Bijdrage debat bovenregionaal vervoer gehandicapten

woensdag 17 maart 2004 16:36

André Rouvoet: Voorzitter. Ik heb vorige week laten weten dat ik onmogelijk de tweede termijn kon bijwonen. Ik heb natuurlijk wel het stenogram erop nage-lezen en ik moet zeggen dat ik mij, net als een aantal collega's, in een vreselijke klem voel zit-ten. Ik vind dat verre van plezierig. Er is toch min of meer sprake van een fait accompli, waar nauwelijks nog marges in zitten in verband met de risico's in het kader van de aanbesteding en van eventuele claims. Inmiddels krijgen wij wel veel brieven en mails van gehandicapten die ronduit wanhopig zijn over de manier waarop het voorstel dat er nu ligt, zal uitpakken in verband met de harde mobiliteitslimiet, met name voor mensen die geen alternatief hebben in het reguliere openbaar vervoer. Die mensen zien hun sociaal-recreatieve mogelijkheden drastisch beperkt worden. Dat is voor mijn gevoel in strijd met alles dat wij de afgelopen jaren hebben gezegd en besloten over gelijke behandeling en participatie van gehandicapten. Daar zit voor mij het knelpunt en daar kan en wil ik niet zo maar aan voorbij gaan.
Tegelijkertijd wil ik erkennen dat de minister een punt heeft als hij de Kamer voorhoudt dat ze wist dat er een budget zou komen. De hoogte en dergelijke punten wisten wij nog niet, maar het is waar dat wij wél wisten dat er een budget zou komen.

Ik stel daar tegenover dat mijn fractie er steeds op heeft gehamerd dat het openbaar vervoer een reëel alternatief moet zijn. Daarvan is echter in de verste verte geen sprake. Wij hebben indertijd bij de behandeling van de Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken niet voor niets op het punt van de mobiliteit een amendement ingediend. De tegemoetkomingen van de minister zijn natuurlijk mooi – ketenmanagement, ophoging van het kilometerbudget, gratis vervoer van begeleiders in het Valyssysteem – maar het zijn geen “wezenlijke” verbeteringen. Ik haal nu de terminologie van de aanbesteding aan. Als het wezenlijke verbeteringen zouden zijn, zou het niet kunnen in het kader van de aanbesteding. Het gaat dus om niet-wezenlijke verbeteringen van het stelsel. Je kunt er waardering voor hebben, maar het helpt de mensen die erop aangewezen zijn niet wezenlijk. Wij moeten ons niet rijker rekenen dan wij zijn. Ik snap overigens het probleem van de minister. Als hij het wel wezenlijke verbeteringen noemt, heeft hij een probleem in de aanbestedingsprocedure.

De heer Mosterd (CDA): Ik vind het knap gevonden, maar het zijn in feite niet wezenlijke veranderingen van de aanbestedingsstructuur. Dat is iets anders dan wat u nu zegt.

André Rouvoet: Dat mag waar zijn, maar onze bezwaren richtten zich juist tegen de aanbesteding. Wat er nu gebeurt, is geen wezenlijke verbetering. Dat had anders gemoeten en dat was ook de positie van D66 in het begin van het debat: in ieder geval heronderhandelen. D66 is daarop teruggekomen, maar ik ben nog niet zo ver. Ik had graag gezien dat de motie-Tonkens/Nawijn een reële opening had geboden, maar ik moet concluderen dat dat niet het geval is. Daarin moet ik de minister volgen, vrees ik.

Monitoring is natuurlijk prachtig, maar in dit geval is en blijft dat het opnemen van de schade. De inzet van de Kamer hoort echter te zijn dat schade wordt voorkomen. Wij moeten zeker monitoren, maar wij zijn er nu bij om schade te voorkomen.
Ik zie niet dat een nieuwe aanbestedingsronde de gehandicapten daadwerkelijk helpt, gelet op de onvolkomenheden van het bestaande systeem. Mijn conclusie is dan ook diffuus. Uiteraard zal ik goed naar de minister luisteren, maar ik sluit niet uit dat mijn fractie tot een afwijzing van het voorliggende systeem komt. Dat kan enkele risico’s in zich bergen, maar aanvaarding van het systeem heeft een groot aantal risico’s voor de mensen die wij iets anders in het vooruitzicht hebben gesteld.

De heer Nawijn (LPF): Ik begrijp uw redenering, maar hoe oordeelt u over de motie van de heer Van der Ham?

André Rouvoet: Ik vind het toch een beetje een zwaktebod. In eerste termijn werd erg stevig ingezet – heronderhandelen -- en nu wordt akkoord gegaan met het voorgestelde systeem waarbij wat extra geld wordt gevraagd. In alle debatten over de koopkracht van gehandicapten en chronisch zieken heb ik steeds gezegd dat het principieel verkeerd is om die mensen naar de bijzondere bijstand te verwijzen. Die voorziening is om andere redenen ingesteld. Bij de Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken is vastgesteld dat de mobiliteitsbehoefte van deze mensen een volwaardig recht is. Voor de uitoefening van dat recht moet je ze niet naar de bijzondere bijstand verwijzen.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat bovenregionaal vervoer gehandicapten'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari