Bijdrage debat Initiatief Dittrich – vaste boekenprijs

woensdag 09 juni 2004 10:04

Arie Slob: Mijnheer de voorzitter. Ik complimenteer de indieners van harte met hun voorstel. En dat is geen verplicht nummer, want wij waarderen het iedere keer opnieuw als de gereedschapskist van de Kamer volop opengaat. Dat hebben zij gedaan. Het is wel een bijzondere coalitie, maar de reden van de vorming van deze coalitie is duidelijk. Dat is de op handen zijnde beëindiging van de ontheffing inzake de vaste boekenprijs, die per 2005 geldt. Dat vraagt natuurlijk om een reactie.
De huidige regelgeving is privaatrechtelijk van karakter en zou in Europeesrechtelijke zin waarschijnlijk geen lang leven beschoren zijn. Als wij het goed hebben gezien, beogen de indieners met dit wetsvoorstel feitelijk niet veel meer dan de bestaande situatie een publiek-rechtelijke basis te geven. Dat ervoor gekozen is de bestaande situatie te handhaven, maar dan wel op een andere juridische basis, is begrijpelijk. Ook de marktpartijen lijken zeer tevreden te zijn met de huidige marktstructurering. De argumenten die in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel worden genoemd, zijn eigenlijk ook de argumenten die zo'n tachtig jaar geleden zijn gebruikt om de vaste boekenprijs in te voeren. De indieners van het voorstel beogen voorwaarden te scheppen – dat waarderen wij - waaronder in Nederland ook voor de langere termijn een breed en divers aanbod van boeken in het Nederlands en het Fries, van bladmuziek en muziekliteratuur beschikbaar kan zijn via een geografisch ruim verspreid net van boekhandels. De vaste boekenprijs moet een zo breed mogelijk aanbod bewerkstelligen. Andersom wordt gesteld dat het loslaten van de prijs leidt tot kleinere marges en dus tot het schrappen in uitgaven en verkooppunten.

Gezien de discussie voorafgaande aan dit debat - want er is natuurlijk al heel wat over gesproken en geschreven - blijkt het toch wel heel erg moeilijk om de effectiviteit van de vaste boekenprijs voor cultuurpolitieke doeleinden absoluut vast te stellen. Volgens de Raad voor cultuur blijkt het systeem van de vaste boekenprijs zekerheid te bieden en grondslag te zijn voor een levendig stelsel van grotere en kleinere uitgeverijen, megaboekhandels en buurtboekwinkel, ketenboekhandels en zelfstandige boekhandels en van ontplooiing van genres en schrijversoeuvres.

Echter, in het rapport ''Boek en markt'' van het CPB en de SCP wordt de effectiviteit van de vaste boekenprijs enigszins in twijfel getrokken. Ook uit de vergelijking met andere landen komen verschillende beelden naar voren, maar de ervaringen in België, Frankrijk en ook Engeland geven aan dat aan het loslaten van de vaste boekenprijs behoorlijke risico's zijn verbonden. Wij geven het de indieners na; zij hebben het vrij uitvoerig in hun memorie van toelichting aangegeven.

In dat opzicht maak ik even een interruptie van mij op het betoog van mevrouw Lambrechts goed. Zij heeft wel de juiste cijfers genoemd. Het is gewoon een gegeven dat in België het aantal boekhandelaren per inwoneraantal in negatieve zin behoorlijk verschilt met dat in Nederland. Mijn fractie vindt het ook een heel erg groot risico om de vaste boekenprijs nu los te laten. Het is heel erg riskant om met dit soort zaken te experimenteren. Dat komen wij misschien evenals in Frankrijk na een jaar of twee jaar erachter dat het absoluut niet werkt en moeten wij terug naar de oude situatie. Dat lijkt ons geen goede oplossing. Uit mijn woorden kunt u opmaken dat wij een heel positieve grondhouding hebben tegenover dit wetsvoorstel. Wij hebben dat ook in onze inbreng voor het verslag laten merken.

Toch hebben wij ook bezwaren. Wij vinden het heel erg opgetuigd. Het is allemaal behoorlijk uitgedijd. Wij willen eigenlijk dat het wetsvoorstel op een aantal punten wordt afgeslankt. En dat ''eigenlijk'' is voor ons een voorwaarde om straks in te kunnen stemmen met het wetsvoorstel. In de eerste plaats gaat het hierbij om het voorstel een ZBO in het leven te roepen. Ook mevrouw Lambrechts gaf daarvan aan dat dit wel een heel zwaar middel is. Het lijkt ons eigenlijk ook wat te veel van het goede. Het moet toch goed mogelijk zijn om het toezicht op de uitvoering via de branche zelf te laten lopen. Als wij dan toch proberen ons te beperken in regelgeving, lijkt ons het instellen van een zelfstandig orgaan te veel van het goede. Het kan ook anders.

In dat opzicht kan ik goed meegaan met het amendement van mevrouw Van Vroonhoven-Kok en mevrouw Kraneveldt dat inmiddels is ingediend. Wij zullen dit amendement steunen en de aanneming ervan is voor ons cruciaal bij het bepalen van onze steun voor het wetsvoorstel als geheel. Het gevolg van de aanneming van dit amendement zou ook zijn dat de bekendmaking van de vaste boekenprijs niet via het college hoeft te lopen. Die bekendmaking kan prima door de branche zelf worden geregeld. Ook dat zou het voorstel dat er nu ligt, alweer wat afslanken.

Een tweede punt, waar ook anderen al over hebben gesproken en waarop ik mevrouw Eijsink heb bevraagd, is de discussie rond de schoolboeken. Wij blijven het wat merkwaardig vinden dat het wetenschappelijke boek buiten de definitie van het schoolboek is gevallen. De uitvoerige argumentatie die de indieners daarvoor hebben gegeven, hebben wij doorgelezen, maar wij vinden deze niet in alle opzichten even overtuigend. Immers, ook bij het weten-schappelijke boek is het voor studenten lang niet altijd  mogelijk om zelf te bepalen welk boek je gebruikt. In heel veel gevallen wordt één specifiek boek gewoon voorgeschreven. Dat studenten gebruik kunnen maken van bepaalde kortingsmogelijkheden, zoals de indieners aangeven in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag, geeft hier niet de doorslag, want ook in het voortgezet onderwijs kan wel eens gebruik worden gemaakt van kortingsregelingen.

Ik heb in dat opzicht, alles overziend, een amendement voorbereid, maar nog niet in-gediend, om de definitie van wat een educatief boek is, aan te passen. Wij stellen voor om een educatief boek als volgt te definiëren en ik vraag daarop een reactie van de indieners: een edu-catief boek is een werk dat in vorm en inhoud gericht is op informatieoverdracht in onder-wijsleersituaties in basisonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, volwasseneneducatie, hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onder-wijs, en waarvan het gebruik binnen het les- en studierooster door de betrokken onderwijsin-stellingen is voorgeschreven. Dat is weliswaar een inkadering, maar wij zouden dit graag op deze manier gedefinieerd willen zien. Het betekent enigszins een verbreding van wat wij onder schoolboeken verstaan.
Een volgend punt is dat mijn fractie het eigenlijk overbodig vindt om een verlengde termijn voor de boekenclub te hanteren. Waarom zou niet voor de boekenclub eenzelfde ter-mijn als voor de boekhandels gehanteerd kunnen worden, zo vraag ik de indieners. De ter-mijn voor de vaste boekenprijs wordt toch bewust gekozen en wat rechtvaardigt dan de onder-scheiden positie van de boekenclub?

Dit waren enige punten die voor mijn fractie van groot belang zijn, als het gaat om ons definitieve oordeel over dit wetsvoorstel, een wetsvoorstel ten opzichte waarvan wij een heel positieve grondhouding hebben. Uiteindelijk is cruciaal voor het definitieve oordeel of dit wetsvoorstel Europa-proof is, want het kan toch niet zo zijn dat wij dit met elkaar op deze wijze gaan regelen, terwijl later blijkt dat wat wij hier allemaal met elkaar bedacht hebben, weer overruled wordt door Europa. Daar zou ik ook graag een overtuigende reactie van de indieners op willen horen.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Initiatief Dittrich – vaste boekenprijs'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari