Vragen over de mensenrechtensituatie in Tibet

vrijdag 02 juli 2004 10:42

Vragen van de leden Dittrich en Bakker (beiden D66), Ormel (CDA), Koenders (PvdA), Wilders (VVD), Van Bommel (SP), Karimi (GroenLinks), Herben (LPF) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) over de mensenrechtensituatie in Tibet en het instellen van een Speciale Vertegenwoordiger voor Tibet (ingezonden 2 juli 2004).

Met antwoord.

Vragen van de leden Dittrich en Bakker (beiden D66), Ormel (CDA), Koenders (PvdA), Wilders (VVD), Van Bommel (SP), Karimi (GroenLinks), Herben (LPF) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) over de mensenrechtensituatie in Tibet en het instellen van een Speciale Vertegenwoordiger voor Tibet (ingezonden 2 juli 2004).

  1. Hoe wordt uitvoering gegeven aan de motie Dittrich (29 200, nr. 47) waarin de regering wordt verzocht zich in Europees verband in te spannen voor de benoeming van een Speciale Vertegenwoordiger voor Tibet?
  2. Op welke wijze wordt aan de bij gelegenheid van de behandeling van de brief van de regering over het EU-wapenembargo tegen China door de minister van Buitenlandse Zaken gedane toezegging in Europees verband nogmaals te pleiten voor het aanstellen van een Speciale Vertegenwoordiger voor Tibet (Handelingen TK 2003-4, 48-3260) uitvoering gegeven en met welk resultaat?
  3. Op welke wijze zal de Nederlandse regering de kwestie Tibet en het voorstel om te komen tot een Speciale Vertegenwoordiger agenderen gedurende het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie?
  4. Welke andere mogelijkheden ziet de regering om het Nederlandse EU-voorzitterschap aan te wenden om de dialoog tussen China en de Tibetanen te bevorderen?
Antwoord van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken (20 juli 2004)
  1. In mijn brief van 8 maart 2004 (TK 29200 V, nr. 66) heb ik aangegeven dat binnen de EU geen steun bestaat voor de instelling van een speciale vertegenwoordiger voor Tibet, wel voor de door Nederland bepleite extra aandacht voor deze regio. Tevens heb ik geschetst op welke wijze de mensenrechten-situatie in Tibet het best kritisch kan worden gevolgd en daadwerkelijke verbeteringen kunnen worden bewerkstelligd. Dat beleid ziet er als volgt uit:

    1) Bilateraal:
    - In mei jl. bezocht de Nederlandse ambassadeur in China opnieuw Tibet. In gesprekken met de lokale autoriteiten is de mensenrechtenproblematiek opnieuw aan de orde gesteld.
    - De aangekondigde beleidsintensivering binnen het mensenrechtenprogramma specifiek gericht op Tibet (200.000 euro op jaarbasis vanaf 2004) wordt thans geconcretiseerd. Het betreft met name activiteiten die specifiek zijn gericht op bescherming van culturele en religieuze rechten van Tibetanen in Tibet.
    - In zijn regelmatige contacten met de Chinese autoriteiten heeft de Mensenrechtenambassadeur ook recent nog aangedrongen op voortzetting van de dialoog tussen vertegenwoordigers van de Dalai Lama en die van de Chinese overheid;

    2) In EU-kader:
    - Tijdens de EU-China Mensenrechtendialoog (Peking, september 2004) zal opnieuw aandacht worden gevraagd voor specifieke met Tibet verband houdende mensenrechtenschendingen en zal tevens worden aangedrongen op voortzetting en verdieping van de eerdergenoemde dialoog met vertegenwoordigers van de Dalai Lama.
    - De Chinese overheid heeft de EU-troika die deelneemt aan de dialoog in Peking in september a.s. uitgenodigd aansluitend een bezoek aan Tibet te brengen. Deze gelegenheid zal eveneens worden benut bovengenoemde EU-zorgen met betrekking tot Tibet onder de aandacht te brengen.
  2. Zie mijn antwoord bij vraag 1.
  3. Zie mijn antwoord bij vraag 1.
  4. Naar de opvatting van de regering bieden de bovengenoemde wegen mogelijkheden om de dialoog tussen China en de Tibetanen effectief te bevorderen

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari