Vragen over Terminale sedatie nav Knevel op zaterdag

woensdag 02 juni 2004 09:59

André Rouvoet: Voorzitter. Vorige week werden er belangrijke conclusies bekendgemaakt uit een onderzoek naar terminale sedatie, een onderzoek van prof. Crul, hoogleraar pijnbestrijding in Nijmegen. De meest opzienbarende bevinding was dat, terwijl ondraaglijk lichamelijk lijden als de belangrijkste reden voor een verzoek om euthanasie wordt gezien, de meerderheid van de artsen meent dat er juist bij lichamelijk lijden een alternatief voorhanden is, te weten terminale sedatie, waardoor de patiënt geen pijn meer hoeft te lijden, zodat er ook geen grond meer is voor het inwilligen van een verzoek om levensbeëindiging. Voor alle duidelijkheid, terminale sedatie is geen vorm van euthanasie; de patiënt wordt in slaap gebracht, maar hij of zij sterft dan eventueel zelf. Het is zelfs denkbaar dat de lichamelijke gesteldheid zich zo stabiliseert dat de patiënt weer gewekt kan worden.

Ik noem deze conclusie opzienbarend omdat ook bij de behandeling van de euthana-siewetgeving in deze Kamer als belangrijkste argument voor het onder voorwaarden legalise-ren van euthanasie genoemd werd dat wij mensen niet onnodig mogen laten lijden. Daarom beschouwde de toenmalige minister, mevrouw Borst, euthanasie als het sluitstuk van goede palliatieve zorg. Het gaat mij er nu niet om, ons standpunt van indertijd te herhalen dat levensbeëindiging niet het antwoord op lijden mag zijn. Nu is relevant dat uit dit onderzoek blijkt dat niet euthanasie, maar diepe sedatie in de terminale fase als sluitstuk van de palliatieve zorg moet worden beschouwd.  Dit kan overigens niet zomaar.
Terminale sedatie vereist specifieke kennis en deskundigheid en er moeten heldere criteria worden vastgesteld, onder andere voor de gevallen waarin dit kan worden toegepast en het moment waarop. De ingreep moet ook omkeerbaar zijn, het moet mogelijk zijn om iemand uit de sedatie te wekken. 
Bovendien moet lichtvaardige toepassing van deze ingreep voorkomen worden. Naar aanleiding van de genoemde bevindingen leg ik de staatssecretaris een viertal vragen voor. Wat vindt zij van de conclusie van prof. Crul? Deelt zij de conclusie dat terminale sedatie als specifieke vorm van pijnbestrijding ingeval van lichamelijk lijden een alternatief voor euthanasie is? Deelt zij mijn opvatting dat terminale sedatie, mits goed geregeld, beschouwd moet worden als een redelijke andere oplossing in de zin van de criteria uit de euthanasiewet, de Wet op de lijkbezorging, zodat het verzoek om euthanasie in gevallen waarin terminale seda-tie mogelijk is, dient te worden afgewezen? Is de staatssecretaris bereid om op korte termijn met de KNMG en andere relevante organisaties te overleggen over landelijke richtlijnen voor terminale sedatie? En is zij bereid om te bezien hoe deskundigheid en de informatievoor-ziening op dit gebied kan worden bevorderd?
Er is in de stukken die wij de laatste tijd van de staatssecretaris ontvangen hebben, aangegeven dat terminale sedatie als onderwerp betrokken wordt bij het kabinetsstandpunt inzake de evaluatie van de euthanasiewet. Dit lijkt mij ook terecht, maar dit hoeft overleg met de betrokken beroepsgroep over het nader inkaderen van deze ontwikkeling door middel van richtlijnen naar mijn mening niet in de weg te staan. Dit overleg hoeft volgens mij niet te wachten op het parlementaire debat over de evaluatie, omdat die met name te maken heeft met de meldingsprocedure en wat daaraan vastzit.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Terminale sedatie nav Knevel op zaterdag'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari