Vragen over Rapgroep NAG - antisemitische teksten

dinsdag 27 januari 2004 21:24

Vragen van de leden Rouvoet (ChristenUnie) en Sterk (CDA) aan de minister van Justitie over het politieonderzoek naar de rapgroep NAG.

Met antwoord.

Vragen van de leden Rouvoet (ChristenUnie) en Sterk (CDA) aan de minister van Justitie over het politieonderzoek naar de rapgroep NAG.(Ingezonden 27 januari 2004)
  1. Waarom is het politieonderzoek naar de rapgroep NAG, in verband met het uitbrengen van een nummer met antisemitische teksten nog steeds niet afgerond?
  2. Heeft u kennisgenomen van de uitzending van Netwerk, van 9 januari 2004?
  3. Kunt u aangeven hoe het mogelijk is dat het Openbaar Ministerie in dat programma heeft gesteld dat – mede doordat bij de diverse aangiftes onvoldoende aanwijzingen zouden zijn gegeven die konden leiden tot identificatie – de makers van het nummer nog altijd niet zouden zijn gevonden, terwijl een van de makers in het programma zonder veel moeite ten tonele werd gevoerd?
  4. Is het waar dat de klagers in november expliciet is gemeld dat de verantwoordelijken voor het nummer niet konden worden getraceerd?
  5. Kunt u bevestigen dat de schrijver van de tekst van het rapnummer zich gemeld heeft bij de politie te Hilversum, maar dat hem te verstaan is gegeven te wachten op een bericht van de politie?
Antwoord van minister Donner (Justitie), mede namens de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. (Ontvangen 23 februari 2004)
  1. Het tijdsverloop in deze zaak hangt mede samen met de problematiek rond de identificatie van de verdachten, omdat zij op het internet optreden onder schuilnamen. Daarnaast heeft de overdracht door het politiekorps Amsterdam-Amstelland aan het korps Gooi- en Vechtstreek wegens de noodzaak tot nadere opsporingsactiviteiten met betrekking tot deze zaak in een andere regio enige tijd gevergd.
  2. Ja.
  3. In aansluiting op het antwoord van vraag 1 wijs ik erop dat politie en OM alleen aan de schuilnamen op het Internet in dit geval niet voldoende houvast hadden om de voor opsporing en vervolging van de verdachte benodigde persoonsgegevens te achterhalen. Het is een gege-ven dat in het kader van de rechtsstaat voor de opsporing andere regels gelden voor het identificeren van een verdachte, dan in de mediawereld gelden voor het opsporen van de betrok-kene. Het enkele feit dat een van de makers ten tonele wordt gevoerd in een televisiepro-gramma, geeft op dat moment nog niet voldoende aanknopingspunten voor het vaststellen van diens identiteit. Overigens is die identiteit – zie het antwoord op vraag 5 – inmiddels wel bekend.
  4. In november heeft de behandelend Officier van Justitie klager een voortgangsbericht gestuurd, waarin informatie is gegeven over de stand van zaken van het onderzoek. Daarin is onder andere aangegeven dat de identiteit van de verdachte(n) nog niet was vastgesteld, maar dat het onderzoek ter zake zou worden voortgezet, alsmede dat klager van de vorderingen in het onderzoek op de hoogte zou worden gehouden.
  5. Op de dag dat betrokkene zich meldde op het politiebureau in Hilversum was de zaak nog niet ingeboekt op dat bureau. De politie beschikte dus nog niet over het dossier van het politiekorps Amsterdam-Amstelland met betrekking tot welke zaak het horen plaats zou moeten vinden. In zo’n situatie is niet zonder meer duidelijk welke vragen door de politie zouden moeten worden gesteld. De politie heeft daarom na het noteren van de persoonsgegevens van betrokkene met hem afgesproken dat hij een uitnodiging voor het afleggen van een verklaring zou ontvangen zodra het dossier beschikbaar zou zijn. Betrokkene heeft deze uitnodiging ontvangen en is inmiddels door de politie gehoord.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Rapgroep NAG - antisemitische teksten'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari