccinatiebeleid. Ook het opstarten van een debat over de toekomst van de intensieve veehouderij is een goed initiatief. Er dient echter niet alleen fundamenteel te worden nagedacht. Uiteindelijk moeten keuzes gemaakt worden. Het primaat daarvoor ligt bij de politiek.

In dat opzicht zijn wij benieuwd hoe de minister, nu hij zijn ronde door Nederland heeft gemaakt, daarmee verder gaat. Misschien kan hij morgen een tipje van de sluier oplichten.

De heer Koopmans (CDA): De heer Slob spreekt zich uitdrukkelijk uit over de modulatie, de middelen die vanaf 2007 beschikbaar komen. Hij spreekt zich niet uit over de mogelijkheid om de 10% en 30% zuivelenveloppen rechtstreeks in te zetten voor de boer.

Arie Slob: Ik heb in mijn opmerkingen over de modulatie nadrukkelijk aangegeven, dat de vrijgekomen gelden voor de landbouw moeten worden ingezet. Dat signaal geef ik ook af in de richting van de minister. Dat is volgens mij gelijk aan hetgeen u gezegd hebt.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari