Vragen over Verplichte verzekering zelfstandigen Ziekenfonds

dinsdag 09 maart 2004 13:34

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de verplichte verzekering van zelfstandigen in het Ziekenfonds. (Ingezonden 9 maart 2004)

Met antwoord.

Vragen van het lid Rouvoet (ChristenUnie) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de verplichte verzekering van zelfstandigen in het Ziekenfonds. (Ingezonden 9 maart 2004)
  1. Bent u op de hoogte van de grote nadelen welke zelfstandig ondernemers ondervinden als gevolg van de verplichting om zich in het ziekenfonds te verzekeren wanneer hun gemiddelde inkomen over een periode van drie jaar onder de Ziekenfondswetgrens zakt?
  2. Kent u voorbeelden waarbij een ondernemer zijn kind (of partner) wegens een chronische ziekte, welke manifest werd terwijl het verplicht in het ziekenfonds verzekerd was, bij terugkeer naar de voormalige particuliere verzekeraar niet meer aanvullend kon verzekeren? Acht u dit een aanvaardbaar gevolg van de wettelijke regeling?
  3. Kunt u een inschatting geven van het aantal zelfstandigen dat door vergelijkbare oorzaken een groot financieel nadeel ondervindt?
  4. Geeft een en ander u aanleiding om te overwegen de verplichting voor zelfstandigen ingevolge de Wet Zelfstandigen in de Ziekenfondswet om zich in het Ziekenfonds te verzekeren te vervangen door een vrije keuze? Zo ja, op welke termijn wilt u hiertoe initiatief nemen? Zo neen, waarom niet?
  5. Wat is er terechtgekomen van het voornemen van uw ambtsvoorganger om een sterk afwijkend inkomen in de periode van drie jaar (uitschieter) buiten beschouwing te laten, zoals werd bekendgemaakt op 1 december 2000 in een gezamenlijk persbericht van uw ministerie, het ministerie van Financiën, MKB Nederland en LTO Nederland?
 
Antwoord
Antwoord van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).
(Ontvangen 25 maart 2004)
  1. De nadelen waar vragensteller op duidt zijn niet het gevolg van het feit dat een zelfstandige wiens inkomen onder een bepaalde grens komt ziekenfondsverzekerd wordt. Problemen kunnen ontstaan wanneer een zelfstandige niet langer ziekenfondsverzekerd is en wederom is aangewezen op een particuliere verzekering. Op dat moment kunnen er moeilijkheden ontstaan bij de acceptatie van deze zelfstandige of zijn gezinsleden voor een particuliere verzekering (maatschappijpolis). Om dit probleem op te lossen werk ik momenteel aan een nieuwe algemene basisverzekering voor curatieve zorg, waarin het onderscheid tussen particuliere verzekering en ziekenfondsverzekering niet meer zal bestaan. Er zullen dan ook geen problemen meer kunnen ontstaan zoals die zich thans voordoen bij de overstap van de ene naar de andere verzekeringsvorm.
  2. Betreffende eventuele acceptatieproblemen die kunnen ontstaan wanneer een zelfstandige na enige tijd ziekenfondsverzekerd te zijn geweest moet terugkeren naar de particuliere markt, heb ik reeds in 2000 aandacht gevraagd van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de overkoepelende organisatie van ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars. ZN heeft toegezegd bij haar leden te bevorderen dat zelfstandigen onder dezelfde voorwaarden zullen kunnen terugkeren naar hun particuliere ziektekostenverzekering. Uit een enquête van ZN, gehouden onder particuliere ziektekostenverzekeraars, is het volgende gebleken. Het overgrote deel van de verzekeraars heeft geregeld dat zelfstandigen die kortstondig ziekenfondsverzekerd zijn, zonder meer kunnen terugkeren op de oude polisvoorwaarden. Enkele verzekeraars vragen een percentage aan «sluimerpremie» variërend van 8% tot 25%. Door de overige verzekeraars wordt geen premie in rekening gebracht. De periode waarvoor de terugkeergarantie geldt, varieert van 1 jaar tot onbeperkt. Voor het grootste gedeelte van de markt geldt de terugkeergarantie voor de eigen verzekerden.
    De Hoge Raad heeft in diverse arresten uitgesproken dat de wetgever in redelijkheid tot de in de Wet zelfstandigen ziekenfondsverzekering gemaakte keuzes heeft kunnen komen en dat daarbij niet is gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of enig ander algemeen rechtsbeginsel (HR, 21 februari 2003, nr. 36 558 en HR, 7 maart 2003, nr. 36 642).
  3. Nee. Het aantal zelfstandigen dat hiermee in aanraking komt is onbekend.
  4. Het verplichte karakter van de ziekenfondsverzekering voor zelfstandigen is indertijd ook met de maatschappelijke organisaties, de Land- en Tuinbouworganisatie LTO Nederland en MK.B Nederland, besproken. Uit dat overleg is niet gebleken dat het van rechtswege onderbrengen van zelfstandigen onder de ziekenfondsverzekering voldoende maatschappelijk draagvlak miste. Het parlement heeft er na uitgebreide discussie voor gekozen de ziekenfondsverzeke-ring voor zelfstandigen, evenals dat voor andere ziekenfondsverzekerden geldt, een verplichte verzekering te laten zijn. Ik zie geen reden om hierop terug te komen. Overigens merk ik op dat ik het mede in het licht van de op handen zijnde basisverzekering voor curatieve zorg thans niet opportuun acht nog grote wijzigingen aan te brengen in de verzekeringsgrondslag van de Ziekenfondswet.
  5. Dit is geregeld door een wijziging van artikel 2 van de Regeling tijdvak en inkomen ziekenfondsverzekering zelfstandigen. De wijziging is per 31 augustus 2002 in werking getreden en met toelichting geplaatst in de Staatscourant van 29augustus 2000, nr. 166, pagina 10, en is sedertdien in de Regeling opgenomen.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Verplichte verzekering zelfstandigen Ziekenfonds'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari