Algemeen Overleg Inkomenspositie chronisch zieken en gehandicapten

woensdag 03 december 2003 11:20

André Rouvoet: Voorzitter. In diverse debatten heb ik al aangegeven dat het mijn fractie erom gaat dat de meest kwetsbare groepen niet onder een sociaal aanvaardbaar minimum terecht komen en een onevenredig groot koopverlies lijden als gevolg van de opeenstapeling van allerlei maatregelen. Tijdens de algemene politieke beschouwingen heb ik een motie ingediend met die strekking, maar die kreeg niet de steun van de coalitiepartijen. In die motie werd met zoveel woorden uitgesproken dat mensen niet door de bodem mogen zakken. Dat is nog steeds de inzet van mijn fractie.

Het is onaanvaardbaar dat chronisch zieken en gehandicapten – in het bijzonder degenen onder hen die toch al in de laagste inkomenscategorieeën vallen – er meer dan 1% in koopkracht op achteruitgaan, dus meer dan het generieke beeld dat tot begin deze week werd gepresenteerd.  Ik verwijs in het bijzonder naar de uitspraken van de ministerpresident in Eerste en Tweede Kamer. De boodschap in de brief van de minister-president is: dit is geen nieuw beeld, het is alleen wat gespecificeerd. Tot nu toe was het beeld dat de marge tussen 0 en min 1% zit en dat er voor de uitschieters compensatie wordt geboden. Dat was de letter-lijke boodschap in Eerste en Tweede Kamer, ik heb de citaten bij mij. Betekent de brief van de minister-president, gevoegd bij de brief van de minister van SZW, dat het kabinet al die tijd geweten heeft dat 200.000 mensen in de categorie chronisch zieken en gehandicapten er 2 tot 5% op achteruitgaan? Maar je kunt toch niet spreken van 200.000 uitschieters? Als de ministerpresident dit al die tijd al wist – want dit is geen nieuw beeld – maar nu zegt dat hij het wat verder heeft gespecificeerd, schrik ik daar erg van, want dan had dit ander gepresen-teerd moeten worden en had hij die toezegging over de marges voor zich moeten houden.

Ik schrik ook van de laatste brief van de minister van Sociale Zaken, niet alleen vanwege de puntenwolk en het grote koopkrachtverlies, maar ook vanwege de kennelijk geruststellend bedoelde mededeling aan het einde van de brief dat ’’koopkrachtverlies van meer dan 5% erg weinig voorkomt’’. Dat mag waar zijn, maar wij spraken tot nu toe over een koopkrachtverlies van maximaal min 1. Als de nieuwe norm plotseling min vijf is geworden en er wordt gezegd dat dit gelukkig weinig voorkomt, zijn wij een heel eind achteruit geboerd. Dit is in ieder geval voor mijn fractie geen geruststellende mededeling.
Ik heb alle begrip voor bezuinigingen en mijn fractie hecht veel belang aan gezonde overheidsfinanciën, maar nu is een sociale grens bereikt. Dit is een morele kwestie voor ons. Wij mogen niet accepteren dat er een substantiële groep ver onder de min 1 zal zakken.

Ik vind dat de benadering van het kabinet op twee punten niet deugt. Wij hebben het niet over statistieken, maar over mensen met reële problemen als gevolg van een opeenstapeling van beleidsmaatregelen. Ik kan dit niet verkopen aan mensen. Ik kan niet zeggen: u valt nu eenmaal in een categorie die helaas hard getroffen wordt, maar uw geval komt statistisch zo weinig voor dat dit geen gevolgen kan hebben voor het beleid. Ik kan ook niet zeggen – wat ik bij sommige woordvoerders hier aan tafel proef –: u gaat er weliswaar 5 of 6% op achteruit, maar tegenover uw geval staan heel veel mensen die er 5% op vooruitgaan. Welke van de bewindspersonen zou dit aan betrokkenen durven zeggen?

Wij zijn de afgelopen weken door heel veel mensen benaderd, bijvoorbeeld door mensen met een uitkering van 800 of 900 euro die er 5 of 6% op achteruitgaan. Zij hebben niets aan de boodschap dat er gelukkig ook mensen zijn die er 5% op vooruitgaan. Zij zien zich gesteld voor de vraag hoe zij de winter moeten doorkomen en op welke kosten zij nog verder kunnen bezuinigen, of dit nu stookkosten zijn of kleding. Die vragen krijgen wij en ik neem aan de collega’s ook. Ik heb dan niets aan statistieken.

Mevrouw Verburg (CDA): Ik ken de heer Rouvoet als een man die graag man en paard noemt. Hij zegt dat er woordvoerders zijn die zeggen: er zijn weliswaar mensen die er 5% op achteruitgaan, maar dat is geen probleem, want er zijn ook mensen die er 5% op vooruitgaan. Nu wil ik ook graag man en paard horen.

André Rouvoet: Ik heb niet gezegd dat er woordvoerders zijn die zeggen: het is geen probleem, want... De heer Weekers bijvoorbeeld heeft echter wel gezegd dat wij goed moeten zien dat de koopkrachteffecten verschillen, er zijn mensen die erop achteruitgaan, maar er zijn ook mensen die er op vooruitgaan. Dit is feitelijk waar. Mijn punt is echter: gaat hij dit vertellen aan die mensen die er 5% op achteruitgaan en zegt hij dan ter geruststelling: wees blij, want er zijn ook mensen die er 5% op vooruitgaan?

Mijn probleem is dat wij niet moeten accepteren dat er mensen zijn die er 5% op achteruitgaan. Ik zit dan al op een idiote norm, want ik vind onder de min 1 al niet acceptabel.

De heer Weekers (VVD): Ik constateer dat de heer Rouvoet zijn eerdere opmerking aanzienlijk nuanceert. Ik heb niet gezegd dat het geen probleem is dat er mensen op achteruitgaan omdat er ook mensen op vooruitgaan. Dat suggereert hij wel en ik heb daar bezwaar tegen. Ik neem aan dat hij daar afstand van neemt.

André Rouvoet: Wat is dit nu toch weer voor onzin? In een inter-ruptie worden mij woorden in de mond gelegd die ik niet heb uitgesproken. Ik verzet mij tegen de benadering van statistieken, dat wil zeggen dat er wordt gezegd dat de koopkracht-effecten divers zijn, en dat er mensen zijn die er op vooruitgaan en mensen die er op achter-uitgaan. Dit is feitelijk wel waar, maar de heer Weekers wil niet eens percentage noemen van wat de uitkomst zou moeten zijn. Ik maak mij druk om alles onder de min 1.

Als hij met anderen zegt dat wij naar de cijfers moeten kijken en dat er mensen op vooruitgaan en dat anderen er op achteruitgaan, zeg ik dat ik niemand kan vertellen dat zij er 5% op achteruitgaan, maar dat er ook mensen zijn die er 5% op vooruitgaan. Deze benadering met statistieken moeten wij voor deze meest kwetsbare groep niet gebruiken.
Ik heb al iets gezegd over de brief van de minister van SZW. De nieuwe norm is ken-nelijk 5%. Ik ben daar ook van geschrokken, maar ik laat het nu maar voor wat het is. Zijn conclusie dat chronisch zieken en gehandicapten niet slechter af zijn dan andere huishoudens, kan ik niet delen, want er zijn meer chronisch zieken en gehandicapten met een laag inkomen die er tussen de 2 en 5% op achteruitgaan. Ik kan het niet becijferen of kwantificeren, maar dat hoeft ook niet, omdat ik vind dat zij er helemaal niet op achteruit moeten gaan. Kan de minister zijn conclusie op dit punt toelichten? Hoe moeten wij nu verder? Ik denk aan drie oplossingsrichtingen, te weten:
1. het terugdraaien van de pakketverkleiningen, met name als deze negatief uitpakken voor chronisch zieken en gehandicapten;
2. het verfijnen van de buitengewone-uitgavenregeling en de daarmee samenhangende tegemoetkomingsregeling;
3. het aanpassen van de eigen bijdrage AWBZ.

Wat de reparatie van de ziekenfondspakketmaatregelen betreft, denk ik vooral aan zittend ziekenvervoer en aan de zelfzorgmedicijnen. Over het zittend ziekenvervoer heb ik al twee keer gedebatteerd met minister Hoogervorst. Ik vind dat beperking tot de vier desbetref-fende categorieën onvoldoende is. Wij hebben hier niet te maken met gemiddelden, maar met concrete mensen met een probleem, die zijn aangewezen op het zittend ziekenvervoer. Ik weet van minister Hoogervorst dat hij dit ook een moeilijk punt vindt en ik ben van mening dat wij op dit gebied tot aanpassing van de regeling moeten komen. Daarom heb ik de motie van mevrouw Smits bij de behandeling van de begroting van het ministerie van VWS medeonder-tekend. Daarnaast denk ik aan de fysiotherapie. Ik pleit met meer nadruk dan voorheen voor het handhaven van het zittend ziekenvervoer en van de zelfzorgmedicijnen op recept, omdat steeds duidelijker wordt dat deze zorguitgaven niet zullen worden bijverzekerd door de zorgverzekeraars. Ik kan mij dat ook voorstellen, omdat daarbij sprake is van een risico van 100%. De premies worden dan zo hoog, dat het feitelijk neerkomt op zelf betalen. Beide voorzieningen kunnen dus niet worden bijverzekerd en dat is een reden temeer om ze niet uit het pakket te halen.

De buitengewone-uitgavenregeling moet gerichter worden gemaakt. Wij moeten niet de illusie hebben dat wij alle problemen langs die weg kunnen oplossen. Daarom wil ik dat er in het pakket aanvullende maatregelen worden opgenomen. De CG-raad heeft in zijn notitie duidelijk gemaakt dat in de oude regeling ongeveer 60% van alle kosten was gerelateerd aan niet-specifieke uitgaven. Daarom is de inperking van het aantal categorieën specifieke kosten te smal vastgesteld. De extramurale zorg, de thuiszorg en het PGB zouden onder die speci-fieke uitgaven moeten meelopen, zodat zij onder het chronischziekenforfait vallen. Voor zelf-zorgmedicijnen geldt hetzelfde, maar mijn voorkeur gaat ernaar uit om deze in het pakket te houden.

Ik sluit kortheidshalve aan bij de opmerkingen van mevrouw Noorman over de eigen bijdrage voor de AWBZ. Ik heb een aantal amendementen van de PvdA-fractie die hierop betrekking hebben, meeondertekend.

Wat ook de uitkomst zal zijn, de voorlichting aan de betrokkenen vind ik van groot belang. Enige tijd geleden heb ik schriftelijk gevraagd of het wel voor de hand ligt om de voorlichting over te laten aan de CG-raad. Deze moet nu specifieke folders uitgeven om aan mensen duidelijk te maken wat wel en niet binnen de fiscale regelingen valt. Er wordt een voorlichtingscampagne aangekondigd. Zeker na de discussie die wij de afgelopen maanden hebben gevoerd, vind ik dit een belangrijk punt. Het moet absoluut duidelijk zijn dat het een overheidsverantwoordelijkheid is om mensen duidelijk te maken hoe een en ander fiscaal is geregeld en wat zij kunnen aftrekken.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari