Vragen over Klankbordgroep Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam

maandag 01 maart 2004 13:21

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Verkeer en Waterstaat over de klankbordgroep Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam. (Ingezonden 1 maart 2004)

Met antwoord.

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Verkeer en Waterstaat over de klankbordgroep Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam. (Ingezonden 1 maart 2004)
  1. Welke formele status heeft de Klankbordgroep Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS)1? Is het de bedoeling dat Rijkswaterstaat bij de formulering van de startnotitie A4 Midden Delfland gebruik maakt van de deskundigheid en adviezen van de klankbordgroep? Zo neen, welk doel heeft deze klankbordgroep dan precies?
  2. Kunt u bevestigen dat in de door de Adviescommissie IODS2 goedgekeurde werkwijze van de klankbordgroep onder meer is opgenomen dat deze gevraagd en ongevraagd adviezen uit-brengt aan o.a. de adviescommissie en aan Rijkswaterstaat over het concept van de startnoti-tie, de MER, enz.en dat Rijkswaterstaat daartoe de vragen van de Klankbordgroep beant-woordt?
  3. Kunt u het bericht bevestigen dat de klankbordgroep geen enkel rapport of studie3 betreffende de A4 Midden Delfland van Rijkswaterstaat heeft ontvangen, terwijl dit in de genoemde goedgekeurde werkwijze expliciet was vastgelegd? Waarom is dit niet gebeurd, ondanks het feit dat hierom diverse malen vanuit de klankbordgroep is gevraagd?
  4. Klopt het dat de leden van de klankbordgroep na het (eerste) besluit van de adviescommissie voor de oprichting van de klankbordgroep, 23 april 2003, tevergeefs te kennen gaven onmiddellijk in gesprek te willen gaan met Rijkswaterstaat?4
  5. Waarom is het concept van de startnotitie dat in juni 2003 voor publicatie gereed was uiteindelijk pas in december 2003 aan de klankbordgroep ter advisering voorgelegd? Waarom was het eerste gesprek van de klankbordgroep met Rijkswaterstaat pas tien weken ná het tweede besluit tot oprichting van de klankbordgroep, op 4 december 20035 (en 42 weken na het eerste besluit), gepland en één week nadat de Adviescommissie IODS en de minister het laatste concept van de startnotitie hadden besproken?
  6. Kunt u aangeven welke reële mogelijkheden de klankbordgroep op dat moment nog had om invloed op de tekst van de startnotitie uit te oefenen en waarom het zeer veel moeite heeft gekost de datum van het gesprek met Rijkswaterstaat nog enigszins te kunnen vervroegen tot vlak vóór het in vraag 5 genoemde gesprek van de Adviescommissie IODS met de minister?
  7. Kunt u bevestigen dat de klankbordgroep diverse malen kenbaar heeft gemaakt dat de vragen aan Rijkswaterstaat in de in totaal beschikbaar gestelde tijd van ruim één uur, niet of onvoldoende beantwoord konden worden, hetgeen ook gebleken is?
  8. Kunt u bevestigen dat de klankbordgroep pas tijdens het gesprek met Rijkswaterstaat de laat-ste versie van de Startnotitie kreeg?5 Deelt u de opvatting dat de klankbordgroep door deze werkwijze niet of nauwelijks serieus heeft kunnen adviseren over de laatste concepttekst?
  9. Kunt u ervoor zorgdragen dat in vervolggesprekken met Rijkswaterstaat alsnog sprake zal zijn van adequate beantwoording van door de klankbordgroep gestelde vragen, opdat Rijkswater-staat onder andere de adviespunten van de Klankbordgroep die nog niet zijn besproken alsnog kan betrekken bij de startnotitie? Op welke termijn worden de nog openstaande vragen naar verwachting wel beantwoord en worden de gevraagde gegevens alsnog toegezonden?
  10. Kunt u bevestigen dat Rijkswaterstaat in een eerder stadium gesprekken over de A4 Midden Delfland met externe deskundigen, die nu in de klankbordgroep zitting hebben, geweigerd heeft (i.c. de voorzitter van de productgroep Financiën van het Plan Norder, in 2001), niet is verschenen zonder opgave van redenen, bij een speciaal met deze dienst gearrangeerd gesprek (14 augustus 2001), tijdens een gesprek niet bereid was antwoord te geven op gestelde vragen (21 augustus 2001) en een tijdelijk ingehuurde woordvoerder stuurde die volstrekt onvoldoende op de hoogte was van de materie (mei 2003)?
  11. Kunt u verklaren waarom een reeds gearrangeerd vervolggesprek op 25 februari a.s. c.q. 1 maart a.s. van de klankbordgroep met Rijkswaterstaat op 20 februari is geannuleerd zonder opgave van reden en aangeven of de oorzaak hiervan ligt bij Rijkswaterstaat of bij derden?
  12. Waarom is er tot op heden geen reactie van uw ministerie gekomen op de brief van mr. E.D.Drok uit Delft, van 31 oktober 2001, over hetgeen in augustus 2001 is gebeurd? Kan deze gang van zaken nader worden toegelicht?
  13. Waarom geeft u geen antwoord op de vragen6 van «een klokkenluider» over de A4 MD, die bovendien een onderbouwing zouden zijn van zijn bewering dat de Trajectnota/MER A4 van 1996 bewust onjuist en onvolledig zou zijn, opdat deze keuze zou vallen op A4 MD en niet op het andere alternatief A 13 + A 13/A16? Kan hierop alsnog expliciet antwoord worden gege-ven?
  14. Klopt het dat de publicatie van de startnotitie inmiddels circa 2 jaar vertraging heeft opgelopen, waardoor de bijdrage van de klankbordgroep dezelfde vertraging heeft opgelopen? In hoeverre is de vertraging aan uw ministerie toe te schrijven, gelet op het feit dat het – door het ministerie zelf gevraagde – Plan Norder op 18 oktober 2001 aan u is aangeboden en door alle partijen de intentie is uitgesproken voortvarend te werk te gaan en waarom heeft Rijkswaterstaat pas eind februari 2003, ruim 16 maanden later, opdracht gekregen, om te beginnen met de concept startnotitie? Waarom is de startnotitie vervolgens niet in juni 2003 gepubliceerd, terwijl deze gereed was voor publicatie en is een gewijzigde versie pas begin februari 2004, ca.8 maanden later, aangeboden aan de adviescommissie en klankbordgroep? Welke werkzaamheden zijn in de tussenliggende maanden verricht aan de startnotitie?
  15. Kunnen deze vragen op een zodanig tijdstip worden beantwoord, dat het integrale advies van de klankbordgroep op basis van adequatie informatie van Rijkswaterstaat (zie o.a. vraag 3 en 9) volwaardig kan worden betrokken bij de totstandkoming van de startnotitie?
 
1 De Klankbordgroep IODS bestaat uit deskundigen, bewonersorganisaties uit Vlaardingen en Schiedam, agrarische en natuurbeschermingsorganisaties, Midden Delfland Vereniging, e.a.
2 De Adviescommissie IODS bestaat uit bestuurders van alle betrokken gemeenten, stadsgewest Haaglanden, stadsgewest Rotterdam, ANWB, de Westlandse Land- en Tuinbouworganisatie, e.a.
3 Met uitzondering van de concept startnotitie en het TNO-rapport van juli 2003 over de luchtverontreiniging.
4 De adviescommissie heeft 23 april 2003 de klankbordgroep opgericht, die vervolgens in mei 2003 met de werkzaamheden zou beginnen. Beide op voorstel van de portefeuillehoudende gedeputeerde Norder. Later is gebleken dat de klankbordgroep niet met haar werkzaamheden heeft kunnen beginnen.Op 4 december 2003 heeft de adviescommissie op verzoek van de heer Norder voor de tweede keer de klankbordgroep opgericht, nu met zijn uitdrukkelijke toezegging dat deze direct met de werkzaamheden zou kunnen beginnen.
5 De Statencommissie Mobiliteit Kennis en Economie beschikte toen reeds vijf dagen over de tekst.Omdat de klankbordgroep deze gewijzigde concept-tekst pas ter vergadering ontving, kon ze daarover tijdens het gesprek niet meer advies uitbrengen.
6 Deze vragen zijn aan u doorgegeven in de brief van 15 oktober 2003 van Ir.B. K.van der Chijs uit Delft.
 
Antwoord van minister Peijs (Verkeer en Waterstaat).(Ontvangen 23 maart 2004)
  1. De klankbordgroep IODS is door de adviescommissie IODS ingesteld en adviseert gevraagd en ongevraagd de bestuurlijke adviescommissie IODS. De provincie Zuid-Holland is voorzit-ter van de adviescommissie. Rijkswaterstaat participeert in de adviescommissie en heeft als zodanig dan ook kennis genomen van de adviezen van de klankbordgroep. De adviescommissie IODS kan mij adviseren omtrent het IODS-proces, maar heeft in formele zin geen positie in de Tracé/mer-procedure.
  2. In de notitie waarin de werkwijze staat beschreven, is aangegeven dat de klank-bordgroep de adviescommissie van IODS gevraagd en ongevraagd van advies kan voorzien. Rijkswaterstaat beantwoordt eventuele vragen van de klankbordgroep, voor zover van toepassing, vanuit haar deskundigenrol.
  3. Alle relevante stukken zijn, voor zover ik weet, door de provincie Zuid-Holland, via de onaf-hankelijke voorzitter, verspreid.
  4. De klankbordgroep is op 4 december 2003 geïnstalleerd door de adviescommissie IODS. Vanwege het kerstreces heeft de bijeenkomst met de provincie Zuid-Holland en Rijkswater-staat in januari 2004 plaatsgevonden.Een aantal belangenverenigingen en belanghebbenden, die in december 2003 lid zijn geworden van de klankbordgroep IODS, zijn op hun verzoek in april 2003 in de gelegenheid gesteld hun advies en opmerkingen kenbaar te maken aan de projectleiding van het IODS en aan Rijkswaterstaat.
  5. Een eerder concept van de startnotitie is besproken in de adviescommissie IODS in juni 2003. De startnotitie is aangehouden omdat ik van oordeel was dat er eerst nadere afspraken over de financiering van het project gemaakt dienden te worden. Over de uitkomst hiervan bent u geïnformeerd ten behoeve van de MIT-behandeling in december 2003. Deze afspraken en de uitwerking daarvan hebben geleid tot enige aanpassingen in de startnotitie, welke ik op 4 februari heb besproken. De klankbordgroep is eerst in december 2003 geïnstalleerd. Daarna hebben de leden van de klankbordgroep de conceptstartnotitie ontvangen, en de gelegenheid gekregen hierop te reageren.
  6. Mede op verzoek van Rijkswaterstaat is de bijeenkomst met de klankbordgroep over de startnotitie belegd voor de vergadering van de adviescommissie op 4 februari 2004, opdat de klankbordgroep de adviescommissie van advies over de startnotitie kon voorzien.
  7. Er is in januari 2004 een klankbordgroepbijeenkomst geweest waar medewerkers van Rijks-waterstaat van 19.00 uur tot 22.45 uur een presentatie hebben gegeven over de startnotitie en de wijzigingen daarin ten opzichte van het vorige concept en vragen vanuit de klankbordgroep hebben beantwoord. Daarnaast is aan de klankbordgroep vanuit Rijkswaterstaat nog een schriftelijke reactie gegeven op het advies van de klankbordgroep aan de adviescommissie.
  8. De klankbordgroep functioneert onder verantwoordelijkheid van de adviescommissie. Tijdens de bespreking met Rijkswaterstaat in januari 2004 heeft de klankbordgroep de laatste versie van de startnotitie ontvangen, en is gesproken over de (in aantal beperkte) wijzigingen ten opzichte van de vorige versie.De vorige versie van de startnotitie is bij instelling van de klankbordgroep in december 2003 onder de leden van de klankbordgroep verspreid. Hiermee heeft mijns inziens op een verantwoorde wijze het overleg met de klankbordgroep kunnen plaatsvinden.
  9. Ik ben van mening dat er sprake is van adequate beantwoording van de vragen door Rijkswaterstaat op de klankbordgroepbijeenkomst en de schriftelijke reactie op het advies van de klankbordgroep. Eind februari 2004 is de startnotitie door mij en de Minister van VROM vastgesteld. Op 17 maart 2004 is de officiële publicatie voorzien. Tot 17 april 2004 heeft iedereen gelegenheid een inspraakreactie te geven. Ook de klankbordgroep kan van de inspraak gebruik maken.Informatie-avonden zijn op 30 maart en 1 april 2004 georganiseerd.
  10. Op 21 augustus 2001 heeft de Rijkswaterstaat een gesprek gevoerd met externe deskundigen en belanghebbenden. Naar mijn oordeel is daarmee voldoende gelegenheid geweest om van gedachten te kunnen wisselen.
  11. Op 1 maart 2004 is er een bijeenkomst van de klankbordgroep geweest.De voorzitter van de klankbordgroep heeft besloten om deze bijeenkomst zonder medewerkers van provincie Zuid-Holland of Rijkswaterstaat te organiseren. Voor de achterliggende redenen wil ik u verwijzen naar de onafhankelijke voorzitter van de klankbordgroep.
  12. Rijkswaterstaat heeft middels een brief aan de heer Van der Chijs met afschrift aan de heer Drok op 19 december 2001 gereageerd.Ook is er een brief vanuit Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland verstuurd aan de heer Drok op 26 november 2001.
  13. U doelt hierbij op de brief van de heer van der Chijs. Deze brief is beantwoord bij brief van 28 november 2003 en is in afschrift gestuurd aan de vaste kamercommissie van Verkeer en Waterstaat (kenmerk: DGP/WV/u.03.03420).
  14. Zowel ikzelf als mijn voorganger minister De Boer hebben dit dossier enige tijd in overweging genomen alvorens tot een definitieve vaststelling te komen. Over de redenen heb ik u reeds antwoord gegeven bij vraag 5.
  15. Mijns inziens hebben de contacten met de adviescommissie IODS op een adequate en con-structieve wijze plaatsgevonden. Door de adviescommissie is mij niet bericht dat de infor-matievoorziening aan de klankbordgroep onvoldoende zou zijn geweest. In het overleg met de adviescommissie op 4 februari 2004 zijn wij tot het oordeel gekomen dat de startnotitie gepubliceerd zou kunnen worden. Daarop is eind februari 2004 de startnotitie door mij en de Minister van VROM vastgesteld.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari