Bijdrage debat begroting VWS

dinsdag 26 oktober 2004 11:15

Bron: ongecorrigeerd stenogram

André Rouvoet: Voorzitter. Voordat ik aan mijn bijdrage begin, voeg ik mij graag in een traditie in dit huis om als spreker na iemand die een maidenspeech heeft gehouden, mevrouw Koser Kaya vanaf deze plaats namens alle woordvoerders in dit debat nogmaals hartelijk geluk te wensen met haar maidenspeech: het feit van de maidenspeech, de wijze waarop zij die speech heeft gehouden en het frisse geluid dat zij daarbij ten beste heeft gegeven. Misschien mag ik mij deze politieke opmerking permitteren: de vrijmoedige wijze waarop zij in haar maidenspeech een bommetje heeft gelegd onder de WMO, wekt bij ons voor de toekomst veel verwachtingen over haar bijdrage aan het debat over de zorg. Wij kij-en met verlangen uit naar toekomstige debatten. Dit was een meer politiek getinte opmerking, maar de wijze waarop zij haar maidenspeech heeft gehouden, roept volgens mij breed ver-wachtingen op over haar bijdrage aan het toekomstige debat. Ik wens haar daarbij veel succes. Ik hoop haar in deze of in een andere samenstelling nog vaak op deze manier tegen te komen.

Volgens het SCP-rapport 2004 wensen burgers goede zorg, maar vrezen zij voor on-betaalbaarheid. De ChristenUnie hecht sterk aan de totstandkoming van een nieuw zorgstel-sel - ik zou bijna zeggen: eindelijk! -, maar dat zorgstelsel moet wel leiden tot betaalbare en goede zorg. Grote premiestijgingen zijn dan ook niet meer uit te leggen, zeker als vaststaat dat miljarden kunnen worden bespaard door een betere organisatie. Wat de aangekondigde pre-miestijging voor volgend jaar betreft, vraagt ook mijn fractie zich af of daarbij sprake is van kartelvorming. Wij zijn daar niet gerust op en verlangen een actievere opstelling van de minister.

Voor mijn fractie staat de kwaliteit van de zorg voorop. Wij moeten niet telkens op-nieuw worden geconfronteerd met gebrekkige toestanden in verpleeghuizen -- zie het IGZ-rapport -- en elders. Over de uitvoerbaarheid van de convenanten met de caresector heb ik dan ook zorgen. Uit een CPB-studie blijkt dat door de strakke budgettering in de intramurale AWBZ-zorg nauwelijks meer doelmatigheidswinst valt te halen. Ook de noodzaak om de ver-mogenspositie te verbeteren met het oog op de grotere risico’s die zorginstellingen zullen gaan dragen, speelt hierbij mee. Verdergaand bezuinigen bij de intramurale AWBZ-zorg leidt volgens mij dus onvermijdelijk tot verder kwaliteitsverlies. Daarop krijg ik graag een reactie.

De "noodrem" die de staatssecretaris dit jaar toepaste op de AWBZ-uitgaven, had onze steun, met name omdat zij ook toezegde eventuele aanvullende productiegroei te zullen hono-reren indien onaanvaardbare situaties zouden ontstaan nadat het zorgkantoor tevergeefs heeft geprobeerd om compensatie binnen de eigen regio te vinden. Bij de instellingen heerst nu echter veel onzekerheid, zo zeer zelfs dat het leidt tot oplopende wachtlijsten. Dat was toch niet de bedoeling? Kan de staatssecretaris hier nog eens bevestigen dat de situatie zich niet kan voordoen dat instellingen wel zorg hebben geleverd, maar achteraf naar de vergoeding kunnen fluiten? Het lijkt mij goed als de instellingen dat nog eens expliciet horen. Snelle dui-delijkheid is ook nodig omdat zij hun begroting moeten vaststellen. Die onzekerheid speelt bijvoorbeeld ook ten aanzien van thuiszorginstellingen, waar onzekerheid over de functie-ta-rieven bestaat. Wanneer worden deze vastgesteld?       De stijgende kosten en de achterblijvende kwaliteit schaden ook het imago van de zorgsector. Negatieve berichtgeving demotiveert ook het personeel dat met veel toewijding zijn werk doet. Vindt de minister het geen tijd voor een imagocampagne à la de lerarencampagne?

Evenzeer schadelijk, maar ook onrechtvaardig vindt mijn fractie de exorbitante salarissen van directeuren in de zorg. Het valt niet uit te leggen dat men twee tot drie keer zoveel verdient als een minister of als de minister-president. De minister moet meer doen dan afkeuring uitspreken. Kunnen wij in dit debat niet gewoon afspreken dat volgend jaar de salarissen zullen dalen? Graag een scherpe reactie van de minister; daar is hij vast toe in staat.

Ook het nieuwe uurtarief van €140 voor medisch specialisten roept bij mijn fractie de nodige vragen op. Waarom is niet vastgehouden aan het oorspronkelijke en goed onder-bouwde tarief van €82,80? Ik verwijs daarbij naar de brief van het CTG d.d. 17 juli 2002.

Voor de dekking om de huisarts uit de no-claimkorting te halen is 50 mln euro weg-gehaald bij de versterking van de eerstelijnszorg. Het gaat mij nu niet om een herhaling van dat debat, maar ik wil er wel bij stilstaan dat er indertijd brede overeenstemming over was dat versterking van de eerstelijnszorg heel dringend noodzakelijk was. Dat is volgens mij nog steeds zo. Zoals ik heb beloofd in het debat over de no-claim, zal ik in tweede termijn dan ook met een motie komen om dat alsnog te regelen. Ook op dat punt krijg ik van de bewindslieden graag een reactie over de noodzaak van versterking van de eerstelijnszorg.

Dan kom ik op de WMO. In hoog tempo gaat de staatssecretaris door met de voorbereidingen. Mijn fractie vindt de invoeringsdatum van 1 januari 2006 echter niet verantwoord, mede gelet op de opschorting van het overleg met de VNG.
Ik herinner de staatssecretaris overigens aan haar toezegging in een eerder overleg dat met de overheveling naar gemeenten geen bezuiniging beoogd is. Het lijkt mij goed als zij dat nog eens goed onderbouwd herhaald in dit debat, ook met het oog op het herwinnen van het vertrouwen van de gemeenten.

De ChristenUnie steunt de beweging van staat naar samenleving die achter de WMO ligt. De vraag is echter of de samenleving er klaar voor is. Eerdere rapporten zijn niet eendui-dig. Staat de mantelzorg bovendien niet onder druk door het tegenstrijdige beroep van de overheid om zowel meer te werken als meer te zorgen? Daarom mijn vraag aan de staats-secretaris of zij een omvattende analyse wil opstellen van behoefte, aanbod en ondersteuning van vrijwilligerswerk en mantelzorg. Daarbij kan mij dunkt ook het voorstel van de heer Van der Vlies voor fiscale ondersteuning worden betrokken.

De keuzemogelijkheid tussen zorg in natura en het PGB is een belangrijke verwor-venheid gelet op de zelfstandigheid van de gehandicapte of zieke en blijft wat ons betreft be-houden, ook na invoering van de WMO. Om de kosten te beheersen denkt mijn fractie aan normering van vergoedingen aan mantelzorgers. Graag een reactie. Mijn fractie heeft in ons inkomensplan, ingediend bij de algemene politieke beschouwingen, enkele voorstellen ge-daan, onder andere voor halvering van de eigen bijdrage in de thuiszorg voor chronisch zieken en gehandicapten en voor het terugdraaien van pakketverkleiningen. Het kabinet heeft ver-zachting voorgesteld van de bezuiniging op zelfzorggeneesmiddelen. Wil de minister ingaan op ons voorstel om de zelfzorggeneesmiddelen voor chronisch zieken en gehandicapten geheel te vergoeden? Dit kan volgens de KNMP door de aandoening te vermelden op het recept, zodat er controle kan plaatsvinden bij receptplichtige zelfzorgmedicijnen. Graag op dit punt een reactie. Daarnaast wil ik de minister vragen in te gaan op onze voorstellen om de eigen bijdrage in de thuiszorg voor chronisch zieken en gehandicapten te halveren.

Mijn fractie heeft van dit kabinet hoge verwachtingen ten aanzien van een zorgvuldige omgang met medisch-ethische thema’s. Over het kabinetsstandpunt inzake euthanasie komen wij nog uitvoerig te spreken. Mijn fractie maakt zich grote zorgen over de kwestie van levens-beëindigend handelen bij het vooruitzicht op dementie. Wij kiezen er met overtuiging voor om de draaglijkheid van dat vooruitzicht te bevorderen door goede begeleiding en zorg. Ik vraag de staatssecretaris indringend of zij daartoe mogelijkheden ziet. Dat zou onze voorkeur hebben. Ik heb eerder dit jaar aandacht gevraagd voor goede richtlijnen voor toepassing van terminale sedatie. Kan de staatssecretaris ons vertellen hoe het staat met het overleg met KNMG en andere beroepsorganisaties? Worden de richtlijnen te zijner tijd ook aan de Kamer ter beoordeling voorgelegd?

Ik heb een aantal begrotingen eerder een amendement ingediend voor extra gelden, 10 mln, voor palliatieve zorg. Die zijn toen ter beschikking gekomen. Ik vraag mij zo lang-zamerhand af of het nog nodig is om de helft van dat bedrag via zorgzwaartefinanciering naar verpleeghuizen te laten vloeien. Wat vindt de staatssecretaris ervan om het budget geheel aan te wenden voor palliatieve netwerken, coördinatoren en steunpunten? Dat is mijn suggestie.

Mevrouw Arib (PvdA): Ik kan mij dat amendement nog herinneren. Volgens mij staat mijn naam eronder. Kan de heer Rouvoet aangeven wat hij wil? Toen is een bepaald budget afgesproken. Gaat het hem om meer geld?

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik ben altijd voor meer geld voor palliatieve zorg. Ik heb dat ook een aantal keren voorgesteld. Nu gaat het mij specifiek om het volgende. Toen is structureel 10 mln bijgeplust. Vooruitlopend op de modernisering van de AWBZ is bij dit breed gesteunde amendement ook vooruitgelopen op de zorgzwaartefinanciering bij verpleeg-huizen. Toen is daar 4,7 mln, bijna de helft van het bedrag van 10 mln, naartoe gegaan. Nu wij met de modernisering van de AWBZ een stuk verder zijn, hoeft dit niet meer de hoogste prioriteit te hebben. Het loopt immers meer in de reguliere  modernisering. Daarom vraag ik de staatssecretaris of wij binnen het budget van 10 mln niet veel meer kunnen aanwenden voor steunpunten, coördinatoren en netwerken.

Mevrouw Arib (PvdA): Het gaat de heer Rouvoet dus om een andere besteding van de beschikbare middelen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Het gaat om een andere besteding van het budget van 10 mln. Ik vraag de staatssecretaris om een reactie op een andere invulling.

Dan heb ik dit jaar enkele series vragen gesteld over de Wet afbreking zwangerschap naar aanleiding van de indrukwekkend 3D-beelden van het onderzoek van professor Campbell. De staatssecretaris wil zich niet uitspreken over verlaging van de wekengrens tot bij de evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap, maar ik heb ook vastgesteld dat zij dit niet uitsluit. Klopt dat?

Mijn fractie heeft voorts de indruk dat het kabinet bij deze evaluatie, die wij ongetwijfeld nog zullen bespreken, wel oog heeft voor voorlichting ten aanzien van preventie van ongewenste zwangerschap, maar niet of in ieder geval veel minder ten aanzien van voorlichting over alternatieven voor abortus. Ik wijs op de mogelijkheid van maatschappelijke opvang voor tienermoeders, maar zeer nadrukkelijk ook op de mogelijkheid van adoptie. Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij bij de evaluatie zal ingaan op adoptie als alternatief voor afbreking van de zwangerschap? Dat zou mij een lief ding waard zijn.

Ik kom bij mijn laatste onderwerp. Ik bied mijn excuses aan voor de abrupte overgangen, maar dat is inherent aan de gebrekkige spreektijd. Mijn breed gesteunde amendement voor alternatieven voor dierproeven bij de begroting van vorig jaar is niet uitgevoerd, maar de Kamer is niet schriftelijk geïnformeerd over de aanwending van de middelen in dat amendement, ook niet na de toezeggingen tijdens het algemeen overleg met de minister van begin februari. Waarom is de minister niet akkoord gegaan met de suggestie van ZonMw om die middelen te besteden aan het Nederlands Centrum voor Alternatieven voor dierproeven? Wat wil de minister precies doen met de gereserveerde gelden? Ik wil graag een nieuw amendement indienen om het bij deze begroting opnieuw veilig te stellen, maar ik wil wel weten hoe er wordt omgegaan met de middelen die wij voteren. Ik weet dat een amendement geen opdracht aan een minister behelst, maar een mandaat. Ik wil wel graag de argumentatie horen waarom het geld niet is uitgegeven en waarom de minister deze suggestie niet heeft overgenomen. Dan kunnen wij altijd nog zien of het nodig is om bij deze begroting opnieuw actie te ondernemen.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari