Nota overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur (MIT) 2004

maandag 08 december 2003 18:09

Ik begin met een vraag die niet is beantwoord, te weten hoe wij moeten aankijken tegen het bestuurlijk overleg inzake het MIT, zeker als er misschien nog wat onduidelijkheden blijven bij medeoverheden vanwege de ontbindende voorwaarden. Kan de minister inzicht bieden in de status van het bestuurlijk overleg en de rechten die medeoverheden daaraan kun-nen ontlenen? Regio’s willen enige zekerheid hebben. Kennelijk willen zij om die reden ook geen herordening van infrastructuurprojecten binnen de bestaande financiële kaders van het MIT. Bij de begrotingsbehandeling hebben wij al duidelijk gemaakt dat de prioriteitstelling van de regering niet de onze is. Ook bij de verdeling van het kwartje van Kok krijgt de weginfrastructuur een onevenredig groot aandeel ten opzichte van openbaar vervoer en binnenvaart. Het gevolg daarvan is dat belangrijke railinfraprojecten zoals Randstadspoor, lightrail in Zuid-Limburg en diverse stations en goederenverbindingen vertraagd worden, terwijl bezuinigingen op duurzame inpassingen, bijvoorbeeld bij Delft, Dieren en Nijverdal, adequate oplossingen blokkeren. Ik sprak in dat verband al over tunnelvrees bij de minister.

Arie Slob: Voorzitter. Ik voel mij enigszins gehandicapt, omdat onze spreektijd is gehalveerd ten opzichte van die van vorig jaar. Daarnaast is een groot aantal schriftelijke vragen slechts gedeeltelijk of niet beantwoord. Dat maakt het lastig om goed met de regering in gesprek te komen. Ik doe toch een poging, ook omdat collega’s nogal wat punten hebben aangeroerd die wij belangrijk vinden.

Ik begin met een vraag die niet is beantwoord, te weten hoe wij moeten aankijken tegen het bestuurlijk overleg inzake het MIT, zeker als er misschien nog wat onduidelijkheden blijven bij medeoverheden vanwege de ontbindende voorwaarden. Kan de minister inzicht bieden in de status van het bestuurlijk overleg en de rechten die medeoverheden daaraan kun-nen ontlenen? Regio’s willen enige zekerheid hebben. Kennelijk willen zij om die reden ook geen herordening van infrastructuurprojecten binnen de bestaande financiële kaders van het MIT. Bij de begrotingsbehandeling hebben wij al duidelijk gemaakt dat de prioriteitstelling van de regering niet de onze is. Ook bij de verdeling van het kwartje van Kok krijgt de weginfrastructuur een onevenredig groot aandeel ten opzichte van openbaar vervoer en binnenvaart. Het gevolg daarvan is dat belangrijke railinfraprojecten zoals Randstadspoor, lightrail in Zuid-Limburg en diverse stations en goederenverbindingen vertraagd worden, terwijl bezuinigingen op duurzame inpassingen, bijvoorbeeld bij Delft, Dieren en Nijverdal, adequate oplossingen blokkeren. Ik sprak in dat verband al over tunnelvrees bij de minister.

Ik sluit mij ten aanzien van Delft kortheidshalve aan bij de sprekers die van mening zijn dat wij daar uit moeten zien te komen, ook in relatie tot de handreikingen uit Delft zelf. Ik hoop dat dit vandaag vastgesteld kan worden.

De beantwoording inzake het meerjarenprogramma ontsnippering is wel erg vaag en doet het ergste vermoeden. Waarom is het taakstellende budget nog niet vastgesteld? Ontsnipperende maatregelen moeten, aldus de minister, meeliften met de reeds geplande onderhoudswerkzaamheden. Ontsnippering moet echter juist bij de aanleg van nieuwe infrastructuur volop in beeld zijn. Wij willen daarover duidelijkheid. Staan de doelstellingen die zijn afgesproken tot 2010 nog overeind?

De heer Boelhouwer (PvdA): Bent u met mij van mening dat de huidige ontsnipperingsprojecten geen aanleiding mogen zijn om dit bij nieuwe projecten niet te doen en dat ontsnippering feitelijk onderdeel van nieuwe projecten moet zijn?

Arie Slob: Ik wil allereerst duidelijkheid over het budget. Wij hebben daar nu geen zicht op. Ik ben daarnaast van mening dat ook voor nieuwe projecten geld aangewend moet worden, maar dat mag niet ten koste gaan van de huidige ontsnippering.

Wij moeten geen tegenstellingen cree¨ ren. De antwoorden van de minister doen echter ten aanzien van het spoor waarop de regering zit, het ergste vermoeden. De regering moet dan maar even ’’ontsporen’’ en weer op het rechte spoor worden gezet.
De communicatie tussen de regering en de Kamer over de A4 Midden- Delfland is een dieptepunt. Wij worden met een kluitje in het riet gestuurd. Er worden enorme bedragen ge-reserveerd voor iets waarover wij nog veel vragen hebben. Tijdens de begrotingsbehandeling werd verwezen naar het MIT en in dit kader worden wij ook weer afgescheept. Wij willen hierover graag meer duidelijkheid, voordat wij kunnen beoordelen of het wenselijk is dat de helft van de opbrengst van het kwartje van Kok in de A4 Midden-Delfland wordt gestoken. Ik heb nog een concrete vraag: wat is de exacte planning van de tracé-MER-studie. Deze is ook van belang om tot conclusies te kunnen komen.

Wij juichen het toe dat er geld wordt vrijgemaakt voor de A28 en de A32, zodat in deze kabinetsperiode met de uitvoering kan worden begonnen. Dat is heel verheugend. Wij zijn wel benieuwd welk project in de regio is gesneuveld ten faveure van deze investeringen. Dat konden wij niet helemaal terugvinden. Bij de combitunnel van Nijverdal houden wij vast aan uitvoering van de motie-Oplaat. Ik ben eerlijk gezegd teleurgesteld in de houding van de VVD die wij kennen als een redelijk consistente partij, maar dat valt hier wat tegen.

De heer Hofstra (VVD): De motie-Oplaat gaat mij zeer aan het hart, dat begrijpt u, dus ik heb deze er even bij gepakt. Ik weet niet of u het dictum nog kent. Daarin staat dat er een alternatief moet worden gezocht, als het extra geld niet gevonden kan worden, en dat is nu feitelijk de situatie. Ik denk dat wij ontzettend consistent zijn.

De voorzitter: De minister had nog een vraag over iets wat geschrapt was. Zou u dat kunnen herhalen?

Arie Slob: Ik heb gezegd dat ik blij ben met het geld dat wordt vrijgemaakt voor A28 en A32, maar ik heb mij afgevraagd welk project in de regio is gesneuveld voor deze investering, want het moet toch ergens vandaan komen. De consistentie van de VVD is misschien wel aanwezig in haar eigen cirkelredeneringen, maar zij lopen gewoon weg voor een motie die zij zelf heeft ingediend, waarbij een hele discussie is gevoerd. Die discussie had de heer Hofstra niet paraat bij de begrotingsbehandeling.

Toen heeft hij verwezen naar het MIT en nu zegt hij dat wij niet teveel moeten inzoomen op hoe dat concreet moet gebeuren. Ondertussen laat hij Nijverdal met een groot probleem achter. Mijn hoop is gevestigd op de heer Mastwijk, die zei dat er gezocht moet worden naar een leefbare oplossing. Die oplossing is er, denk ik, maar zij kost geld. Ik ga ervan uit dat het CDA nog staat voor haar handtekening onder de motie.

De heer Verdaas (PvdA): Ik heb de Handelingen toch maar uit mijn tas gehaald. Dit lijkt mij wel een moment om iets tegen de heer Hofstra te zeggen, als de heer Slob mij dat toestaat.

Arie Slob: Ik geef het graag door.

De heer Verdaas (PvdA): Vorig jaar heeft de heer Oplaat gezegd dat zij in Nijverdal niet zitten te wachten op een Berlijnse muur, dwars door Nijverdal heen. Als de heer Hofstra zegt dat hij zich niet wil bemoeien met de uitvoering van het project en dat zij er maar uitkomen met dat budget, constateer ik dat dit niet consistent is, want vorig jaar zijn er wel concrete uitspraken gedaan over hoe dat project eruit moet zien.

De heer Hofstra (VVD): Het is een vreemde manier van debatteren, maar ik wil er best wat over zeggen. Ik heb zo-even duidelijk gemaakt dat het toch niet de bedoeling kan zijn dat de Kamerleden zich met de details van al die plannen bezighouden. Met alle respect voor wat de heer Oplaat er vorig jaar over heeft gezegd, dan hebben wij niet een dag nodig voor dit debat, maar een maand. Dan komen wij er nooit uit.

Arie Slob: Dan laten wij de details aan de heer Oplaat over, maar dan mag hij volgend jaar weer terugkomen. De heer Hofstra zegt dat er geen geld voor is, maar aan het eind heeft hij opeens heel veel geld over. Dan kijkt hij rond naar de collega’s en zegt dat zij ook mee mogen delen. Ik doe graag mee en ik noem de combitunnel in Nijverdal. Die pakken wij mee.
(Applaus)

De voorzitter: Dames en heren, u bent van harte welkom, maar ik heb begrepen dat wij een serieus overleg hebben over de nota. Het is hier geen theater. Als u dat in uw achterhoofd houdt, geef ik de heer Slob weer het woord.

Arie Slob: De Hanzelijn is ook een prangend punt waarop onze fractie graag consistent wil zijn. Consistent betekent dat wij nog steeds voorstander zijn van een duurzame oplossing van het Hanzelijntracé bij de Ijsselpassage tussen Zwolle en Hattem, in de vorm van een tunnel. Heb ik goed begrepen dat een bijdrage uit het budget voor Trans-Europese netwerken het nodige geld kan opleveren? Ik verwijs naar antwoord 91 van de vragen. Daarmee kan een heel mooie doelstelling worden gerealiseerd.

Wat de binnenvaart betreft sluit ik mij kortheidshalve aan bij de zeer waardevolle opmerkingen die zijn gemaakt door collega Gerkens. Het is ons zeer aangelegen dat er extra geld beschikbaar komt om iets te doen aan het vaarwegenprogramma, dat ambitieus is, maar waar te weinig geld voor is.

« Terug

Reacties op 'Nota overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur (MIT) 2004'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari