Overheid moet in sommige gevallen moraliseren

vrijdag 12 december 2003 10:37

DEN HAAG - ChristenUnie-fractievoorzitter André Rouvoet is blij dat het WRR-rapport de discussie over waarden en normen niet beperkt tot de sfeer van dagelijkse ergernissen. Maar hij heeft ook grote bedenkingen tegen het rapport, dat volgens hem te veel een verlichtingsgeloof uitademt.

Zo negeert het adviesorgaan de heilzame werking van godsdienst in een samenleving. ,,Als er grote manifestaties van jongeren zijn, is de politie altijd op haar hoede. Behalve bij de EO-jongerendag. Dat moet de overheid toch iets zeggen?''

Het lijvige rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een van de meest gezaghebbende adviesorganen van de overheid, wordt door Rouvoet zeer verwelkomd. Zijn partij heeft aan het debat over waarden en normen altijd veel belang gehecht en pleitte aanvankelijk zelfs voor een waarden- en normencommissie, die het debat moest aanjagen. Die commissie is er nooit gekomen en ondertussen dreigde de discussie vooral te gaan over de dagelijkse ergernissen van mensen. ,,Gelukkig brengt de WRR nu een verbreding aan'', stelt de fractievoorzitter van de ChristenUnie.

,,De discussie ging zich steeds meer verengen tot een debat over respect en fatsoen, maar daar zitten riskante trekjes aan. We hebben het dan alleen maar over de vraag, hoe we elkaar niet in de weg zitten en wat mij in het gedrag van anderen stoort. Gelukkig doet de WRR nu een poging die vragen te overstijgen en te bezien, welke waarden een samenleving nodig heeft, wil ze echt een sámenleving zijn.''

Tegenwaarden
Tegelijk heeft Rouvoet grote moeiten met de inhoudelijke insteek, die het rapport ten aanzien van de meest essentiële waarden kiest. De raad noemt zes grondwaarden van de westerse cultuur, die grotendeels door de Verlichting zijn bepaald. Tegenover die grondwaarden staan zes 'tegenwaarden' die horen bij de premoderne tijd, maar nu nog steeds zichtbaar zijn in de islamitische cultuur en de ontluikende conservatieve beweging in Nederland. Zo staat 'eerbied voor het verleden' volgens de WRR tegenover de verlichtingswaarde 'toekomstgeloof' en vormt 'traditie' de tegenwaarde van 'rede en redelijkheid'. ,,De WRR kiest duidelijk positie in de liberale cultuur die door de Verlichting is gevormd'', aldus Rouvoet. ,,Ik ben zeer benieuwd of het kabinet dat overneemt. VVD en D66 vinden het ongetwijfeld prachtig, maar ik kan me niet voorstellen dat het CDA en premier Balkenende zich daarbij thuis voelen.''

Rouvoet noemt het onzinnig twee rijtjes waarden op te schrijven, waarvan de ene tot de grondwaarden van de westerse cultuur behoort en de andere afgedaan zou hebben. ,,Je kunt eerbied voor het verleden niet afzetten tegenover toekomstgeloof. Wie niet beseft waar hij vandaan komt, weet ook niet waarheen hij op weg is. Ook persoonlijke vrijheid, volgens de WRR een van de kernwaarden van onze westerse samenleving, kun je niet afzetten tegenover collectiviteit. Persoonlijke vrijheid is een groot goed, maar het komt pas tot zijn waarde in een collectief, zoals gezin of familie.''

,,Dat individuele vrijheid als hoogste goed zijn beperkingen heeft, blijkt wanneer iemand die ultieme persoonlijke vrijheid krijgt. Zet hem op een onbewoond eiland, en hij zal ongelukkig worden. Pas als er andere mensen bijkomen en zij slagen erin een samenleving te vormen, kan hij gelukkig worden.'' De WRR zet dan ook in op waarden, die op zichzelf niet verkeerd hoeven te zijn, maar ten onrechte van andere waarden losgemaakt worden. ,,Ook ik hecht natuurlijk aan persoonlijke vrijheid en toekomstgeloof. Maar door ze los te koppelen van andere waarden, kunnen ze ervoor zorgen dat de samenleving ontspoort en fragmenteert.''

Buitenspel
Bovendien zet het rapport door deze benadering hele groepen in de samenleving buitenspel, meent Rouvoet. ,,Het ene rijtje waarden mag wel meedoen, het andere niet. Terwijl veel mensen op basis van hun levensovertuiging juist de zogenoemde 'tegenwaarden' belangrijk vinden. Deze insteek kan tot een geweldige tweedeling in de samenleving leiden, omdat christenen, conservatieven, maar ook veel nieuwkomers zich daarin niet herkennen. Zij hechten aan verbanden als het gezin, maar zien ook het belang in van traditie.''

De insteek van de WRR laat volgens Rouvoet zien, dat waarderelativisme in feite onmogelijk is. ,,Het rapport noemt de pluriformiteit van waarden heel belangrijk voor onze samenleving. En ook ik kan niet ontkennen dat we in Nederland een veelheid aan waarden hebben. Maar ik zal die pluriformiteit nooit als norm aanvaarden, zoals de WRR lijkt te doen. Sommige waarden zijn gewoon beter voor een samenleving dan andere. Dat de WRR dat eigenlijk ook vindt, blijkt uit het feit dat ze bepaalde waarden zoals persoonlijke vrijheid tot de kernwaarden van de westerse samenleving rekent. Blijkbaar plaatst ook de WRR de ene waarde boven de andere. Echt waarderelativisme bestaat dan ook niet. C.S. Lewis heeft eens gezegd dat het bedenken van nieuwe waarden net zo onmogelijk is als het bedenken van nieuwe primaire kleuren.''

Overheid
Het rapport stelt in het verlengde hiervan dat het geen zin heeft wanneer de overheid bepaalde waarden aan de samenleving wil opleggen. Als bijvoorbeeld matigheid niet uit de samenleving zelf komt, overvraagt de overheid de burgers wanneer ze ervoor pleit dat de burgers zich moeten matigen. ,,Op zich heeft de WRR hier wel een punt'', stelt Rouvoet. ,,Ook ik vind niet dat we alles van de overheid moeten verwachten.''

Maar het rapport schiet volgens hem door en marginaliseert de rol van de overheid. Die moet zich volgens de raad vooral bezighouden met het aanpakken van onwettig gedrag. Onprettig of onfatsoenlijk gedrag is meer een zaak van burgers en maatschappelijke instellingen zelf. ,,Je kunt ook te snel roepen dat de overheid zich nergens mee mag bemoeien. De hele discussie over waarden en normen is begonnen omdat er in de samenleving een gevoel van onbehagen heerst. Mensen maken zich niet zozeer zorgen over bepaalde wetsovertredingen, maar over onfatsoenlijk gedrag. Als je dan zegt: de overheid heeft hier geen taak, doet iemand anders dan wel iets?''

De overheid kan zich volgens de Rouvoet wel degelijk met onfatsoenlijk gedrag bemoeien, en doet dat ook al. ,,We hebben een mediawet waarin staat dat bepaalde programma's niet voor tien uur 's avonds uitgezonden mogen worden. Maar toen wij onlangs vroegen aan staatssecretaris Van der Laan ook het aspect waarden en normen in het prestatiecontract met de omroepen op te nemen, weigerde ze dat. De overheid mag zich van deze D66-bewindsvrouw op geen enkele manier met de inhoud van programma's bemoeien. Dat begrijp ik echt niet. Als je het geweld, de verloedering en seksuele delicten in de samenleving serieus neemt, kun je toch niet ontkennen dat onze beeldcultuur met seks en geweld op de tv daarbij een rol speelt. Wij pleiten echt niet voor verbod of censuur, maar willen wel dat de overheid zich op een of andere manier ermee bemoeit en sturing geeft. Ik schrik dan echt van de opstelling van de staatssecretaris. Een overheid mag toch, zonder direct met allerlei bepalingen te komen, zeggen: zo zijn onze manieren in dit land.''

Visje
Hetzelfde geldt voor asociaal gedrag in het verkeer, bijvoorbeeld afsnijden of de reactie daarop door het opsteken van een middelvinger. Dat laatste kun je wettelijk niet verbieden, vindt Rouvoet. Maar ook dan geldt dat de overheid niet is uitgepraat. ,,Via de spotjes van Postbus 51 doet de overheid er al wel wat aan. Maar telkens als deze spotjes in de Kamer aan de orde komen, vragen politici zich af of dat niet een vorm van moraliseren is. Wij vinden dat de overheid in sommige gevallen ook moet moraliseren. Waar het kan, moet ze niet schromen een bijdrage te leveren aan een prettiger leefklimaat binnen het publieke domein.''

Terwijl de overheid terughoudend moet zijn in het waarden en normendebat, dienen burgers en maatschappelijke organisaties zich te roeren, vindt de WRR. Vooral aan de school, maar ook aan de media, dicht het adviesorgaan een belangrijke taak toe in de overdracht van waarden en normen. Het gezin en de kerk komen er daarentegen bekaaid vanaf. ,,Dat past bij de liberale insteek van het rapport'', meent Rouvoet.

,,Gezin en kerk horen blijkbaar bij het verleden en tellen nauwelijks mee.'' En dat terwijl de kerk een belangrijke rol speelt bij het naleven van bepaalde waarden en normen. Zoals omgekeerd de secularisatie van grote betekenis is geweest in de ontwikkeling van Nederland tot een neoliberale samenleving.

Secularisatie
,,De rol van de secularisatie wordt zwaar onderschat. Begrijp me goed: ik idealiseer het verleden waarin geloofsbeleving in Nederland nog gemeengoed was, niet. Er waren ook toen zeker misstanden. Maar er was wel bij velen een besef van eeuwigheidswaarde, dat uitging boven de dagelijkse omgang van mensen. Het diepe besef van wat wezenlijk is, zijn we als samenleving door de secularisatie kwijtgeraakt. Misschien is het een flauw voorbeeld: maar waarom hoeft de politie niet op haar hoede te zijn bij de EO-jongerendag en wel bij allerlei andere manifestaties van jongeren? Dat moet de overheid iets zeggen. Blijkbaar geeft het gedeelde geloof iets van een normbesef, sociale controle en disciplinering, die anders vaak ontbreken.''

,,Een ander voorbeeld is het visje op de auto. Sommigen erkennen dat ze daardoor niet gauw te hard zullen rijden. Je kunt het hypocriet noemen, maar ook daar gaat een disciplinerende werking vanuit. Dat moet de overheid wat waard zijn. In plaats daarvan vinden veel politieke partijen dat geloof en godsdienst niets met het publieke domein te maken hebben. Ook de WRR doet zichzelf te kort door dit punt te miskennen. Ik vind dat naïef.''

Moslimscholen
Eenzelfde naïviteit constateert Rouvoet als het gaat om de laconieke houding van de WRR ten aanzien van het normbesef in de samenleving. ,,De raad doet of we het in Nederland wel eens zijn over de belangrijkste waarden in onze samenleving. Iedereen deelt immers de waarden van de rechtsstaat en van de democratie. Maar daarmee gaat het adviesorgaan voorbij aan de meningsverschillen die mede aanleiding gaven tot het waarden- en normendebat. Neem de discussie over botsende grondrechten. We vinden allemaal de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst een groot goed en zeggen dat je niet mag discrimineren. Maar de verschillende bevolkingsgroepen wegen deze grondrechten wel anders wanneer ze met elkaar botsen zoals bij de uitspraken van imams over homoseksualiteit. De een vindt dat godsdienstvrijheid plaats moet maken als iemand zich gediscrimineerd voelt. Een ander hecht juist meer aan die godsdienstvrijheid, ook als dat tot een gevoel van discriminatie leidt. Ook ten aanzien van de moslimscholen zie je dat mensen absoluut niet gelijk denken. De vrijheid van onderwijs geldt volgens sommigen opeens niet voor het islamitisch onderwijs. Aan de recente discussie hierover zie je dat het allemaal niet zo gemakkelijk is. We moeten niet naïef zijn.''

Bron: Nederlands Dagblad

door onze redacteur Marc Janssens

« Terug

Reacties op 'Overheid moet in sommige gevallen moraliseren'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari