Vragen over exportkredietschulden bij Irak

maandag 05 juli 2004 09:07

Vragen van de leden Van Bommel (SP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) over exportkredietschulden bij Irak. (ingezonden op 5 juli 2004)

Met antwoord.

Vragen van de leden Van Bommel (SP) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) over exportkredietschulden bij Irak. (ingezonden op 5 juli 2004)

  1. Houdt u de optie open een deel van de oude exportkredietschulden die Nederland bij Irak heeft uitstaan, kwijt te schelden en ten laste te brengen van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het eerdere standpunt van de Nederlandse regering dat Irak over voldoende rijkdommen beschikt om de schulden zelf te kunnen voldoen?
  2. Is het waar dat het openstaande bedrag aan exportkredietschulden 96 miljoen dollar bedraagt? Indien neen, hoe hoog is dat bedrag dan wel?
  3. Kunt u inzicht geven in de concrete transacties die tussen 1983 en 1988 hebben plaatsgevonden en waarop de schulden betrekking hebben?
  4. Kunt u uitsluiten dat de schulden die op bovengenoemde transacties betrekking hebben, verband houden met de levering van producten die Nederlandse bedrijven aan het voormalige regime van Saddam Hoessein geleverd hebben in het kader van diens productie van chemische wapens? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoorden van mevrouw Van Ardenne-Van der Hoeven, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, mede namens de heer Zalm, minister van Financiën. (binnengekomen op 16 juli 2004)
  1. De Nederlandse regering streeft naar een schuldenregeling voor Irak op basis van een objectieve schuldhoudbaarheidsanalyse. In een dergelijke economische analyse wordt ook rekening gehouden met de potentiële toekomstige olie-inkomsten. Tijdens de laatste bijeenkomst van de Club van Parijs in juni heeft het IMF voor het eerst cijfers gepresenteerd over de omvang van de schuld van Irak en de capaciteit van dat land om deze terug te betalen. Uit die cijfers is gebleken dat, op basis van herstructurering alleen, de schuldendienst (aflossing van rente) van de buitenlandse schuld de betaalcapaciteit van het land ver te boven zal gaan. Het is op basis van deze informatie dat de Nederlandse regering thans van mening is dat naast herstructurering van de schulden een gedeeltelijke schuldkwijtschelding noodzakelijk zal zijn. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel kwijtschelding exact nodig is om schuldhoudbaarheid te realiseren. Aangezien Irak een DAC-I land is, geldt een kwijtschelding als ODA.
  2. Het bedrag dat Nederland heeft uitstaan, is ongeveer EUR 245 miljoen. Dit is inclusief rentes.
  3. De regering is niet bereid om de gevraagde informatie op transactiebasis te verschaffen. Op het moment van het verstrekken van de exportkredietverzekeringspolis mochten de verzekerde bedrijven ervan uitgaan dat de informatie vertrouwelijk zou worden behandeld. Wel is de regering bereid om een overzicht te verstrekken van de sectoren waarvoor de verzekeringen zijn afgegeven. Dit is, omdat het om een tijdsperiode gaat die vrij ver terugligt, arbeidsintensief en zal enige tijd in beslag nemen.
  4. Er is tot nu toe geen aanwijzing dat de door Nederland verzekerde transacties verband hielden met de productie van chemische wapens. Mocht uit het uitgebreide onderzoek, dat naar aanleiding van vraag 3 ingesteld wordt, blijken dat dit wel het geval is dan wordt de Kamer hierover geïnformeerd.

« Terug

Reacties op 'Vragen over exportkredietschulden bij Irak'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari