Bijdrage debat Algemene Politieke Beschouwingen

dinsdag 28 september 2004 20:29

André Rouvoet: Voorzitter. Zonder vice-premier Zalm tekort te willen doen, wil ik beginnen met op te merken dat het de fractie van de ChristenUnie buitengewoon spijt dat de minister-president niet in staat is om deze algemene politieke beschouwingen bij te wonen. Wij hadden hem graag gegund om dit debat, dat aan de start van het parlementaire jaar toch een van de hoogtepunten in onze parlementaire bestel is, zelf te kunnen voeren. Bovendien hadden wij het onszelf natuurlijk graag gegund om het debat met hem aan te gaan. Van harte wil ik hem namens de fractie van de ChristenUnie ook vanaf deze plaats nogmaals een voorspoedig herstel toewensen. Dit kabinet is gestart met het actieprogramma ''Andere Overheid''. Ik zou bijna zeggen: dat komt dan goed uit, want dat is ook wat al die tienduizenden mensen willen die deze weken te hoop lopen tegen het kabinetsbeleid. Hoe ziet die ''andere overheid'' er dan uit? Wat moet er dan anders? Mag ik het eens zeggen? Voor ons is het trefwoord van de andere overheid ''dienstbaarheid''.
De overheid is er niet voor zichzelf, en precies daar zit het scheef. Mensen hebben niet meer het gevoel dat de overheid er ook voor hen is. Bij de ChristenUnie zeggen wij graag dat de overheid is geroepen om in dienst van God de vrede en de gerechtigheid te zoeken, zodat ''de burgers een stil en gerust leven hebben''. 
De werkelijkheid van vandaag staat ver van dit ideaal af. Vrede in de samenleving, een stil en gerust leven. Kom er eens om! Vraag de mensen op straat er eens naar! Nu besef ik wel dat dit geen gemakkelijke opgave is. Er is van alles gaande wat mensen onzeker maakt, bang voor de toekomst. En echt niet alleen in financiële of economische zin. Op veel dingen krijg je in je uppie geen greep, maar ze schudden wel aan je bestaan. Terrorisme, oorlog, honger, armoede, miljoenen vluchtelingen. Het speelt ook dichterbij, in eigen land, stad ofstraat. Vra-gen rond integratie en de multiculturele samenleving, het verlies van gedeelde waarden en van gemeenschapszin, criminaliteit; het draagt allemaal bij aan gevoelens van onzekerheid, on-veiligheid en zelfs angst bij veel mensen. Er is echt meer aan de hand dan onvrede over be-paalde maatregelen op sociaal-economisch gebied. Ministerpresident Balkenende sprak on-langs zelfs van een ''morele crisis'' in onze samenleving. Er is reden tot bezorgdheid, niet alleen over het huishoudboekje van de staat, maar ook en misschien wel vooral over de ziel van onze samenleving.
Vertrouwen was de rode draad in de troonrede. Welnu, als wij een gezonde, een dienstbare samenleving willen, dan zal er ook geïnvesteerd moeten worden; in mensen, in voorzieningen, in sociale kwaliteit. Dan zal er vertrouwen moeten worden herwonnen. Daar-voor is veel nodig, zeker ook van de kant van de overheid: betrouwbaarheid, vertrouwenwek-kend beleid dat als rechtvaardig wordt ervaren. Heel belangrijk daarbij is: vertrouwen win je niet vanuit de loopgraven. 
Tegen deze achtergrond moet ik vaststellen dat het kabinet-Balkenende II er totnogtoe niet in slaagt om overtuigend invulling te geven aan de kernopdracht van een dienstbare over-heid. Het lukt niet om vrede in de samenleving te brengen en tegenstellingen weg te nemen. Of het nu in de presentatie zit of - zoals de heer Dittrich suggereerde - in het ontbreken van het grote verhaal, feit is dat het beleid massief wordt afgewezen, de verhoudingen in de samenleving meer en meer onder druk komen te staan en de sociale samenhang verdwijnt. Niemand, ook vice-premier Zalm niet, zal durven ontkennen dat dit kabinet een geweldig vertrouwensprobleem heeft.
Hoe komt dat nu? Volgens mij heeft het te maken met leiderschap en de visie daarop. Het ontbreekt dit kabinet niet aan vasthoudendheid wat de visie betreft en evenmin aan de bereidheid om impopulaire maatregelen te nemen. Ik mis echter de bezieling, de compassie, de vastbeslotenheid om Nederland niet alleen economisch sterker maar ook een stukje mooier te maken. Ik was het wel eens met collega Dittrich dat het in de beeldvorming lijkt alsof het kabinet voortdurend bezig is mensen te pesten. CNV-voorzitter Terpstra verzuchtte ook al: ''Laat nou eens zien dat je je geraakt voelt door wat er in de samenleving gebeurt.'' Het gaat dus om compassie. Misschien mag ik herinneren aan wat ik in het debat over de regerings-verklaring heb gezegd: ''Er is meer nodig dan daadkracht en het realiseren van omvangrijke ombuigingsoperaties. Leiderschap vergt ook het vermogen om de samenleving bijeen te houden en richting te wijzen.''
Essentieel daarbij is aandacht voor fundamentele en gemeenschappelijke waarden. Wij zijn dan ook positiefover het waarden-en normendebat. Het is een verademing om na acht jaar Paars een publiek debat te hebben dat over meer gaat dan alleen ''markt en munt''. De minis-ter-president heeft zich er, ondanks alle kritiek, niet van laten weerhouden om dit cruciale debat op de agenda, ook de Europese, te zetten. Daarvoor verdient en krijgt hij onze waarde-ring. Probleem is dat uitgerekend beide vice-premiers in het verleden niet zoveel brood zagen in zo'n debat. Ik herinner mij bijvoorbeeld de opmerkingen van fractievoorzitter Zalm over tegeltjeswijsheden.
Ook herinner ik mij hoe hij het waarden-en-normendebat eind december 2002 wilde beperken tot de Grondwet en de wetten, oftewel de leefregels, zoals hij ze omschreef. De term ''waarden'' wilde hij zelfs niet in de mond nemen, omdat die term zou leiden tot een oeverloos debat. Tegen die achtergrond is dit misschien wel een goed moment om aan vice-premier Zalm te vragen ofhetgeen door de minister-president op dit vlak wordt gezegd en gedaan door het hele kabinet wordt gedragen. Een debat over waarden is mooi. Maar vervolgens is de vraag wat de overheid daarvan waarmaakt. Juist daarop richt zich onze kritiek. De visie deugt, maar in de uitwerking ontbreekt de balans. In de kabinetsvisie staat de noodzaak tot sanering centraal, met het oog op de versterking van de economische structuur en de houdbaarheid van ons sociale stelsel op lange termijn.
Steun! Daartoe worden verantwoordelijkheden verlegd van overheid naar burgers en hun omgeving. Daarmee ben ik het eens. Eigen verantwoordelijkheid is ook in onze christelijk-sociale benadering een belangrijke notie. Maar, zo zeg ik tegen het kabinet, onze wegen scheiden waar in het beleid de balans zoekraakt en mensen in de knel komen. De kern van onze kritiek is dat het kabinet wel veel oog heeft voor de situatie over twintig à dertig jaar, maar dat de borging van de solidariteit van vandaag wordt vergeten. Minister Brinkhorst zei het in reactie op de vele kritiek op de miljoenennota treffend: ''Wij regeren voor de volgende generatie.'' Zo wordt de solidariteit van straks uitgespeeld tegen de solidariteit van nu. Eigen verantwoordelijkheid is iets anders dan zelfredzaamheid. En wie zoals premier Balkenende de solidariteit rekent tot de kernwaarden van de Europese Unie, zal haar ook zichtbaar moeten maken voor gewone mensen, hier en nu.
Verschuiven van verantwoordelijkheden mag geen afschuiven zijn. Dat leidt onher-roepelijk tot vacante verantwoordelijkheden. Dan dreigen maatschappelijke verschraling en sociale uitsluiting. Natuurlijk is de vergrijzing een reëel probleem. Met het oog daarop mag van iedereen een bijdrage worden verwacht. Maar een slechte conjunctuur legitimeert niet zonder meer alle maatregelen die de kwaliteit van leven van AOW'ers, chronisch zieken, mi-nima, gehandicapten, alleenstaanden en gezinnen aantasten. Ook voormalig CDA-voorman Bert de Vries bekritiseerde onlangs de gewoonte van het kabinet om de vergrijzing als een spookbeeld neer te zetten, teneinde financieel te kunnen ingrijpen en de solidariteit los te laten.
Minister Hoogervorst introduceerde zelfs de term ''omgekeerde solidariteit'' in verband met zijn voorstel voor een no-claimkorting in de zorg. Toegegeven, het is een vondst, maar wel een bedenkelijke. Intussen lijkt de gedachte breder ingang te hebben gevonden in het kabinetsbeleid. Ik denk aan het taboe op iedere vorm van beperking van de hypotheekrente-aftrek, terwijl het bericht dat mensen geld moeten lenen om de thuiszorg te kunnen betalen, moeiteloos wordt geaccepteerd. Dat is immers eigen verantwoordelijkheid!
Ik bespeurde het ook in de belofte van staatssecretaris Ross in Athene. De topsport wordt het komende jaar bij de bezuinigingen ontzien. Argument daarvoor was dat onze olympische sporters immers de visitekaartjes van ons land zijn. Daaraan doe ik niets af. Maar dat kunnen al die chronisch zieken en ouderen die wel keer op keer worden geconfronteerd met maatregel op maatregel in hun zak steken. Omgekeerde solidariteit. De Griekse filosoof die zei dat een stad niet beter wordt geregeerd omdat haar atleten veel prijzen hebben gewonnen, had gelijk. Mijn vraag aan de vice-premier is ofhet kabinet de geschiedenis wil ingaan als het kabinet van de omgekeerde solidariteit. Robin Hood, maar dan anders.
De fractie van de ChristenUnie neemt van die benadering afstand. Waar het beleid schuurt ofbotst met de solidariteit en de rechtvaardigheid, haken wij afen komen wij met eerlijkere, betere alternatieven. In ons christelijk-sociale inkomensplan Omzien naar elkaar, dat wij vorige week hebben gepresenteerd, brengen wij noodzakelijke correcties op het kabinetsbeleid aan. Zo verbeteren wij de inkomenspositie van kwetsbare groepen die het afgelopen jaar onevenredig zijn getroffen, zoals chronisch zieken, ouderen en gehandicapten.
Bovendien doen wij concrete voorstellen om de onderlinge zorg in de samenleving te bevorderen. Het kabinet lijkt het laatste ook te willen, maar stelt tegenstrijdige eisen. Ener-zijds wordt iedereen geacht aan het werk te gaan en anderzijds wordt steeds meer verwacht van mantelzorg. Dat brengt de samenleving in een spagaat. Wij willen daarom een combina-tiekorting nieuwe stijl, waarbij de fiscale stimulans om arbeid en zorg te combineren wordt gemaximeerd tot 56 uur. Alle details vindt men in ons plan, dat inmiddels is uitgedeeld aan de collega's. 
Wij doen voorstellen voor de verbetering van de koopkracht van gezinnen. In het de-bat over de voorjaarsnota heb ik er al op gewezen: Nederland scoort internationaal uitermate slecht op gezinsbeleid en kindvriendelijk beleid. Alleen Griekenland doet het slechter. Daar-om hebben wij een voorstel gedaan voor een moderner en rechtvaardiger vormgeving van kin-derbijslag en kinderkorting, namelijk via het kindgebonden budget. In het kader van ''Omzien naar elkaar'' vragen wij ook iets van de samenleving, en wel een solidariteitsdag. Als iedereen in de zorg, in het onderwijs en bij de overheid één vakantiedag inlevert, levert dat in arbeids-jaren 2000 extra leraren, 4500 extra verplegenden en verzorgenden en 200 extra politie-agenten op. Ons plan is niet alleen socialer en rechtvaardiger dan de kabinetsplannen, maar scoort volgens het CPB over vrijwel de hele linie ook nog eens beduidend beter op het gebied van werkgelegenheid, economische groei en koopkracht, en dat alles zonder het EMU-tekort te laten oplopen. Ik krijg van de vice-premier graag een inhoudelijke reactie op onze voorstellen. Wij hebben ons speciaal gericht op een evenwichtiger inkomensbeeld, maar ook overigens roepen de voorstellen uit de miljoenennota en de begrotingen bij ons gemengde reacties op. Zo wijzen wij de bezuinigingen op onderwijs en jeugdzorg af, evenals bijvoorbeeld het korten van ontslagvergoedingen op de WW-uitkering. De moties die op dit punt zijn aangekondigd zullen wij beoordelen en waar mogelijk zullen wij onze steun daaraan geven of anders zelf met initiatieven komen.
Het gaat niet alleen om het beleid. Ook de houding van het kabinet draagt bij tot ver-groting van de onrust en de tegenstellingen in de samenleving. Beslistheid is mooi en tegen-wind doet de vlieger stijgen, maar dit kabinet straalt uit de samenleving niet nodig te hebben om te regeren en loopt, aldus een NRC-commentaar, ''het gevaar doofheid te verslijten voor daadkracht''.
Hierdoor vervreemdt het kabinet zich in hoog tempo van diegenen die onmisbaar zijn voor het doorvoeren van de noodzakelijke modernisering van onze verzorgingsstaat! Uitgerekend dit kabinet, dat tot stand is gekomen na de Fortuynrevolutie, heeft zo ongeveer alle relevante maatschappelijke spelers in de gordijnen gejaagd, van de ouderen tot de politie en van de vakbeweging en MKB en LTO tot de pensioenfondsen. Ik noem apart nog de VNG, waarmee het kabinet herhaaldelijk overhoop ligt. De ene keer gaat het om de aankondiging van minister Verdonk dat zij burgemeesters wil aanpakken die weigeren uitgeprocedeerde asielzoekers op straat te zetten.
Onbegrijpelijk! En dan is het weer de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, waar gemeenten geweldige problemen voorzien. Het kabinet houdt echter toch vast aan de invoeringsdatum van 1 januari 2006. Ik houd mijn hart vast! Maar mijn punt is nu vooral dat de onverzettelijkheid van de bewindspersonen leidt tot het verlies van relevante en onmisbare partners. Waarom moet dat toch zo? Het staat zo mooi in de troonrede: ''Hernieuwd vertrouwen moet gebaseerd zijn op maatschappelijke samenhang. De overheid kan dat niet alléén realiseren. Het zijn burgers, maatschappelijke organisaties en sociale partners die vorm geven aan de Nederlandse samenleving.'' 
Haaks hierop staat de observatie van het Centraal Planbureau dat de onzekerheid bij de burgers ''mede gevoed wordt door de spanningen tussen het kabinet en de sociale partners''. Hierin ligt voor de ChristenUnie het motief om op het punt van prepensioen en levensloop met anderen een uiterste poging te wagen om de impasse in de polder te doorbreken. Ik roep het kabinet met klem ertoe op om van zijn kant er alles aan te doen het overleg met de sociale partners te hervatten. Dat is in het belang van de arbeidsverhoudingen en het sociaal klimaat in ons land en cruciaal met het oog op het vertrouwen in de samenleving.
Het kan geen kwaad onze overlegeconomie eens kritisch tegen het licht te houden. Wie ''meedoen'' hoog in het vaandel heeft staan, doet er echter wijs aan om het polderen niet lichtvaardig in te ruilen voor polariseren. Prof. Albeda legde onlangs de vinger op de zere plek. Hij zei: ''Hét probleem van Balkenende II is dat het zich heeft verstrikt in de gedachte dat de economie er zo slecht voorstaat, dat er geen ruimte meer is voor overleg. Dit kabinet is vastgelopen in de eigen dogmatiek.'' Wil de vice-premier hierop reageren? 
Wat ook niet echt helpt om vertrouwen te winnen, is dat het kabinet niet altijd met één mond spreekt en daardoor verwarring sticht. De ene dag zegt minister Zalm in de Volkskrant dat het ergste achter de rug is. De volgende dag zegt minister Brinkhorst in dezelfde krant: wij staan pas aan het begin. Dan hebben we het dus kennelijk ook over de toekomst van de AOW. Want ministers mogen dan om het hardst roepen dat de AOW-leeftijd in deze periode niet zal worden verhoogd, een onderzoek naar de effecten van zo'n verhoging doe je natuurlijk niet voor Jan Doedel. En dan geldt de Wet van Tocqueville: als een norm eenmaal ter discussie wordt gesteld, leidt dat onherroepelijk tot de afschaffing ervan.
De houding van ''er moet geregeerd worden, de problemen zijn groot, het zit economisch niet mee, en wij hebben even geen tijd voor overleg, solidariteit en zo'' wreekt zich ook op milieuterrein. Staatssecretaris Van Geel vatte de houding van het kabinet op dat punt vorige week quasi-koddig samen: milieu, nu even niet. Het zou humoristisch zijn, als het niet zo triest was! Het credo van minister Brinkhorst dat dit kabinet regeert voor de volgende generatie geldt dus in elk geval niet voor het milieubeleid.
Deze passieve houding staat in schril contrast met de urgentie die spreekt uit televisiebeelden over de orkanen in het Caribisch gebied en berichten over het afsmelten van de ijskappen op West-Antarctica, gevolgen van de opwarming van de aarde. De verdwijning van oerwouden in Zuid-Amerika, Azië en Afrika brengt de klimaatverandering in een stroomversnelling. In lijn met het recente rapport over klimaatverandering dat in opdracht van de Kamer is gemaakt, dringt mijn fractie daarom aan op ambitieuze maatregelen, ook als het economisch even niet meezit. Met deze houding zal mijn fractie straks ook de nota Mobiliteit beoordelen. 

Ik heb op dit punt drie vragen aan het kabinet. 
1. De aardgasbaten kunnen in verband met de hoge olieprijs op korte termijn wel eens hoger uitvallen dan voorzien was. Gaat het kabinet die meevaller gebruiken om te investeren in omschakeling naar een duurzame energievoorziening?
2. Komt er onder het Nederlands voorzitterschap nu eindelijk een Europees invoerverbod op illegaal gekapt hout? De hele Kamer heeft daar bij motie om gevraagd, maar het kabinet beweegt niet.
3. Wil het kabinet binnen het milieubudget voor ontwikkelingssamenwerking projecten financieren waarmee een halt kan worden toegeroepen aan de snelle verdwijning van veenbosgebieden in Kalimantan, Indonesië?
Ik vraag hiervoor aandacht, omdat daar 40% van 's werelds totale CO2-voorraad ligt opgeslagen en de verbranding daarvan het broeikaseffect met een factor 2 zou verergeren.
Voordat het kabinet denkt dat er in de ogen van de fractie van de ChristenUnie hele-maal niets deugt in het kabinetsbeleid, haast ik mij om te zeggen dat er zeker ook positieve punten te noemen zijn. Maar men zal begrijpen dat ik mijn spreektijd niet te veel wil besteden aan complimentjes, maar dat ik die vooral wil gebruiken om verbeteringen voor te stel-len in de gevallen waar die keihard nodig zijn. Toch wil ik mijn bijdrage niet besluiten zonder enkele thema's te hebben aangestipt waar de fractie van de ChristenUnie zich wél in kan vinden, in elk geval op hoofdlijnen. Ik heb al genoemd de aandacht voor waarden en normen.
Een ander onderwerp waar dit kabinet terecht hoge prioriteit aan geeft, is het veilig-heidsbeleid. Zeker, wij zullen de rechtsstatelijke grenzen van het optreden van politie en in-lichtingendiensten scherp in het oog moeten houden. Wat ik al over de vergrijzing heb ge-zegd, geldt mutatis mutandis ook voor het terrorisme: de reële dreiging ervan rechtvaardigt niet op voorhand iedere maatregel. Maar zeker hierbij geldt dat de overheid de dure plicht heeft om te doen wat in haar vermogen ligt om de vrede en de veiligheid in de samenleving te waarborgen.
Daarnaast hebben wij in het afgelopen jaar met vreugde geconstateerd dat er op het terrein van de ethische vraagstukken onmiskenbaar een andere wind is gaan waaien dan onder Paars: er wordt ernst gemaakt met de evaluatie van wetgeving op medisch-ethisch vlak en er zijn verheugende aanzetten tot een beteugeling van al te liberale wetten.
Helemaal zonder kritiek kunnen wij helaas ook hierbij niet zijn. Zo zijn wij er ronduit teleurgesteld over dat de mooie woorden uit het Hoofdlijnenakkoord over meer aandacht voor hulp, voorlichting, palliatieve zorg en dergelijke niet worden waargemaakt. Zo waren wij verontwaardigd over de reactie van minister Bot op het provocerende optreden van de abortusboot van ''Women on Waves'' in Portugal en zijn wij zeer verontrust over de ruimte die het kabinet geeft voor euthanasie bij demente bejaarden. Wij komen daarover binnenkort uitvoerig te spreken, maar ik kan en wil het in dit debat niet ongenoemd laten.
Voorzitter. Al met al was mijn bijdrage voornamelijk kritisch van toon. Dat was ook nodig. Het kabinet weet dat onze steun verdiend moet worden en dat wij het beleid steunen als dat kan, maar kritiseren als het moet. Dat doen wij constructiefkritisch, niet mopperend langs de zijlijn, maar vanuit een zelfstandige positie met eigen alternatieven. Geen goedkope of agressieve oppositie, maar wel gedurfd en attractief tegenspel. Zeg maar, het Van Basten-concept. Wij voeren geen oppositie tégen het kabinet, maar vóór een christelijk-sociaal beleid. Ik hoop dat het kabinet zich in dit debat niet opsluit in het eigen gelijk, maar dat het zich echt wil openstellen voor een inhoudelijk debat over een verantwoord beleid waarmee de vrede in de samenleving wordt gediend en het vertrouwen kan worden herwonnen. Ik wens het voltallige kabinet bij deze moeilijke, maar mooie taak veel wijsheid en in het bijzonder Gods zegen toe.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari