Vragen over Capaciteitsproblemen Jeugdzorg

dinsdag 27 april 2004 14:49

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Afgelopen zaterdag werd in het programma ''Knevel op zaterdag'' opnieuw de vinger gelegd bij een zere plek in de jeugd-hulpverlening. Er zijn nog steeds heel wat kinderen die psychiatrische hulp nodig hebben, maar die niet op de juiste plek verblijven. Door de capaciteitsproblemen komen de kinderen terecht bij de justitiële jeugdinrichtingen. Vervolgens zitten zij daar te lang. De situatie is zo ernstig dat een woordvoerder van Jeugdzorg Nederland letterlijk zei: wij kunnen niet meer de verantwoordelijkheid nemen voor het verblijven van deze kinderen in jeugdgevangenissen.
Het gaat om kinderen die al veel hebben meegemaakt en al lange trajecten in de jeugdzorg hebben doorgelopen. De overheid heeft zich voor deze kinderen verantwoordelijk gesteld. De staatssecretaris heeft in haar reactie aangegeven dat al binnen de justitiële jeugd-inrichtingen begonnen moet worden met de behandeling. Dat is de noodzakelijke eerste stap. Overigens gebeurt er gelukkig al het nodige in de justitiële jeugdinrichtingen, ook aan behandeling, en dat is maar goed ook. Eerder heeft de staatssecretaris al te kennen gegeven dat zij zoekt naar mogelijkheden om het zorgaanbod voor deze jongeren te optimaliseren. De Kamer zou daarover voor de zomer worden geïnformeerd. 
Mijn punt is dat het door de uitspraak van Jeugdzorg Nederland van afgelopen zaterdag erop lijkt dat niemand in Nederland voor deze groep zeer problematische en kwets-bare kinderen verantwoordelijkheid wil nemen. Wat vindt de staatssecretaris van de opvatting van Jeugdzorg Nederland, mede in relatie met het recht op jeugdzorg? Wat vindt zij van de stelling van de MO-groep, die structurele oplossingen buiten de JJI's bepleit en van mening is dat er behandelinstituten moeten komen waarbij combinaties mogelijk zijn van gesloten opvang, een gestructureerde leefomgeving, gedragsaanpak, jeugdpsychiatrie en onderwijs?
Er was al eerder een noodoproep van kinderrechters in Nederland, en nu van Jeugdzorg Nederland. Door de jeugdinrichtingen zelf wordt gesteld dat de nadruk in de jaren negentig van de vorige eeuw is gelegd op lichte, ambulante, preventieve voorzieningen en dat dit ten koste is gegaan van relatief stevige voorzieningen, zoals vakinternaten, besloten internaten, jeugdpsychiatrische behandelklinieken en dergelijke. Daardoor is een gat ontstaan tussen lichte en zware voorzieningen. Het middenveld is sterk verwaarloosd, wordt er gezegd, en dat heeft lange wachtlijsten bij de voorzieningen die er wel zijn, tot gevolg. Deelt de staatssecretaris deze opvatting? Neemt zij haar verantwoordelijkheid op dit belangrijke terrein? Op welke wijze gaat zij het gat in het middenveld tussen zware en lichte voorzieningen in de jeugdzorg opvullen?

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari