Algemeen Overleg Voortgang afspraken kabinet-SNN

woensdag 31 maart 2004 15:01

De heer Slob (ChristenUnie) geeft aan dat de Kompas voor het Noorden terecht de nadruk legt op het wegwerken van het faseverschil tussen de economische ontwikkeling in Noord-Nederland en die van de rest van Nederland. Vanwege de scoop op de structuurgelden zijn de afspraken eerst tot 2006 ingevuld, maar is en blijft het perspectief gericht op 2010.
Bij de behandeling van de EZ-begroting voor 2004 circuleerden evenwel allerlei berichten dat het kabinet in 2006 zou gaan stoppen met specifieke aandacht voor het Noorden, hetgeen reden is geweest voor de fractie van de ChristenUnie een motie terzake in te dienen die door een ruime meerderheid van de Kamer is aangenomen en waarin het kabinet wordt gevraagd om ook na 2006 zorg te dragen voor uitvoering van de Langman-afspraken. In dat licht wekt het verbazing dat in de nu voorliggende brief deze motie niet is verwerkt. Uitvoering van de motie is des te noodzakelijker gelet op de aanwakkerende economische tegenwind, waardoor de bedrijfsvoering in het Noorden nog meer onder druk komt te staan.
Het is verheugend uit de rapportage te mogen opmaken dat de uitvoering van de Kompas voor het Noorden op hoofdlijnen redelijk goed verloopt. Wel is opmerkelijk dat de ontwikkeling van het deelprogramma Land achter loopt ten opzichte van de verwachtingen. Wat is hiervan naar het oordeel van de minister de reden?

Verder valt op een verschil tussen gemeten werkgelegenheid. Volgens de voortgangs-monitor zijn er 8177 banen bij gekomen maar volgens de MTR slechts 4510. Waaruit is dat forse verschil te verklaren? Heeft dat gevolgen voor de afspraken die zijn gemaakt op het gebied van werkgelegenheid en welke rekenmethode wordt toegepast bij een volgend evaluatiemoment?
Daarnaast ontbeert de rapportage een nadere onderbouwing van de daarin gepresen-teerde cijfers, hetgeen een heldere doorkijk van de gegevens bemoeilijkt. Als voorbeeld moge dienen de in het deelprogramma Markt opgenomen passage over de verbetering van de vesti-gingsvoorwaarden bedrijvigheid in economische kernzones, waarin staat dat de aanleg met 50 ha per jaar duidelijk ligt onder de verwachte 143 ha per jaar. Dit roept de vraag op of de doelstelling van die 143 ha per jaar op dit moment nog wel realistisch is, zeker gelet op de huidige periode van economische tegenwind en gelet op de constatering in de MTR dat minder ingezet zou moeten worden op bedrijfslocaties en meer op het bestaande bedrijfsleven.

Met betrekking tot de positie van de scheepsbouw is het van het allergrootste belang dat er bij de komende voorjaarsnota extra geld beschikbaar wordt gesteld om deze sector te ondersteunen. Daar het nu echt één minuut voor twaalf is, dient de minister wat dat betreft keihard met de vuist op tafel te slaan in de ministerraad, teneinde te voorkomen dat de scheepsbouw in Nederland gaat verdwijnen.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari