Vragen over Mogelijke vergroting vaccinatiegraad risicogroepen WHA

vrijdag 14 november 2003 11:48

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de resolutie van de WHA inzake mogelijke vergroting van de vaccinatiegraad voor mensen met verhoogde risico’s.

Met antwoord.

Met antwoord.

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de resolutie van de WHA inzake mogelijke vergroting van de vaccinatiegraad voor mensen met verhoogde risico’s.(Ingezonden 14 november 2003)
  1. Bent u bekend met de resolutie van de World Health Assembly (WHA) d.d. 28 mei 2003, waarin lidstaten worden opgeroepen de vaccinatiegraad niet alleen bij ouderen, maar ook voor met name mensen met verhoogde risico’s te vergroten?
  2. Kan worden aangegeven of Nederland met de bestaande preventieprogramma’s voldoet aan wat in deze resolutie wordt gevraagd? Zo neen, welke acties worden er door u ondernomen om wel te voldoen aan deze dringende oproep van de WHA, en te voorzien in de bij deze doelstelling behorende vaccins?
  3. Bent u voornemens om in lijn met deze resolutie in geval van een pandemie vaccin beschikbaar te stellen voor de gehele Nederlandse bevolking, naar analogie van het pokkenvaccin?
  4. Welke stappen worden ondernomen om het beschikbaar stellen van griepvaccin tijdens een mogelijke pandemie voor de totale bevolking te garanderen?
Antwoord
Antwoord van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
(Ontvangen 16 december 2003)
  1. Ja.1
  2. In de WHA-resolutie wordt onderscheid gemaakt tussen voorbereidingen op de reguliere griep en voorbereidingen op een grieppandemie. Voor wat betreft de voorbereidingen op de reguliere griep voldoet Nederland ruimschoots aan de aanbevelingen. De vaccinatiegraad bij hoog risicogroepen, inclusief ouderen, bedroeg 75% in 20021.
    Daarnaast zijn 28.000 kuren antivirale middelen aangeschaft voor mensen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Deze kunnen worden toegepast in het geval dat er ondanks vaccinatie toch een griepuitbraak plaatsvindt. Voor wat betreft de voorbereidingen op een grieppandemie hecht ik eraan te benadrukken dat volledige bescherming bij een calamiteit van dergelijke omvang niet mogelijk is.
    Zoals de resolutie van de WHA aangeeft, zijn er echter wel maatregelen te treffen die de effecten van een grieppandemie mogelijk verminderen. In Nederland zijn de volgende activiteiten ondernomen:
    • Er is een concept-landelijk draaiboek opgesteld. Dit vormt het raamwerk waarin voorbereiding en bestrijding zou moeten plaatsvinden.
    • Er is een regionaal modeldraaiboek opgesteld dat is verspreid in alle regio’s in Nederland. Hierin worden handvatten gegeven om tijdens een pandemie om te kunnen gaan met de verdeling van schaarse zorgvoorzieningen.
    • Er is een nationaal surveillance systeem voor influenza. Dit systeem wordt gecoördineerd door het Nationaal Influenza Centrum; een samenwerkingsverband tussen het RIVM en de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) dat een functie heeft als WHO-referentielab voor influenza.
    • Ik heb de Gezondheidsraad in augustus jl. om advies gevraagd over de wenselijkheid van de opslag van antivirale middelen voor de Nederlandse bevolking. Ik verwacht hierover in maart 2004 advies te krijgen. Op basis hiervan zal ik een besluit nemen over eventuele aanschaf van deze middelen.
    Voor wat betreft de waarborging van voldoende vaccins verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 3 en 4.
  3. Nee, het is niet mogelijk om van tevoren een voorraad griepvaccins te produceren en op te slaan, zoals dat bij pokken wel mogelijk was. Een griepvaccin wordt geproduceerd met de circulerende virusstammen die op dat moment de veroorzakers zijn van de epidemie. Het is nu nog onbekend wat de biologische eigenschappen van een volgend pandemisch griepvirus zullen zijn.
    Ook wanneer de eerste tekenen van een pandemie zich aandienen en het virus bekend is, zal het niet mogelijk zijn tijdig vaccin beschikbaar te hebben aangezien de productie ca 6 – 8 maanden in beslag neemt en de wereldwijde vraag sterk zal zijn toegenomen.
    Wèl oriënteer ik mij op de mogelijkheid om vooraf met een producent afspraken te maken over een voorrangspositie van Nederland bij de levering van het griepvaccin tijdens een pandemie. Zie tevens mijn antwoord op vraag 4.
  4. Tijdens regulieregriepseizoenen koopt Nederland op jaarbasis 3 miljoen doses griepvaccin voor personen van 65 jaar en ouder en voor specifieke risicogroepen.
    Uitgaande van een ernstige pandemie zoals in 1918, zou er voor iedere inwoner van Nederland vaccin beschikbaar moeten zijn. Een dergelijk pandemisch vaccin is, zoals aangegeven in vraag 3, echter niet van tevoren te produceren.
    Na het ontstaan van de nieuwe infectieuze variant zal pas na een periode van ongeveer 6 – 8 maanden vaccin beschikbaar zijn. In de gegeven omstandigheden zal de behoefte aan vaccin wereldwijd veel groter zijn dan tijdens een regulier griepseizoen.
    Het NVI (Nederlands Vaccin Instituut) heeft op mijn verzoek de productiecapaciteit bij de producenten van griepvaccin geïnventariseerd. Zij heeft mij op basis hiervan geadviseerd om een zogenaamd optiecontract te sluiten met een vaccinfabrikant. Een dergelijk optiecontract is te zien als een verzekering. De Nederlandse overheid betaalt in dat geval jaarlijks een bepaald bedrag. Hiervoor koopt zij als het ware de garantie dat haar bevolking het eerst vaccins zal krijgen, wanneer zich een pandemie voordoet. De feitelijke aankoop van het pandemisch vaccin vindt dus pas plaats ten tijde van een grieppandemie. Een dergelijke constructie houdt wel in dat andere landen later beleverd zullen worden dan Nederland.
    Het NVI zal volgend jaar een aanbestedingsprocedure starten. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan zal ik het besluit nemen of ik met één van de vaccinproducenten een optiecontract zal sluiten.
1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

« Terug

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari