Alimentatie meer afdwingen

donderdag 04 december 2003 10:40

Bron: Nederlands Dagblad

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van Sociale Zaken. De ChristenUnie pleit daarbij voor wijziging van de alimentatiewetgeving. Want nu kunnen ex-partners - mannen meestal - nog te makkelijk hun ouderhoudsplicht ontlopen.

door Tineke Huizinga-Heringa

In ons land ontvangen duizenden vrouwen en kinderen geen alimentatie terwijl ze daar wel recht op hebben. De huidige wetgeving geeft onderhoudsplichtige ex-partners nog te vaak de mogelijkheid weg te lopen voor hun verantwoordelijkheden. Het kan allemaal veel rechtvaardiger, als de wetgever óók zijn verantwoordelijkheid neemt.

In Nederland eindigt bijna een op de drie huwelijken door een echtscheiding. Naast emotioneel leed zijn er in veel gevallen ook financiële problemen. De overheid gaat ervan uit dat de ex-partners zelf afspraken maken over de gevolgen van een echtscheiding, zoals de verzorging van en omgang met de kinderen en over de alimentatie. De wet schrijft gescheiden partners wel een zorgplicht voor, tegenover zowel elkaar als hun kinderen onder de 21 jaar. Als het niet lukt op vrijwillige basis afspraken te maken, doet de rechter daarover bindende uitspraken bij de ontbinding van het huwelijk.

Zo'n rechterlijke uitspraak kan dus gaan om de vraag of, en zo ja hoeveel alimentatie er moet worden betaald, zowel voor de partner als voor de kinderen. Helaas komt het nogal eens voor dat de betalingsplichtige - meestal de man - weigert te betalen. Degene die achterblijft, heeft doorgaans weinig rooskleurige perspectieven en is niet zelden aangewezen op de bijstand. Zeker als er kinderen zijn, is de situatie dan schrijnend.

De regering geeft zelf ook onomwonden toe dat het bestaande alimentatiesysteem vrouwen vaak onevenredige financiële lasten bezorgt. Zij nemen immers meestal de verzorging voor hun rekening.

Zelfstandigheid
De regering onderneemt weinig op dit terrein. Wel wil ze binnenkort een wetsvoorstel indienen, dat de hoogte van de kinderalimentatie vastlegt. Dit kan wellicht veel getouwtrek voorkomen. Maar ze laat twee andere knelpunten liggen: de partneralimentatie en de inning van alimentatie.

In het licht van het streven naar economische zelfstandigheid voor iedere volwassene is de partneralimentatie voor sommige partijen kennelijk een te heet hangijzer. Het liefst zien zij dat partneralimentatie niet nodig is, omdat de vrouw zelf in haar levensonderhoud voorziet.

Dat is enerzijds wel te begrijpen, anderzijds is het ook opmerkelijk. Partneralimentatie is een wettelijk recht. Als de rechter de hoogte van de partneralimentatie vaststelt, gaat hij ervan uit dat de ex-partner die ook betaalt. Nu dat vaak achterwege blijft, is de politiek aan zet.

Maar er gebeurt niets. Sterker nog, het Rijk laat de teugels nog meer vieren. Op grond van de huidige Bijstandswet zijn gemeenten nog verplicht de onderhoudsplichtige ex-partner bij zijn verantwoordelijkheid te bepalen, door een deel van de verleende bijstand op hem te verhalen. Maar deze terugvorderings- en verhaalplicht wordt met ingang van 1 januari 2004 afgeschaft.

Dat is op zichzelf niet rampzalig, omdat dit systeem toch niet goed werkte. Sociale diensten van gemeenten zijn nu eenmaal geen incassobureaus.

Een goed alternatief blijft echter achterwege. Gemeenten mogen na de jaarwisseling zelf bepalen wie voor de alimentatiekosten opdraait: de ex-partner of de samenleving. In een tijd waarin burgers te pas en te onpas worden gewezen op hun verantwoordelijkheden, is dat wel heel merkwaardig en inconsequent. Het is principieel moeilijk te verdedigen dat de gemeenschap verantwoordelijkheden overneemt, als de betrokkenen hun verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de onderhoudsplicht, en die nota bene wettelijk is vastgelegd, niet willen nemen.

Bureau
Een logische oplossing is de partneralimentatie vast te stellen, en zonodig ook te innen, via een bestaand bureau dat veel ervaring heeft met alimentatie: het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Dit bureau springt nu al te hulp, als de ene partner in gebreke blijft bij de betaling van de kinderalimentatie. Het is een relatief kleine stap het bureau vergelijkbare bevoegdheden te geven voor de inning van de partneralimentatie, als er sprake is van achterstanden of weigering te betalen.

Op die manier kan ook worden voorkomen dat herhaaldelijk pijnlijke confrontaties plaatsvinden tussen ex-partners. De voordelen van deze opzet wegen duidelijk op tegen eventuele bezwaren van emancipatoire aard.

Het meest wordt de verantwoordelijkheid ontlopen bij de partneralimentatie. Kinderalimentatie is minder vaak een probleem, omdat de ouders doorgaans geen conflict met hun kinderen hebben. Toch is ook hier in ongeveer een derde van de gevallen sprake van onwil. In die situaties kan dus het LBIO worden ingeschakeld. In veel gevallen lukt het dit bureau de bijdragen alsnog te innen, omdat het vergaande bevoegdheden heeft (loonbeslag, deurwaarder, zelfs gijzeling).

Een knelpunt ligt hier wel wanneer de onderhoudsplichtige nog meer schulden heeft, die eerst aan bod komen. Het LBIO heeft als schuldeiser niet dezelfde voorrangspositie als de belastingdienst en de sociale dienst. Eigenlijk zou kinderalimentatie ook voorrang moeten krijgen, zodat de kans veel groter is dat de bijdragen toch zijn te verhalen. Zo kan worden voorkomen dat de gemeenschap betaalt, terwijl de verantwoordelijkheid aantoonbaar ergens anders ligt.

Kortom, er is reden genoeg de alimentatiewetgeving ook op deze twee punten aan te passen. Er is alles voor te zeggen om ook op dit terrein verantwoordelijkheden weer in balans te brengen.

Tineke Huizinga is Tweede-Kamerlid voor de ChristenUnie

« Terug

Reacties op 'Alimentatie meer afdwingen'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2003

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari