Vragen over Oprichting Bureau Sociaal Erotische Bemiddeling Rotterdam

woensdag 03 maart 2004 13:27

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de oprichting van het bureau Sociaal Erotische Bemiddeling in Rotterdam. (Ingezonden 3 maart 2004)

Met antwoord.

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de oprichting van het bureau Sociaal Erotische Bemiddeling in Rotterdam. (Ingezonden 3 maart 2004)
  1. Bent u bekend met de tv-uitzending over het «seksueel beleid van ziekenhuizen»?1
  2. Bent u op de hoogte van de oprichting van het bureau «Sociaal Erotische Bemiddeling» (SEB) in Rotterdam?
  3. Bent u bekend met de wijze waarop het bureau SEB de verzoeken van psychiatrische patiënten beoordeeld? Welke criteria worden gehanteerd bij de honorering, dan wel afwijzing van een verzoek? Wordt elk verzoek gehonoreerd of worden er ook verzoeken afgewezen?
  4. Vindt de financiering van de (bemiddeling en begeleiding naar) erotische contacten plaats vanuit publieke middelen? Zo ja, hoe oordeelt u over de rechtmatigheid daarvan?
  5. Deelt u het oordeel dat inwilliging van een verzoek om bemiddeling en begeleiding naar ero-tisch contact uit psychiatrische, maar ook uit (medisch-)ethische overwegingen ongewenst is?
1 Twee Vandaag, 17 februari jl.
 
Antwoord
Antwoord van staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).  (Ontvangen 31 maart 2004)
  1. Ja.
  2. Ja.
  3. De werkwijze van het bureau SEB is mij niet bekend.
  4. Uit navraag bij de betreffende instelling heb ik begrepen dat de bemoeienis van de instelling alleen betrekking heeft op de bemiddeling en de begeleiding van cliënten. Met de erotische contacten heeft de instelling geen bemoeienis, daarvoor betaalt de cliënt zelf. Dat spreekt voor zich omdat dergelijke zaken niet behoren tot de in de AWBZ geregelde zorgaanspraken. Echter, de betreffende instelling verzorgt ook seksuele voorlichting. Een dergelijke activiteit behoort, zeker gezien de doelgroep, tot de activerende begeleiding. Om er zeker van te zijn dat voorlichting en activiteiten gericht op bemiddeling niet met elkaar verweven raken, zal ik – door tussenkomst van het College voor Zorgverzekeringen – bewerkstelligen dat het zorgkantoor toeziet op het onderscheid tussen de verschillende activiteiten en de bekostiging ervan.
  5. Het antwoord op de vraag of de inwilliging van een verzoek om bemiddeling en begeleiding naar erotisch contact uit psychiatrische en/of medisch-ethische overwegingen ongewenst is, is mede afhankelijk van de beoordeling van specifieke situaties door deskundigen. Dit is een zaak tussen de hulpverlener en de cliënt.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari