Vragen over Mogelijke trage werking IND

maandag 03 november 2003 18:33

Vragen van de leden Vos (GroenLinks) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over de mogelijke trage werking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).(Ingezonden 3 november 2003)

Met antwoord.

Vragen van de leden Vos (GroenLinks) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie over de mogelijke trage werking van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).(Ingezonden 3 november 2003)

  1. Kent u het rapport van de Nationale ombudsman waarin geconstateerd wordt dat de IND er vaak niet in slaagt rechterlijke uitspraken op tijd uit te voeren?
  2. Deelt u de zorg van de Nationale ombudsman dat het de IND al jarenlang moeite kost om een juiste werkwijze in te voeren en dat daardoor de rechtsbescherming van vreemdelingen wordt aangetast?
  3. Klopt het, dat van de 2717 dossiers waarin de IND sinds 13 januari 2001 een nieuw besluit moest nemen na gegrondverklaring door de rechtbank er nog 63 openstonden? Klopt het, dat er termijnoverschrijdingen voorkomen van meer dan drie jaren? Klopt het, dat de vertragingen meestal veroorzaakt worden door de IND en veel minder door de opstelling van vreemdelingen?
  4. Hoe groot zijn de achterstanden van de IND op dit moment? Bent u bereid met de IND te overleggen of het mogelijk is aanmerkelijk sneller te werken aan het wegwerken van de dossiers die het langst op de plank liggen?
  5. Bent u bereid de IND nader te instrueren dat direct gevolg wordt gegeven aan rechterlijke beslissingen? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u bereid binnen afzienbare termijn een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten over de oorzaken van de onregelmatigheden bij de IND?



Antwoord van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie). (Ontvangen 1 december 2003), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 376, vergaderjaar 2003–2004

  1. Ja.
  2. De zorg van de Nationale ombudsman wordt door mij niet volledig gedeeld. Dezerzijds kan niet worden onderschreven dat het de IND moeite kost een juiste werkwijze in te voeren. De IND hanteert wel degelijk een werkwijze die zoveel als mogelijk is ingericht op het halen van
    termijnen. Wel is het in voorkomende gevallen onderwerp van zorg hoe de termijnen te waar-borgen en tegelijkertijd een zorgvuldige beslissing te nemen; met name wanneer er sprake is van de noodzaak tot het doen van nader onderzoek, waarbij de termijnen in het gedrang kunnen komen. Met andere woorden, de kwaliteit van het beslissen op de aanvraag en de termijn waarbinnen dit dient te gebeuren, staan soms op gespannen voet met elkaar.
    De rechtsbescherming van de vreemdeling wordt dezerzijds niet als aangetast beschouwd. Immers, met mij stelt de IND voorop dat op zorgvuldige en gedegen wijze wordt beslist, het-geen in het belang van de vreemdeling is. Voorts wordt zoveel als mogelijk binnen de gestel-de termijnen beslist en hiertoe ook de nodige prioritering in het werkproces aangebracht. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de vreemdeling rechtsmiddelen tot zijn beschikking heeft om de IND te wijzen op zijn verplichtingen en deze voor de rechter af te dwingen.
  3. Het onderzoek van de Nationale ombudsman had betrekking op alle dossiers (dus niet proce-dures), waarin een of meer procedures openstonden op 25 januari 2001 ná een gegrondver-klaring in beroep. Dit betrof in totaal inderdaad 2717 dossiers, waarbij overigens inbegrepen alle zaken waarin de rechtsgevolgen in stand bleven na de uitspraak van de rechter. Van die 2717 dossiers bleken ten tijde van de beantwoording van de vragen van de Nationale ombuds-man in januari 2002 nog 63 zaken open te staan. Ik heb de Nationale ombudsman bericht dat uit dossieronderzoek is gebleken, dat de verklaringen voor het niet binnen de termijn beslissen zijn gelegen in onder meer het afwachten van de uitkomsten van onderzoek (Bureau Medische Advisering en 1F), het afwachten van een reactie van de vreemdeling, het afgenomen belang van de vreemdeling vanwege het verlenen van een vergunning in het kader van een andere procedure, de werkvoorraad en administratieve fouten.
    De ouderdom van deze zaken betrof gemiddeld tussen de twee en drie jaar. In het merendeel van deze zaken werd de vertraging veroorzaakt door de IND, in die zin dat door de IND bijv. onderzoek werd ingesteld of een lagere prioriteit werd gegeven. Inmiddels is gebleken dat de maatregelen die binnen de IND zijn genomen (onder meer het toekennen van een hogere prioriteit aan de afhandeling van deze zaken) er toe hebben geleid dat in nieuwe gevallen (rechterlijke uitspraken van dit jaar) meestal tijdig door de IND opnieuw wordt beslist.
  4. Op het gebied van asiel is er momenteel sprake van een voorraad oude bezwaarzaken van circa 2000 procedures waarop nog moet worden beslist. Voor het overige is er op het gebied van asiel geen sprake van een achterstand. Op regulier gebied is er voor wat betreft aanvragen (eerste aanleg) voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) geen achterstand. Wel is er een achterstand van circa 5000 procedures bij de afhandeling van aanvragen (eerste aanleg) voor een reguliere verblijfsvergunning (VVR). Nu de MVV-voorraad op orde is, is er ruimte bij de IND om deze VVR-achterstand aan te pakken.
    Ook is er sprake van een achterstand bij MVV- en VVR-bezwaarzaken van circa 14 500, die in het komende jaar wordt aangepakt. Bij de afhandeling van bezwaarzaken wordt enerzijds prioriteit gegeven aan het tijdig opnieuw beslissen na een uitspraak van de rechter en anderzijds aan de afhandeling van de oudste zaken. Het aantal oude zaken in de voorraad daalt gestaag bij alle procedures.
    Wegwerken van achterstanden wordt onder meer mogelijk gemaakt doordat er dit jaar personeel tijdelijk is overgeheveld van asiel naar regulier.
  5. Daar waar in het verleden een spanningsveld bestond tussen tijdig beslissen én zorgvuldig beslissen na een uitspraak van de rechter is nu een oplossing gevonden, in die zin dat de medewerkers van de IND inmiddels zijn geïnstrueerd om te beslissen op grond van de gege-vens die voorhanden zijn op het moment dat de termijn van de rechter dreigt te verstrijken.
  6. Ik zie geen aanleiding voor het instellen van een onafhankelijk onderzoek, aangezien geen sprake is van onregelmatigheden en er reeds diverse activiteiten zijn ingezet om knelpunten te verhelpen.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Mogelijke trage werking IND'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari