Bijdrage debat Positie Kabinet der Koningin

dinsdag 10 februari 2004 12:26

André Rouvoet: Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie stond indertijd tamelijk genuanceerd in de discussie over de meest gewenste plaatsing op de rijks-begroting; bij hoofdstuk II of hoofdstuk III. Alles afwegende en gehoord de discussies, hebben wij gekozen voor steun aan het amendement-Kalsbeek om het bij de begroting van het ministerie van Algemene Zaken onder te brengen. Onze motivering om dit amendement te steunen was dat de volledige ministeriële verantwoordelijkheid, in het bijzonder van de minister-president, buiten twijfel moest worden gesteld, gelet op zijn verantwoordelijkheid voor de leden van het Koninklijk Huis. Wij vonden het gepast om het Kabinet der Koningin daar onder te brengen.
 
Die volledige ministeriële verantwoordelijkheid van de minister-president voor het Kabinet der Koningin is nu buiten twijfel gesteld. Dat wordt vandaag in ieder geval ook door andere fracties theoretisch niet betwist. De brief van de minister-president is daar glashelder over. Vervolgens is de vraag wat dit betekent voor eventuele inbedding van het Kabinet der Koningin in de ambtelijke organisatie van Algemene Zaken. Uit het debat blijkt dat dit een kwestie is van voorkeuren. Het viel mij op dat mevrouw Kalsbeek en de heer Van Bommel vooral spreken over hoe dit het best gewaarborgd kan worden. Daarom heb ik mevrouw Kalsbeek gevraagd of dit  een kwestie is van principe, omdat het anders niet gewaarborgd is, of een kwestie van voorkeuren. Ik versta het vooral als een kwestie van voorkeuren hoe dit verder wordt ingepast.
Ik vind dit niet de meest belangrijke vraag. Het ging en gaat mij om de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister-president. Het argument van de minister-president in de brief dat gelet op de bijzondere staatsrechtelijke positie van het Kabinet der Koningin, dat specifiek is bestemd voor dat andere deel van de regering, namelijk het staatshoofd, is voor mij een belangrijk argument om mijin de door de minister-president gekozen lijn te kunnen vinden. Vergelijkingen met andere instanties, zoals de Rijksvoorlichtingsdienst, hebben mij eerlijk gezegd niet overtuigd. Het is betrekkelijk willekeurig met welke dienst of organisatie er een parallel wordt getrokken. Van belang is dat er voor al die organisaties, met hun ver-scheidenheid aan taken en functies, een ministeriële verantwoordelijkheid moet zijn en dat deze buiten twijfel is. Dat geldt voor de RVD, maar ook voor de Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid dat eveneens onder het ministerie van Algemene Zaken valt. Het geldt voor de Raad voor de rechtspraak.
 
Voor het openbaar ministerie dat onder een ander departement valt, geldt het weer op een andere manier. De vormgeving van de ministeriële verantwoordelijkheid voor al die verschillende diensten en instanties varieert, maar de uiteindelijke ministeriële verant-woordelijkheid voor het openbaar ministerie tot en met het Kabinet der Koningin behoort gewaarborgd te zijn. Die variatie hangt af van het specifieke karakter van die instanties.
De doorslaggevende overweging is voor mijdat inpassing in de ambtelijke structuur van een departement, zijhet in dit geval het departement van Algemene Zaken, veel te veel de indruk zou wekken dat daarmee het Kabinet der Koningin een gewone ambtelijke organisatie is, vergelijkbaar met iedere willekeurige departementale ambtelijke dienst. Naar mijn mening is dat niet het geval, gelet op de principiële staatsrechtelijke overwegingen, namelijk het direct gerelateerd zijn aan het andere deel van de regering: het staatshoofd. Ik steun dan ook dit onderdeel van de brief van de minister-president. 
 
Andere delen van die brief vind ik van ondergeschikt belang. Het betreft onder andere een reactie op de vragen die ik heb gesteld over de plaatsing van de kabinetten der gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba. De ministerpresident heeft mij niet helemaal overtuigd. Mijlij kt het een kwestie van voorkeur. De argumenten die de minister-president aanvoert, zijn niet onzinnig. Wie ben ik om dat te zeggen? Een andere redenering waarbij de parallel tussen de drie kabinetten het accent zou krijgen, is evenzeer denkbaar. Omdat er helemaal geen specifieke problemen zijn, is er geen echte aanleiding daarover de messen te trekken. Ik aanvaard dan ook dat deel van de brief.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari