Bijdrage debat Witwaspraktijken Holland Casino

woensdag 07 april 2004 12:27

André Rouvoet: Mijnheer de voorzitter. Het is om verschillende redenen een beetje een precair onderwerp. In de eerste plaats is Holland Casino een staatsgokbedrijf. Als daar misstanden zijn, raakt dit direct aan de overheid zelf en slaat het terug op de staat, op de overheid. Dat heeft te maken met het vraagstuk van de integriteit van de overheid. Dat is verbonden aan de constructie waarbij de staat zich bemoeit met het casinowezen of, sterker nog, daarop een monopolie heeft gevestigd via Holland Casino. Dat is overigens een van redenen voor mij om aan die situatie zo snel mogelijk een einde te maken, maar dat is een ander debat.
Het onderwerp is ook precair vanwege het onderzoek waarvan de minister in zijn brief van 6 april melding maakt. De heer Van As wees zojuist al op een onderzoek dat begin februari is afgerond. De minister heeft zojuist gezegd dat uiterlijk morgen het openbaar ministerie een beslissing moet nemen of tot vervolging wordt overgegaan. Het is dus wat lastig voor de Kamer in dit traject. Het is weliswaar geen lopend onderzoek, maar vanaf morgen kan wel het strafrecht en een vervolging in gang worden gezet. Het is dus op voorhand te billijken als de minister in dit debat niet alles kan zeggen en niet concreet wil ingaan op het onderzoek en berichten in de media daarover. Het moment is gewoon wat lastig. Mijn fractie heeft dit altijd gebillijkt, omdat je moet voorkomen dat een Kamerdebat een strafrechtelijk onderzoek, dat gaande is of nog van start moet gaan, op voorhand in de wielen rijdt Dat is niet handig en in niemands belang.
De heer Vendrik (GroenLinks): De opmerking van de heer Rouvoet dat hij bij voorbaat de minister excuseert als niet alles duidelijk op tafel komt, bevreemdt mij. Misschien kan hij mij duiden waar de mogelijke actie van het openbaar ministerie om een strafrechtelijk onderzoek te starten, dit debat feitelijk belemmert. Ik heb in mijn termijn niet gesproken over de keuze die het OM moet maken. Het is louter en alleen aan het openbaar ministerie. Daar bemoei ik mij niet mee. Ik neem echter aan dat de berichten over het onderzoek wat betreft de bestuurlijke aanbeveling die de Amsterdamse politie doet in de richting van deze minister en ons allen, vandaag volledig besproken kunnen worden.
André Rouvoet: Mijn zorg is omgekeerd. Ik vrees niet dat een strafrechtelijk onderzoek dit debat kan belemmeren, maar dat dit debat ertoe zou kunnen leiden dat het OM belemmerd wordt in een strafrechtelijk onderzoek dat nog gestart moet gaan worden, als het al gestart wordt. Ik heb daarom gezegd dat ik hoop dat de minister zoveel mogelijk wil ingaan op uw vragen over de beantwoording van eerdere Kamervragen, mijnheer Vendrik. Er is alle reden om daarover met elkaar te praten. Is die beantwoording volledig geweest? Hoe is dat gelopen? Ik kan mij echter voorstellen dat de minister op een aantal punten niet in concrete zin wil ingaan. Dat hoeft u niet te bevreemden, mijnheer Vendrik, want dat is de vaste lijn van mijn fractie.
Als er ergens strafrechtelijk onderzoek aan de horizon verschijnt, vind ik dat de Kamer zich goed moet realiseren dat alles wat hõÂer gezegd wordt repercussies kan hebben op even-tueel strafrechtelijk onderzoek. Mijn belang is in ieder geval dat wij er niet mede oorzaak van zijn dat eventueel later moeizamer tot een strafrechtelijke vervolging kan worden gekomen, laat staan een veroordeling. Dat niet in uw belang, dat is niet in mijn belang en naar ik aanneem niet in het belang van de minister. Daar ligt de verklaring.
De heer Vendrik heeft het vermoeden uitgesproken dat de waarheid onder de pet is ge-houden. Ik heb daarvan kennisgenomen. Ik heb dergelijke aanwijzingen niet. Hij beschikt er misschien wel over. Ik vond het wel een vrij stevige opmerking in dit debat. Ik zal de beant-woording van de minister op dat punt zorgvuldig beluisteren want ik ben wel degelijk geïn-teresseerd in de antwoorden van de minister met betrekking tot de wijze van beantwoorden van Kamervragen. De heer Vendrik heeft alle desbetreffende vragen gesteld. Overigens wil ik pro forma opgemerkt hebben dat de minister hoe dan ook politiek verantwoordelijk is voor de aan de Kamer gegeven antwoorden. Hij zal dat ook niet ontkennen. Het is echter goed om dat vast te stellen. Hoe de advisering rondom de beantwoording van Kamervragen ook is gegaan, de minister is en blijft politiek verantwoordelijk voor de informatie die hij aan de Kamer verstrekt. Hij zal daar niet bij weg willen lopen, neem ik aan.
Ook als het minder waarschijnlijk is dat er tientallen miljoenen zijn witgewassen, blijft het voor mij wel een punt of er niet nu al reden is om sowieso nadere voorwaarden te stellen aan de werkwijze van Holland Casino om de mogelijkheden tot fraude en tot witwassen zoveel mogelijk dicht te schroeien, juist in verband met de precaire situatie dat de integriteit van de overheid in het geding kan zijn. Als ik bovendien lees dat maar een zeer beperkt deel van de gewonnen gelden giraal wordt overgemaakt aan de speler, vraag ik mij af waarom het niet mogelijk is nadere voorwaarden te stellen om daarop méér greep te krijgen. Waarom kan niet gewoon geregeld worden dat het geld giraal wordt overgemaakt en op geen enkele wijze cash wordt uitbetaald? Er moeten toch nadere regelingen zijn om mogelijke misstanden zoveel mogelijk uit te bannen. Kan de minister hierop een nadere toelichting geven?

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Witwaspraktijken Holland Casino'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari