Bijdrage debat Begroting Verkeer en Waterstaat 2005 en Infrastructuurfonds

dinsdag 23 november 2004 22:53

Bron: ongecorrigeerd stenogram

Arie Slob (ChristenUnie): Voorzitter. Er wordt nogal wat over de minister uitge-stort vanavond, maar zij zit gelukkig nog recht overeind. Ik zal mij beperken tot de inhoud van het beleid, want daar gaat het natuurlijk uiteindelijk om. Ik concludeer dat de begroting van Verkeer en Waterstaat voor het jaar 2005 geen spectaculair nieuws bevat. De begroting kan met recht beleidsarm worden genoemd, maar ook dat is een keuze. Evenals vorig jaar wordt benadrukt dat voorrang wordt gegeven aan beheer en onderhoud. “Houden voor bouwen” blijft het devies. Wij vinden het wel jammer dat het niet meer is gekoppeld aan het rentmeesterschap waarover de minister vorig jaar nog onbekommerd sprak in de toelichting op haar begroting, ook in relatie tot een innovatieve en duurzame aanpak van de leefbaar-heidsproblemen. Ik ga er maar vanuit dat de minister ernaar blijft streven het rentmeester-schap concreet te vertalen in haar mobiliteitsbeleid. Wij zullen haar daaraan zeker herinneren.

Vorig jaar hebben wij al geconcludeerd dat er de komende tijd weinig nieuw beleid in gang wordt gezet. De voorliggende begroting staat in het teken van uitvoering op de korte termijn. De minister schrijft: “Je kunt niet elk jaar een heel nieuwe richting inslaan, want dan gaat er nooit meer een schop de grond in”. Daar is geen speld tussen te krijgen, al hoor ik hier wel een licht verwijt in de richting van haar voorgangers. Wat ons betreft, is het probleem niet alleen dat er weinig schoppen in de grond zijn gegaan, maar ook dat er geen consequent en integraal mobiliteitsbeleid is ontwikkeld. Er is veel kostbare tijd verloren gegaan door jarenlang pappen en nathouden. Dat is niet iets wat ik deze minister aanreken, want het gebeurde voor haar tijd.

In de begroting wordt veel aandacht besteed aan onderhoud. Dat is erg hard nodig. De automobilist ondervindt dagelijks dat daaraan aandacht wordt besteed. Ik heb geen enkele behoefte aan snelle conclusies en ik vraag het met de nodige voorzichtigheid, maar is er een relatie te leggen tussen het opvallend hoge aantal (dodelijke) slachtoffers in de laatste maan-den en de staat van onderhoud van wegen? Ik denk aan de A12, de A16, de A27 en de A44.

Het is goed dat voortaan bij de kostenraming van nieuwe projecten ook de kosten van beheer en onderhoud worden begroot. Als het gaat om de aanleg van nieuwe wegen wil de minister in specifieke gevallen geld dat bestemd is voor het rijkswegennet, besteden aan het onderliggend wegennet. Dat is een duidelijke omslag in denken. Toen wij twee jaar geleden bij de behandeling van de spoedwet wegverbreding aandacht vroegen voor knelpunten op het onderliggend wegennet, keek de voorganger van deze minister nog de andere kant op. Dit nieuwe gezichtspunt zal ongetwijfeld ingrijpende gevolgen hebben voor de omvang van de brede doeluitkering. Ik hoor hierover graag het oordeel van de minister.

In het kader van de Nota mobiliteit zullen wij uitgebreider kunnen stilstaan bij het mobiliteitsbeleid voor de middellange en lange termijn. Wij zullen dan ook graag ingaan op de beprijzing van mobiliteit en het deed ons goed dat nu ook uit de hoek van de werkgevers en het Koninklijk Nederlands Vervoer zonder gene wordt gesproken over de noodzaak van een kilometerheffing.

De voorzitter van het KNV, de heer Testa, heeft het wel heel goed begrepen. Hij zei namelijk dat deze heffing variabel moet worden naar tijd en plaats, een standpunt dat mijn fractie al jaar en dag uitdraagt.

Ik kan niet anders dan concluderen dat in het personenvervoer het openbaar vervoer een steeds zwakkere concurrentiepositie krijgt ten opzichte van de auto. Mijn fractie vindt dat een slechte zaak. Er is al veel gezegd over de bezuinigingen op de exploitatie van het stads- en streekvervoer. Wij zijn in afwachting van een ons toegezegde notitie van de minister, waarin op een rijtje wordt gezet welke verschraling de nieuwste concessies bevat ten opzichte van eerdere concessies. Wanneer kunnen wij deze notitie tegemoet zien?

Het KNV vindt, als ik de krant mag geloven, dat het bedrijfsleven moet investeren in het regionaal openbaar vervoer om zo de congestie tegen te gaan en het beroepsmatig vervoer de ruimte te geven. Ik las dat vorige week in het Rotterdams Dagblad. Dat is een interessante gedachte, die echter de publieke verantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer miskent. Ik zou liever zien dat de overheid deze publieke verantwoordelijkheid zelf goed oppakt in plaats van haar af te wentelen op het bedrijfsleven.

De minister geeft prioriteit aan de veiligheid, de betrouwbaarheid en de capaciteit van het bestaande spoor. De NS en ProRail wijzen erop dat de beoogde punctualiteit van 89% in 2008 wel erg ambitieus is, omdat de tweede fase van het herstelplan voor het spoor dan nog niet is afgerond. Deelt de minister deze opvatting en kan zij aangeven hoe de gesprekken met de NS en ProRail over de aanpassing van de vervoers- en beheersconcessies verlopen. De Kamer heeft op deze gesprekken aangedrongen en daarom ben ik met de heer Van der Ham benieuwd naar de stand van zaken.

De fractie van de ChristenUnie heeft er al vaker voor gepleit om de potentie van het spoor aanzienlijk te vergroten, onder andere door de snelheid op het hoofdrailnet te verhogen naar 200 km per uur. Ook de heer Hofstra heeft hier wel eens naar gevraagd. Een van de mogelijkheden daartoe is overschakelen op 55 kilovolt. Ik weet dat dit ambitieus en kostbaar is, maar het verbaasde mij toch dat de laatste studie hierover dateert uit 1996. De regering heeft het plan om over te schakelen op 25 kilovolt toch niet definitief in de ijskast gezet?

De minister heeft de Kamer op 7 juli een brief gestuurd over pps en innovatief aanbe-steden. Hoe wordt hieraan een concreet vervolg gegeven? Ik neem aan dat het Rijk net als de decentrale overheden heeft geconstateerd dat een aantal aanbestedingen van infrastructurele werken aanzienlijk lager uitvalt dan begroot. Kan de minister meer zeggen over het lopende begrotingsjaar en 2005? Ik ben zeer benieuwd naar haar antwoord met het oog op de komende behandeling van het MIT. Voor die behandeling zou ik dan ook graag haar antwoord ontvangen.

Er zijn nauwelijks plannen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur, al las ik tot mijn verrassing dat tijdens het congres over binnenvaart, dat vorige week in Scheveningen werd gehouden, het Twente-Middellandkanaal, weer op de agenda is gezet. Dit maal door het EVO. Hoe realistisch is dat? In haar begroting voor 2005 stelt de minister een inhaalslag voor het vaarwegonderhoud in het vooruitzicht. Dat lijkt een goede zaak, al is de sector nog niet hele-maal tevreden. Het Centraal Overleg Vaarwegen stelt in reactie op de begroting dat in 2005 nauwelijks iets substantieels gebeurt en dat de inhaalslag eigenlijk pas in 2006 goed op gang komt. Graag een reactie.

Ik ben overigens verheugd over het feit dat Nederland Distributieland, waarover mijn fractie zich in het verleden terecht kritisch heeft uitgelaten, de binnenvaart wil gaan promoten als innovatieve modaliteit. Ik zie daarin de intentie van de motie-Stellingwerf/Van den Berg duidelijk terugkomen. Het uitgangspunt van deze motie was namelijk dat duurzaamheid en innovatie voorop dienen te staan bij het promoten van Nederland als distributieland.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari