Wetgevingsoverleg Wijzigingen belastingwetten 2004

maandag 10 november 2003 19:40

1. Algemene inleiding

André Rouvoet:
Voorzitter. Anders dan een aantal collega’s hier maak ik mijn debuut in de vaste commissie voor Financiën in ieder geval als het gaat om het belastingplan. Vorige week heb ik mijn eerste procedurevergadering bijgewoond en dat vond ik al een groot genoegen en een voorrecht. Ik ben benieuwd hoe het vandaag gaat. In ieder geval heb ik al een ervaring opgedaan: je moet erg uitkijken met naast de heer Vendrik te gaan zitten, want hij ondersteunt zijn betoog met weidse gebaren. Dat is tamelijk riskant, zo heb ik gemerkt. Ik verzoek hem om daar de rest van de dag rekening mee te houden.

De collega’s hebben al opmerkingen gemaakt over de verschillende doelen die je met belastingen kunt hebben: vergroening, evenwichtige inkomensverhoudingen, bevordering arbeidsparticipatie. Ik ben daar maar heel kort over, ook omdat ik weinig spreektijd wil gebruiken in dit blokje. Ik sluit mij in ieder geval aan bij degenen die zeggen dat het belastingplan op het punt van de vergroening tekortschiet. Er wordt in het vooruitzicht gesteld dat dit de komende jaren beter moet gaan. Ik zou zeggen: haal dat maar naar voren.

Evenwichtige inkomensverhoudingen zijn voor ons heel belangrijk. Dat is voor ons een topprioriteit bij de belastingheffing en het stelsel dat je daarvoor hanteert. In dat verband wil ik, anders dan een aantal andere collega’s, nogmaals mijn waardering uitspreken voor de lezing van de staatssecretaris en de gedachten die hij daarin heeft ontvouwd over de ontwikkelingsrichting van het belastingstelsel. Het gaat niet alleen om het vullen van de schatkist, maar ook om het nastreven van een gewenste ontwikkeling van de samenleving. Zo heb ik zijn lezing begrepen. Daarbij speelt de feitelijke draagkracht van gezinnen voor hem een belangrijke rol. Dat geldt voor ons al jaren. Het is nu niet het moment om dieper op de systematiek van de toeslagen in te gaan. Dat komt nog wel aan de orde als wij over de nadere brief op dit punt spreken. Er zijn immers nog best vragen te stellen over de vormgeving: is het administratief niet erg ingewikkeld, kun je niet beter een splitsingsstelsel nastreven? Daar komen wij dan wel over te spreken.

Mijn fractie vindt het in ieder geval positief dat het kabinet na een periode waarin de nadruk toch wel heel sterk lag op het economisch zelfstandige individu, nu meer aansluiting wil zoeken bij de dagelijkse realiteit van heel veel huishoudens. Op welke termijn kunnen wij eventuele hervormingsplannen van de staatssecretaris tegemoet zien?

Je kunt erover twisten of deze gedachte al voldoende doorwerkt in het huidige belastingplan. Ik heb de indruk dat dit niet het geval is. Natuurlijk zijn er wel elementen van te vinden in het huidige stelsel – de heer Vendrik heeft die genoemd – maar van mij had de omslag in de richting van het gezinsdenken en het huishouden nog wel sterker mogen zijn. Bij de algemene politieke beschouwingen en bij de algemene financiële beschouwingen heb ik al opgemerkt dat alleen de tweeverdieners er in koopkracht op vooruitgaan en dat de andere groepen flink inleveren. Onlangs heeft de minister-president het gepresteerd om in de Eerste Kamer te zeggen dat niemand er meer dan 1% in koopkracht op achteruitgaat. Welnu, hij vergat toen in ieder geval de gezinnen met één kostwinner, want die gaan er 1,25% tot 1,5% op achteruit. Dat staat althans in tabel 10 in de nota naar aanleiding van het verslag bij het belastingplan. De minister-president vergat toen ook de meest kwetsbare groep, de chronisch zieken en gehandicapten.

Met mevrouw Bussemaker zeg ik dat ik daar later op de dag zeker nog over hoop te spreken, want dat is wel nodig.

Tot slot vraag ik in mijn inleiding hoe de staatssecretaris het traject tussen nu en 1 april ziet voor de vut en het prepensioen. Ik heb er wel begrip voor dat de vragen hierover niet beantwoord zijn, maar ik wil wel graag weten hoe wij dat traject de komende maanden gaan lopen. Ik sluit mij dan ook aan bij het verzoek van de heer Vendrik op dit punt.

2. Maatregelen Bosalarrest

André Rouvoet:
Voorzitter. Naar aanleiding van de nota van wijziging rond het Bosal-arrest heeft mijn fractie nog een aantal vragen die belangrijk zijn voor de praktijk.

De staatssecretaris heeft uit het arrest de conclusie getrokken, dat EU-deelnemingen ook voor 1 januari 2004 aftrekbaar zijn. Waarom is hij er zo zeker van dat het overgangsrecht van artikel 57 van het EU-verdrag uitsluit dat het ook geldt voor niet-EU-deelnemingen? Ik vraag dat omdat artikel 13.1 van de Wet op de vennootschapsbelasting nog gewijzigd is in 1997, zodat, als ik het goed zie – ik ga daarbij ook af op wat deskundigen mij in dat opzicht aanreiken – artikel 57 niet zomaar van toepassing is. Dat roept vragen op over de gedecideerdheid waarmee de staatssecretaris het tegenovergestelde beweert.

Mijn tweede vraag betreft de definitie van een groep, conform artikel 24b, boek 2, Burgerlijk Wetboek, waarover al langer onzekerheid bestaat. Het belang van zekerheid neemt met de huidige wetswijziging sterk toe. Of je een groep bent of niet, bepaalt of je te maken hebt met de thincap-regel, die inhoudt dat de verhouding eigen vermogen en vreemd vermogen 1:3 is. In het verslag hebben wij het voorbeeld genoemd waarbij beursfondsen 50% belang hebben in een Nederlandse entiteit. Het lijkt ons dat degene van wie de financiering wordt aangetrokken niet behoort tot de groep die de lening aantrekt. Is het mogelijk dat de inspecteur voorafgaand aan het afsluiten van de lening c.q. financiering, dat uitspreekt, zodat daarmee vastgesteld is of men komt te behoren tot de groep?

Mijn laatste vraag betreft de bepaling van het eigen vermogen in fiscale zin. In het verslag hebben wij gewezen op de situatie waarin een buitenlands concern in Nederland een overname doet en betaalt voor goodwill. De betaalde goodwill zal van het geconsolideerde fiscale vermogen worden afgetrokken. Ook de Nederlandse orde van belastingadviseurs heeft dat opgemerkt en in het Financieele Dagblad van 6 november jongstleden wordt hierop ingegaan. Er zijn echter nog meer omstandigheden die het fiscale eigen vermogen drukken, bijvoorbeeld de vervroegde of de willekeurige afschrijving of het gebruik van de herinvesteringreserve. Het lijkt ons redelijk om het fiscale eigen vermogen vast te mogen stellen met inbegrip van zaken zoals de goodwill, de versneld afgeschreven bedragen of de inmiddels aangewende herinvesteringsreserve. Ik hoor hierop graag de reactie van de staatssecretaris.

3. Maatregelen eigen woning en materiële implementatie initiatiefwetsvoorstel Hillen

André Rouvoet:
Voorzitter. De inperking van de hypotheekrente-aftrek is er een bewijs van dat maatregelen die te lang onbespreekbaar blijven altijd te laat komen en die, als ze dan noodgedwongen toch genomen worden, op het verkeerde moment genomen worden. Talloze Nederlanders hebben in de afgelopen jaren hun overwaarde belegd, gespaard of in bijvoorbeeld een jacht of een vakantie gestoken, allemaal fiscaal gesteund door vadertje Staat. Dat kwaad is al geschied, de maatregel komt dus te laat. Tegelijkertijd is het een verkeerd moment omdat de huizenmarkt zich in een wankel evenwicht bevindt. In feite is het te danken aan de stagnerende bouwproductie dat de huizenprijzen niet instorten.

Toch steunt de ChristenUnie deze maatregel. Dan kijken wij met name naar de houdbaarheid van de renteaftrek op de lange termijn. Uit de stukken begrijp ik dat de renteaftrek ons in 2007 11,5 mld euro gaat kosten. Dat wordt wel erg scheef, zeker gelet op het feit dat het vooral de mensen met de hogere inkomens zijn die ervan profiteren.

Laat duidelijk zijn: de ChristenUnie is en blijft warm voorstander van bevordering van eigenwoningbezit. De ervaring leert dat mensen zich nu eenmaal verantwoordelijker voelen voor hun eigen huis dan voor een huurflat. Mijn fractie heeft wel sinds jaar en dag problemen met de omgekeerde solidariteit tussen hoge en lage inkomens die in het huidige systeem van hypotheekrenteaftrek gebakken zit. Mijn vraag aan de staatssecretaris is om ook hiernaar te kijken bij zijn hervorming van het belastingstelsel. Wonen heeft hij immers expliciet genoemd als van invloed op de draagkracht van huishoudens. Laat deze staatssecretaris de bestuurlijke moed hebben om het h-woord in de mond te nemen en eindelijk knopen door te hakken op dat terrein, bijvoorbeeld door het aftrekbare bedrag aan een maximum te binden en de opbrengsten te gebruiken om de woonkosten voor starters te verlagen. Op dat punt heeft het kabinet nu niets in de knip zitten om de starters tegemoet te treden en voor hen is het vaak bijna onmogelijk om een betaalbaar huis te vinden op de woningmarkt.

Wil de staatssecretaris nadenken over een specifieke korting op bijvoorbeeld de overdrachtsbelasting voor mensen die voor het eerst een huis kopen? Mijn fractie heeft voor dat laatste vaker gepleit. Ik wijs erop dat van veel kanten is gesteld dat de huizenprijzen in het toetrederssegment, dus de goedkopere huizen die voor starters geschikt zouden zijn, zullen stijgen omdat de doorstroming in het midden- en hogere segment kan stagneren.

Het doel van de bijleenregeling is sympathiek. De renteaftrek voor de eigen woning mag alleen worden benut voor een hypotheek die volledig ten goede komt aan de aanschafkosten en de verbetering van de eigen woning. Er mag geen deel van de hypotheek worden gebruikt voor beleggingen of consumptieve bestedingen. Een kritiekpunt betreft wel dat de neiging tot aflossen kleiner zal worden. Immers, je hebt er baat bij dat de schuld op je oude woning hoog blijft zodat het bij te lenen bedrag voor de nieuwe woning zo hoog mogelijk wordt. Geld dat tegen een tarief van 30% of 42% mag worden afgetrokken is immers goedkoop geld. De staatssecretaris verwacht geen gedragsverandering door de bijleenregeling. Heeft dat ook niet iets te maken met het feit dat veel hypotheekvormen aflossingsvrij zijn? Zou het niet aantrekkelijk zijn eens na te denken over zogenaamde spaar- of levenshypotheken die ook zijn ingericht op het maximaal profiteren van de renteaftrek? Hoe denkt de staatssecretaris daarover? Zullen opgebouwde kapitaalverzekeringspremies in mindering worden gebracht op de eigenwoningschuld?

Een tweede kritiekpunt op de bijleenregeling is de termijn van tien jaar. Het is natuurlijk terecht dat het kabinet ontduikconstructies wil ondervangen, zoals wanneer iemand tijdelijk in een huurwoning trekt om daarna alsnog een maximale hypotheek te nemen voor een nieuw huis en de overwaarde in zijn zak steekt. Het kabinet stelt daartoe voor om de eigenwoningschuld 10 jaar lang te laten staan, maar dat gaat wel uit van de veronderstelling dat iemand 10 jaar lang niets zou doen met de verkoopopbrengst van zijn vorige woning. Stel dat iemand er vijf jaar tussenuit gaat. Hij verkoopt zijn huis en van de opbrengst wil hij de wereld rondreizen, of hij wil op eigen kosten aan de slag als ontwikkelingswerker. Dan komt hij na vijf jaar terug en heeft een deel van de opbrengst van zijn huis opgemaakt. Hij vindt een nieuwe baan en wil een hypotheek nemen voor een nieuwe woning, maar mag dan vijf jaar lang niet het volledige bedrag lenen.

Ik las in het verslag dat mevrouw Giskes hierover ook een aantal vragen heeft gesteld. Zij gaat in de richting van een voorstel om de eigenwoningschuld in tien jaar af te bouwen. Ik wist niet dat mevrouw Giskes hiermee bezig was, maar ik heb hierover ook een amendement voorbereid. In mijn amendement staat een geleidelijke afbouw. In de eerste twee jaar wil ik een geringere afbouw hebben om ontduikingsconstructies tegen te gaan. Na tien jaar is dat een heel gering percentage. Wij kunnen kijken of dat aan elkaar te plakken of te middelen is.

In zo’n stelsel blijven beide elementen gewaarborgd. Iemand kan niet ongestraft tijdelijk goedkoop gaan wonen en iemand lijdt geen onoverkomelijk nadeel door een paar jaar iets anders te doen. Hierop krijg ik graag een reactie.

De heer Van As (LPF): Ik denk dat de heer Rouvoet toch te makkelijk voorbijgaat aan een veel voorkomende situatie bij gezinnen in ons land. Als de partners uit elkaar gaan, wordt de woning verkocht. De zaak wordt afgewikkeld in die zin dat het vermogen wordt gedeeld. Beide partners hebben dan het recht om na een aantal jaren een nieuwe start te maken. Dat is een veel voorkomende situatie waar wij niet lichtzinnig aan voorbij moeten gaan. Dat iemand zijn woning verkoopt om vijf jaar op reis te gaan, is een heel ander verhaal. Wat ik schets, is een heel normale situatie. In die gevallen moeten mensen de kans krijgen een nieuwe, reële start te maken en een woning te kopen.

André Rouvoet: Ik weet niet waarom de heer Van As concludeert dat mijn verhaal daaraan voorbijgaat. Ik heb een voorbeeld genoemd van iets wat geen ontduikconstructie is, en waarvoor ik wel een voorziening wil treffen.

Misschien zijn er meer voorbeelden waarin dat redelijk en rechtvaardig is, dan moeten wij het daarover kunnen hebben. Het amendement dient ertoe om een systeem te introduceren, omdat het niet altijd een ontduikconstructie is, als mensen tien jaar lang geen nieuwe woning kopen. Daar gaat het mij om. Als uw voorbeeld daarbij past, past het in mijn voorstel, dus dank voor de steun.

Bij de bespreking van het wetsvoorstel van de heer Hillen zijn wij kritisch geweest, omdat wij vonden dat er niet alleen moet worden gekeken naar huurwaardeforfait, eigenwoningforfait of bijtelling, maar dat dit moet worden beschouwd in een bredere context, in combinatie met de beperking van de hypotheekrenteaftrek. Evenals een aantal andere sprekers hebben wij er moeite mee dat dit voordeel voor eigenwoningbezitters erg ongericht is. Wij kunnen dat moeilijk rijmen met de zware bezuinigingslast voor huurders of sociale minima. Daar komen wij bij de behandeling van de begroting van VROM op terug.

De heer Crone (PvdA): Kunt u ingaan op mijn voorstel om de invoeringsdatum van het wetsvoorstel Hillen flexibeler te maken, zodat wij niet vastzitten aan invoering per 1 januari 2005, maar dat kunnen bekijken in het kader van het hele hypotheekrente- en huursubsidiebeleid?

André Rouvoet: Uit wat ik heb gezegd over het wetsvoorstel van Hillen, kunt u afleiden dat er met mij te spreken valt over een latere ingangsdatum.

« Terug

Reacties op 'Wetgevingsoverleg Wijzigingen belastingwetten 2004'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari