Wetgevingsoverleg Wet einde toegang WAZ – herbeoordeling arbeidsongeschiktheidsverzekering

dinsdag 01 juni 2004 09:45

Tineke Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Allereerst sluit ik mij aan bij de woorden van mevrouw Bussemaker dat het betreurenswaardig is dat wij hier spreken over de systematiek zonder dat wij ons uitlaten over het schattingsbesluit. Het is echter niet anders en wij zullen het daarmee moeten doen.

Het is een goede zaak dat arbeidsongeschikten die worden herbeoordeeld geheel onder de regels van de bestaande arbeidsongeschiktheidswetten vallen. Het voorstel aan het begin van deze kabinetsperiode om hen op basis van het nieuwe criterium te beoordelen, was on-rechtvaardig. Dat is tot onze vreugde van de baan. Dat betekent echter niet dat mijn fractie ge-lukkig is met dit nieuwe voorstel. De overheid moet zeer terughoudend zijn met het veran-deren van spelregels tijdens het spel. Werknemers zijn in ons land verzekerd voor de gevol-gen van inkomensderving als gevolg van een ziekte en het arbeidsongeschiktheidspercentage is vastgesteld op basis van het huidige schattingsbesluit. Daaraan ontlenen velen hun rechten. Als de overheid nu polisvoorwaarden gaat wijzigen door het schattingsbesluit fors aan te scherpen, zal de uitkering voor tienduizenden personen lager worden, zonder dat zij de moge-lijkheid hebben zich voor de gevolgen daarvan bij te verzekeren. Daarmee hebben wij moeite.

Personen die ouder zijn dan 55 jaar en de oude overgangsgevallen worden niet bij de herbeoordelingoperatie betrokken, omdat de kans gering is dat zij weer arbeidsgeschikt zijn en aan de slag komen. De minister schrijft dat in de nota naar aanleiding van het verslag. Maar onder degenen die jonger zijn dan 55 en als gevolg van de herbeoordelingoperatie hun uitkering deels of zelfs geheel verliezen, zullen er ongetwijfeld velen zijn die net zo weinig kans op de arbeidsmarkt maken dan de 55-plussers. En wij moeten de zaak voor diegenen die met een herbeoordeling te maken krijgen niet mooier voorstellen dan die is.
Het is inderdaad juist dat door niet te beoordelen ook niet duidelijk wordt of iemand misschien niet meer mogelijkheden heeft dan hij zelf vermoedt. Wij zijn er daarom voorstan-der van aan herbeoordeling te doen, maar dat dient te gebeuren op grond van dezelfde criteria.

Wij vragen ons af of het afschaffen van periodieke herbeoordelingen niet kan leiden tot het afschrijven van personen die in principe op een gegeven moment best op de arbeids-markt kunnen functioneren. Onder welke omstandigheden is een herbeoordeling denkbaar?

Dat een herbeoordeling iemand kan wijzen op zijn mogelijkheden wil nog niet zeggen dat de arbeidspositie voor ex-arbeidsongeschikten rooskleurig is. Er moeten banen zijn en werkgevers dienen bereid te zijn hen in dienst te nemen. De regering zegt dat zij daarin alle vertrouwen heeft, maar het recente verleden geeft weinig aanleiding tot optimisme. Ik vraag de minister dan ook waarop zijn overtuiging is gebaseerd dat het wel mee zal vallen. Mijn fractie heeft in de schriftelijke voorbereiding gevraagd inzicht te geven in de mate waarin ex-arbeidsongeschikten sinds het in werking treden van de Wet TBA in 1993 erin zijn geslaagd betaald werk te vinden. Ook mevrouw Bussemaker verwees daarnaar. Tot onze teleurstelling zijn de cijfers die hierover bekend worden niet hoopgevend. Het staat vast dat een aanzienlijk deel er niet in is geslaagd werk te vinden. Kan de minister dit niet beter in kaart brengen en zal bij de komende wetswijziging wel aan monitoring worden gedaan? Wij geven de voorkeur aan structurele monitoring.
 
Naar mijn idee is er hoe dan ook weinig reden tot optimisme over de kansen op de ar-beidsmarkt voor degenen die worden herbeoordeeld. Dat geldt zeker voor diegenen die feite-lijk te ziek zijn om betaald werk aan te kunnen. Zo dreigt het op zichzelf goede streven om verborgen werkloosheid in de WAO te bestrijden ertoe te leiden dat verborgen arbeidson-ge-schiktheid ontstaat in de WW en de bijstand. Ik vraag de minister wat zijn mening is over de gedachte het aangescherpte herbeoordelingregime alleen van toepassing te verklaren op de-genen die reële kansen hebben op betaald werk, onder verwijzing naar de belangrijkste reden, namelijk het maken van een wettelijke uitzondering voor bepaalde groepen. Een arbeidskun-dige moet in staat zijn dat te beoordelen en dat lijkt mij een consistente gedachte. Natuurlijk blijft dan een herbeoordeling op basis van de huidige criteria voor alle betrokkenen wel mo-gelijk. Onlangs deed iemand de suggestie pas een nieuw leeftijdscohort aan de herbeoorde-ling te onderwerpen als van het voorgaande cohort 90% betaald werk heeft gevonden. Wat vindt de minister van die suggestie en heeft hij dusdanig veel vertrouwen in de kansen van betrokkenen op de arbeidsmarkt dat hij die uitdaging wil aangaan?

Een complicerende factor bij de beoordeling van dit wetsvoorstel is dat nog niet pre-cies bekend is hoe het nieuwe schattingsbesluit eruit zal zien. Het is denkbaar dat de Tweede Kamer zonder meer kan instemmen met dit wetsvoorstel, maar dat zij onoverkomelijke problemen heeft met het gewijzigde schattingsbesluit. Er is nog geen advies van de Raad van State, omdat deze adviesprocedure direct na de voorhangprocedure zal plaatsvinden en dat is een vreemde volgorde. De Tweede Kamer kan zodoende een eventueel negatief advies van de Raad van State alleen voor kennisgeving aannemen.
Vooruitlopend op de behandeling van het schattingsbesluit vraag ik de minister of het juist is dat daarin de huidige benadering wordt losgelaten waarin het bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid gaat om de gevolgen van de ziekte en niet om de diagnose daarvan. Kan de minister dat toelichten?

« Terug

Reacties op 'Wetgevingsoverleg Wet einde toegang WAZ – herbeoordeling arbeidsongeschiktheidsverzekering'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari