Bijdrage debat Verslag Europese Top Brussel

woensdag 31 maart 2004 15:38

André Rouvoet: Voorzitter. Er is al heel veel gezegd over alle onderwerpen. Kortheidshalve zal ik mij op een aantal punten aansluiten bij andere sprekers. In vijf minuten kan ik niet op alle onderwerpen diep ingaan, dus ik zal er enkele uitlichten.
Met anderen stel ik vast dat deze Europese Raad sterk in de schaduw stond van de gebeurtenissen in Madrid; dat is alleszins terecht. Wij komen er inderdaad volgende week uitvoerig over te spreken. Daarom ga ik er nu verder niet op in. Alleen over de coördinatie van terrorismebestrijding zal ik zo dadelijk uiteraard een aantal opmerkingen maken. 
Vanuit Europees en vanuit nationaal perspectief is de Europese Raad succesvol geweest. Er zijn namelijk afspraken gemaakt over de coördinatie van terrorismebestrijding. Ondanks het belangrijke onderwerp en de schaduw die over de top lag, was er wel degelijk ruimte om over de Lissabon-strategie te spreken, zoals de bedoeling was. Vanuit Europees perspectief zeg ik dat het voorzitterschap op een politiek intelligente en prudente wijze kans heeft gezien om de discussie over de grondwet opnieuw vlot te trekken. Dat mag als zodanig als een succes worden beschouwd. Vanuit nationaal perspectief wijs ik op de twee benoemin-gen die Nederland heeft binnengehaald, namelijk op het punt van de terrorismebestrijding en op dat van de Lissabon-strategie. Dat maak je niet elk halfjaar mee als lidstaat. Ik voeg mij bij degenen die de regering hebben gefeliciteerd, voorzover van toepassing, maar dat kan zij zelf het best beoordelen. Ook feliciteer ik de heren Kok en De Vries.
Bij de successen zijn wel wat inhoudelijke kanttekeningen te plaatsen. Het voornemen is dat er in de Europese Raad van juni een actieplan ligt van de antiterrorismecoördinator. Eerlijk gezegd vind ik de positie en de verantwoordelijkheidslijnen van de coördinator nog onhelder. Ik lees over de wenselijkheid van optimalisering van de bestaande structuren als Europol en Eurojust. Kan de regering dat voor mij invullen? Wat verstaat men op dat punt onder ''optimalisering''? Hoe komt zij tot uitdrukking en hoe staat zij in relatie tot het opereren van de coördinator? Wat is de relatie met de Europese Commissie? Komt er een zelfstandige staf of een bureau? Hoe zit het met de bevoegdheden? Is de coördinator misschien vooral een assistent van de heer Solana? Ik bedoel dat overigens niet flauw. Gesproken wordt over inpassing in het Raadssecretariaat.
Laat ik een voorbeeld geven. Op pagina 8 van de brief van de regering kom ik in de omschrijving van de werkzaamheden van de heer De Vries veel uitdrukkingen tegen als: ''dat zou kunnen'', ''hij kan'', ''hij kan misschien'' en ''hij zou''. Dat is heel vaag. Het roept bij mij de vraag op of wij precies weten wat wij willen en wat er zal gebeuren. Voorzover zaken worden aangeduid, staat erbij: ''maar dat is nog niet gespecificeerd.'' Die zaken staan dus ook nog open.
Ik noem twee voorbeelden waarin extra wordt onderstreept dat eigenlijk nog heel diffuus is wat de coördinator zal moeten doen. Gesproken wordt over uitwisseling van inlich-tingen en versterking van de samenwerking tussen de politie en veiligheidsdiensten in Europa. Vervolgens staat er het wonderlijke zinnetje: ''De antiterrorismecoördinator zou hierin be-trokken kunnen worden.'' Als dit zijn werkterrein is, dan móét hij erin betrokken worden, lijkt mij. Als het echter een taak is van de heer Solana, die bij de coördinatie van de samenwer-king en uitwisseling van informatie desgewenst de antiterrorismecoördinator zou kunnen be-trekken, dan vraag ik mij af waarom de functie is ingesteld. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik ga ervan uit dat de functie daadwerkelijk betekenis heeft, maar ik vraag mij af wat de coördinator te coördineren heeft als hij er niet bij betrokken wordt.
Het tweede voorbeeld is te vinden op dezelfde bladzijde van de brief van het kabinet: ''Om de eenheid van het Europese beleid te waarborgen is een grote rol van de antiterrorismecoördinator (...) van belang.'' De coördinator moet eenheid van Europees beleid op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten waarborgen, maar daarvoor ontbreken hem nu juist de bevoegdheden. Hoe ziet de regering dat? Op beide punten krijg ik graag een expliciete toelichting om de functie beter en scherper voor ogen te krijgen.

De onderlinge solidariteitsverklaring houdt in dat de lidstaten elkaar zullen bijstaan na terroristische aanslagen. Dit wordt beperkt tot de civiele hulp. Ik heb begrepen dat de huidige EU-voorzitter Ierland heeft aangegeven dat dit vooral als een teken van politieke verbintenis moet worden beschouwd. Ik hecht aan een eigen interpretatie van de Nederlandse regering. Hoe kijkt zij er tegenaan? Zij is aanstaand voorzitter van de Europese Unie. In hoeverre is de onderlinge solidariteitsverklaring niet alleen maar een teken van politieke verbintenis, maar heeft zij ook materiële betekenis?
Ik deel alle gevoelens die zijn geuit over de term ''grondwet''. Ik heb dat in de Kamer meermalen toegelicht en herhaal dat niet. Ik blijf het liefst spreken van een ''constitutioneel verdrag''. Inzake de planning volsta ik met de opmerking dat ik het op zichzelf niet oneens ben met degenen die erop hebben aangedrongen dat de Europese Raad zo mogelijk moet worden vervroegd. In dat geval kan de inhoud een rol spelen bij de Europese verkiezingen.
Ik zeg ''zo mogelijk'', want het moet geen geforceerde operatie zijn. De top zou met zoveel weken moeten worden vervroegd dat de politieke partijen zich er tijdens hun verkie-zingscampagnes over kunnen uitspreken. Als het alleen maar om het vervroegen van de top gaat zonder dat dit een rol kan spelen in hun campagnes, geef ik er weinig om, eerlijk gezegd. Dan wordt het een politiek gebaar. Als het mogelijk is om de Europese Raad met minstens enkele weken tot een maand te vervroegen, kan er een document komen. Dan is het ook gewenst dat men zich kan uitspreken over de richting waarin dat verdrag moet gaan. Anders moeten wij er niet aan beginnen. Ik kies dus een vrij praktische invalshoek, om het woord pragmatisch maar niet te gebruiken, want dat ligt mij niet zo goed in de mond. 
Inhoudelijk dreigt Nederland met lege handen te komen staan. Ik heb de brief van de regering over de twee belangrijkste desiderata, dus topprioriteiten van Nederland, te weten handhaving van de unanimiteit over het financiële perspectief en aanpassing van de besluit-vorming over de procedure bij buitensporige tekorten, goed gelezen. Het krachtenveld zou niet gunstig zijn. Dat is vriendelijk verwoord. Ik begreep dat de staatssecretaris in ieder geval in de media te kennen heeft gegeven dat Nederland in het gedrang dreigde te komen en dat de weinige steun die er voor de Nederlandse wensen is, alleen in de wandelgangen bestaat. U weet beter dan ik dat die niet geldt. Steun zal aan de onderhandelingstafel moeten worden verkregen. Daarom spreek ik van een dreiging van een legehandenscenario. Hoe kijkt de regering hier tegenaan?
Van de Ierse minister voor Europese zaken heb ik begrepen dat hij heeft geaccen-tueerd dat door de ontstane haast de dwarsliggers zwaar onder druk worden gezet om spijkers met koppen te slaan. Ik kan mij in de politieke realiteit veel voorstellen bij dit scenario. Het is niet goed als de belangrijke punten van Nederland uiteindelijk komen te vervallen.
Tijdens interrupties op andere sprekers heb ik al enkele opmerkingen gemaakt over de kwestie van de preambule. Die behoort tot de telkens door de Nederlandse regering inge-brachte punten. In de brief lees ik dat de minister-president deze kwestie niet aan de orde heeft gesteld, mede het gevoelen van de meerderheid van de Kamer indachtig. Moet ik hieruit opmaken dat hij het hoofd in de schoot heeft gelegd? Hem kennende, kan ik mij dat nauwelijks voorstellen. Een aantal woordvoerders heeft hier al hoopvol op toegespeeld. Ik nodig de minister-president uit om hen uit hun droom te helpen. Ik wacht zijn antwoord met belangstelling af. Zoals de minister-president van mij wel verwacht, betreur ik het zeer als dit voor Nederland het einde van de discussie is.
Een compromis over de samenstelling van de Commissie is in aantocht. De paragraaf over de gekwalificeerde meerderheid in de brief vind ik nietszeggend. Ik kan wel begrijpen dat die nietszeggend is, want er moeten nog voorstellen worden gedaan. Ik wacht die dus maar af.
Nederland zou bereid zijn om een oplossing in overweging te nemen. Ik neem dat graag aan, maar zolang ik niet weet wat de inhoud daarvan is, kan ik niet zoveel beginnen. Ik wacht dus maar op de uitkomst. De positie van mijn fractie is bekend, neem ik aan.
De conclusie is dat het beeld in verband met de Lissabon-strategie na vier jaar niet eenduidig is. Dat is ook een zeer vriendelijke opmerking. Nu is een high level group ingesteld onder leiding van de heer Kok. Ik heb begrepen dat eurocommissaris Bolkestein zich hardop heeft afgevraagd waarom die groep aan de slag moet, nu al meerdere malen een analyse van de falende strategie is gemaakt. Kan de Nederlandse regering hierop een reactie geven en via het debat in deze Kamer ook aan de heer Bolkestein uitleggen wat hiervan de betekenis is?
Voorzitter. Mijn laatste punt betreft het Midden-Oosten. Aan de schriftelijke proce-dure wil ik geen woorden meer vuil maken. Eerder heb ik al begrip getoond. Vervelend is wel dat van onze inbreng een paragraaf is weggevallen. Die paragraaf ging over het Midden-Oosten. Ik hecht eraan in dit debat kort aan te geven dat wij in die inbreng onze zorg over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten naar voren hebben gebracht en ons de vraag hebben gesteld of met de liquidatie van sjeik Yassin de vrede wel meterdaad dichterbij is gebracht. Op dat punt hebben wij onze aarzelingen geuit.
Met instemming heb ik de conclusies van de Europese Raad gelezen en daarbij ge-merkt dat de Europese Raad en de Nederlandse regering op een evenwichtige manier expli-ciet hebben erkend dat Israël het recht heeft om burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen. Uit onze schriftelijke inbreng bleek dat mijn fractie geen behoefte heeft aan ver-oordeling van de liquidatie, laat staan aan het treffen van sancties tegen Israël. Die sancties zijn door een aantal fracties voorgesteld. Wij zijn anders dan de Europese Raad geneigd om zwaarder het accent te leggen op het feit dat, zoals de Nederlandse regering terecht schrijft, deze liquidatie vooral moet worden gezien als een reactie op ernstige vormen van terreur van de kant van Hamas. Zo is dat.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari