Bijdrage debat Europees Stabiliteitspact

donderdag 27 november 2003 17:01

André Rouvoet: Voorzitter. De gebeurtenissen van de afgelopen week hebben fundamentele vragen opgeroepen waarover vandaag zeker niet het laatste woord zal worden gesproken. Is het Stabiliteits- en Groeipact dood? Wat betekent het schenden van de begrotingsafspraken door Duitsland en Frankrijk voor de onderhandelingen inzake de Europese grondwet? Sommigen pleitten de afgelopen weken zelfs voor afschaffing van de euro. Terugkeer naar de gulden zal ik vandaag niet bepleiten, maar die wordt wel steeds aantrekkelijker, moet ik zeggen.

Ook de ChristenUnie heeft waardering voor de inzet van onze minister van Financie¨n in zijn strijd tegen veronachtzaming van de Europese begrotingsafspraken. Hij kreeg onvoldoende steun. Namens de ChristenUnie heb ik meermalen ook in dit huis gezegd dat Nederland in zijn begrotingsbeleid geen Gekke Henkie van Europa moet willen spelen door strakker in de leer te zijn dan het pact vraagt. Zie hier twee lidstaten die ook wat de harde afspraken zelf betreft, vastbesloten zijn om geen ’’Dumme Heinrich’’ of ’’Henry le Fou’’ te zijn.

De vrees is al vaker uitgesproken: binnen de Europese Unie zijn alle landen gelijk, maar sommige zijn toch meer gelijk dan andere. Het Financieele Dagblad gaf een mooie typering van het gedrag: een sterk staaltje van gezamenlijk Duits-Frans opportunisme en nationalisme. Met deze gang van zaken is een gevaarlijk precedent geschapen: grote EU-lidstaten kunnen zich ongestraft aan de afspraken onttrekken. Bindende afspraken zijn dan gedegradeerd tot een politiek instrument. Dat is ook in de richting van de landen die volgend jaar gaan toetreden een zeer slecht signaal. Nederland kreeg uiteindelijk slechts steun van Spanje, Oostenrijk en Finland.

De heer Vendrik (GroenLinks): De heer Rouvoet zei daarnet dat de terugkeer naar de gulden wat hem betreft steeds aantrekkelijker wordt. Hoe aantrekkelijk vindt hij de terugkeer naar de oude situatie dat de president van De Nederlandsche Bank, nu de heer Wellink, feitelijk uitvoert wat er in Duitsland wordt besloten?

André Rouvoet: Ik wil het nu niet over de rol van de heer Wellink hebben. U kent ons stemgedrag indertijd bij de invoering van de euro. Wij waren daar niet voor. Als het deze kant opgaat waarbij grote lidstaten ongestraft afspraken kunnen schenden met alle gevolgen van dien voor de euro en het hele monetaire beleid van de Europese Unie, dan doet dit mij steeds meer terugverlangen naar de tijd dat wij zelf over onze gulden gingen. Dat is de boodschap van mijn verhaal.

Nederland kreeg dus maar betrekkelijk weinig steun, uiteindelijk slechts van Spanje, Oostenrijk en Finland. In eerste instantie leek er steun van meer landen te komen. Na een aantal één-op-één gesprekken met het Italiaanse voorzitterschap viel een aantal medestanders af. Heeft de regering inzicht in wat de vertegenwoordigers van die landen heeft doen besluiten over te lopen naar ’’het andere kamp’’?

Met anderen vraag ik naar een waardering van de rol van het Voorzitterschap en van de rol van Luxemburg. Ik heb uit sommige commentaren begrepen dat dit land een sleutelrol heeft vervuld. Opvallend vind ik ook het zich wijzigende standpunt van Belgie¨ . Dit valt met name op, omdat wij daarmee vaak samen optrekken. Als dat nu ook het geval was geweest, zou die noodzakelijke extra stem binnengehaald zijn. Is er zicht op waarom het deze keer niet is gelukt om samen op te trekken?
Kortheidshalve vraag ik wat het gevolg kan zijn van het stappen naar het Europese Hof van Justitie. Ik steun het doen van die stappen, maar vraag ook wat de mogelijkheden zijn en waartoe dat volgens de regering dan zou moeten of kunnen leiden.

Op de langere termijn spelen echter grotere vraagstukken. Het opzij schuiven van het Stabiliteitspact brengt, aldus de ECB, ernstige gevaren met zich, niet alleen voor het onderling vertrouwen tussen de lidstaten, maar ook voor het vertrouwen in de financiële gezondheid en stabiliteit van Europa als geheel. Ik zeg het de ministerpresident na: 25 november 2003 was geen goede dag voor Europa. Dat geldt in allerlei opzichten. Toch moet, zo zeg ik in aansluiting op mijn eerdere opmerkingen, de Nederlandse regering zich niet willen afsluiten voor een breder debat over de toekomst van het pact. Ik verwijs maar weer eens naar uitspraken van de econoom Bovenberg. Aan de ene kant pleitte hij voor handhaving van het pact om begrotingsdiscipline te exporteren naar Zuid-Europese lidstaten, maar aan de andere kant zag hij er geen been in om de rigide grens van 3%, die in economisch slechte tijden remmend werkt op de groei, ter discussie te stellen.

De Franse minister van Financiën, Francis Mer, heeft gisteren gepleit voor een herziening van het pact op een rustiger moment. Hij dacht aan 2005 en legde een verbinding met het aantreden van de nieuwe Europese Commissie. Hoe oordeelt de regering over zo’n herziening, bijvoorbeeld over twee jaar? Wat zal dan haar inzet zijn na de gebeurtenissen van deze week?

De heer Vendrik (GroenLinks): Het zou mij als muziek in de oren klinken als de heer Rouvoet zou zeggen voorstander te zijn van een initiatief van de regering om een grondig debat te voeren over de inrichting van het Stabiliteits- en Groeipact.

André Rouvoet: De heer Vendrik weet dat wij van mening zijn dat de 3% moet worden gehandhaafd nu die afspraak eenmaal is gemaakt. Toch lijkt het mij verstandig dat de regering zich voegt in het voorstel van de Franse minister om er op een rustiger moment over te spreken. Op welke termijn dat moet, laat ik even in het midden, maar dan kan worden bezien of een meer genuanceerde aanpak wenselijk is waarbij in tijden van economische teruggang niet aan die keiharde grens van 3% hoeft te worden vastgehouden. Maar zolang de afspraak bestaat, moet worden vastgehouden aan de 3%. Ik ben er echter wel voor om in te haken op het voorstel van Frankrijk. Als mijn woorden de heer Vendrik als muziek in de oren klinken, heb ik vandaag weer een goede daad verricht.

De heer De Grave (VVD): Wat de heer Rouvoet zegt, klinkt heel redelijk. Kan hij zich echter verplaatsen in mijn twijfel dat dit kan leiden tot een volgende discussie over de normen? Nu is 3% rigide, maar een andere norm kan Frankrijk en Duitsland ook niet goed uitkomen. Dan is die norm weer rigide. Mijn zorg is dat normen worden opgerekt als een percentage een land niet goed uitkomt.

André Rouvoet: Ik heb niet begrepen dat de Franse minister pleit voor een nieuwe rigide norm. Het lijkt mij dat eens nagegaan moet worden of in tijden van economische recessie niet een andere benadering moet worden gekozen die het mogelijk maakt een ander percentage als grens te kiezen. Zo’n grens kan immers remmend werken op de economische groei. Daar hadden en hebben wij verschillende opvattingen over, maar ik zoek niet naar een nieuwe rigide norm. Ik pleit er alleen voor dat de regering inhaakt op het voorstel van Frankrijk om verschillende normen te hanteren in goede en slechte tijden.

De heer De Grave (VVD): Hoe kan worden voorkomen dat na die discussie opnieuw wordt gezegd: de afspraak die wij nu hebben gemaakt is ook weer rigide en moet derhalve wat soepeler worden geïnterpreteerd? Het is goed denkbaar dat men zich in de nieuwe situatie opnieuw niet houdt aan de gemaakte afspraken en daar maak ik mij zorgen over.

André Rouvoet: Ik kan mij verplaatsen in de twijfels van de heer De Grave, maar ik deel ze niet. Hij heeft natuurlijk meer ervaring met het schenden van afspraken dan ik. Er zijn altijd wel coalitiepartijen die afspraken schenden en dan wordt ook weleens de vraag gesteld of men zich wel aan de nieuwe afspraken gaat houden. Het ligt voor de hand dat de heer De Grave daar iets meer moeite heeft dan ik.

Het vertrouwen van burgers in de Europese samenwerking zal er door de gebeurtenissen van deze week niet beter op geworden zijn. Dat zal ongetwijfeld ook zijn doorwerking hebben op het nationale referendum over de Europese grondwet. Landen die wel de lusten van de Europese samenwerking willen (de euro), maar niet de lasten (het inleveren van monetaire soevereiniteit) verzwakken het Europese bouwwerk. Blijkbaar accepteren grote lidstaten het niet dat anderen bij de kern van hun soevereiniteit dreigen te komen. En daarom is de ChristenUnie zo beducht voor de ontwikkeling die we nu kunnen waarnemen bij de besprekingen over de Europese grondwet. Ik doel nu op een Europa van de grote lidstaten. De ontwikkelingen van deze week tonen aan dat het eigenbelang van die lidstaten uiteindelijk doorslaggevend is.

Duidelijk is wel dat het Nederlandse streven naar behoud van vetorecht op de meerjarenbegroting van de Europese Unie des te noodzakelijker is geworden. Bij de besprekingen van de Europese grondwet komt dit ongetwijfeld nog uitvoerig terug. Ook op dit punt lijkt er te weinig steun van andere lidstaten te zijn. Hoe denkt de regering op dit punt te bereiken wat de afgelopen week niet is gelukt, te weten steun in de onderhandelingen om te bereiken dat aan deze Nederlandse wens tegemoet wordt gekomen?

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Europees Stabiliteitspact'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari