Bijdrage debat Begroting 2005 OCW- Media

maandag 22 november 2004 11:44

Arie Slob: Voorzitter. Medialand kenmerkt zich op het moment door een grote onrust. Dat geldt voor het gehele mediastelsel, maar ook voor de publieke omroepen. Zij maken zich zorgen over hun voortbestaan. De medewerkers roeren zich ook al een behoorlijke tijd. Die onrust en onduidelijkheid dragen er mede toe bij dat omroepen alternatieven gaan bedenken voor een omroepstelsel waarvan de contouren nog niet duidelijk zijn. Wij begrijpen wel dat de staatssecretaris helderheid wil hebben over de toekomstige committering van onder andere de TROS en de AVRO, maar het lijkt er toch ook wel een beetje op dat zij die acties over zichzelf heeft afgeroepen. Als deze omroepen immers eerder duidelijkheid hadden gekregen over hun positie in het omroepbestel, hadden zij ook geen noodgrepen hoeven te bedenken. Ik taxeer wat nu gebeurt als noodgrepen.
In de mediabrief komt aan die onduidelijkheid nog steeds geen einde. Het blijft volstrekt onhelder wat er in de toekomst gaat gebeuren met de publieke omroepen. Er wordt ons alleen beloofd dat er in 2005 een visie komt. Ik wil voor die visie heel duidelijk zijn over waar de fractie van de ChristenUnie staat. Wij zijn om meerdere redenen gehecht aan het huidige publieke stelsel, inclusief de band die er nog bestaat met de omroepverenigingen. Deze inrichting waarborgt naar onze mening het beste de pluriformiteit in het aanbod.

Dat neemt niet weg dat ook wij wel zien dat er op bepaalde onderdelen verbeteringen nodig en mogelijk zijn. Daarom hebben wij een wat meer centrale aansturing zoals afgelopen periode is ingezet in een aantal opzichten ondersteund. Er kan daardoor wat efficiënter worden gewerkt en efficiënter worden omgegaan met publiek geld. Er moet echter ook in de gaten worden gehouden dat er risico’s zijn verbonden aan een steeds sterkere aansturing. In de praktijk is zichtbaar dat dit ook invloed heeft op de programmering, dat de programmering wat verschraalt en dat er programma’s uit de ether verdwijnen. Dat betreuren wij ten zeerste.

Er zijn ook maatregelen die wij het afgelopen jaar niet hebben gesteund. Ik doel bijvoorbeeld op de gelegenheidswetgeving rond BNN. Ik vind het nog steeds heel treurig hoe dat is verlopen, inclusief de novelle die vorige week ondanks onze tegenstem is aangenomen door de Kamer. Wij hebben veel moeite met het terugschroeven van de erkenningstermijn van vijf naar drie jaar. Er zijn toezeggingen gedaan die niet worden waargemaakt. Er is nog steeds niet duidelijk hoe de staatssecretaris dat nieuwe stelsel wil inrichten. De volgorde is dus volgens ons niet goed.

Wij zijn de staatssecretaris er erkentelijk voor dat zij opnieuw aangeeft dat zij wil zoeken naar andere indicatoren dan sec de kijkcijfers. Kijkcijfers vormen maar een heel beperkt middel om aan te geven ofde publieke omroep aan zijn doelstellingen voldoet. Er moet gebruik worden gemaakt van indicatoren die meer recht doen aan de doelstelling van de publieke omroep, namelijk het aanbieden een pluriforme programmering. Wij hadden heel graag gezien dat de staatssecretaris al wat meer inhoudelijke opmerkingen had gemaakt over het hanteren van andere indicatoren. Daar moeten wij een gesprek over voeren met elkaar.

De staatssecretaris zegt dat de extra bezuiniging van 11 mln niet meer kan worden bereikt door efficiënter te werken. Zij zoekt daarom naar andere oplossingen, zoals het bezuinigen op de distributiekosten van de publieke televisiekanalen via de analoge ether. Deze bezuiniging kan alleen worden gerealiseerd als de publieke omroep deel uitmaakt van het pakket van Digitenne, aldus de staatssecretaris. De abonnementsprijs voor de kabel, de satelliet of het digitale etherpakket is voor veel mensen een behoorlijk bedrag. Het feitelijk verplicht stellen van zo’n abonnement moet beter worden onderbouwd dan nu het geval is. Welke alternatieven heeft de staatssecretaris overwogen? Welke kosten gaan gepaard met de omzetting? Wat is netto de uitkomst van deze omzetting? Hoe kan tegemoet worden gekomen aan mensen die dit abonnement niet kunnen betalen?

Mijn fractie vindt het op dit moment gezien de technologische ontwikkelingen en de kosten voor huishoudens die nog niet zijn overgeschakeld nog te vroeg om tot zo’n overschakeling over te gaan. De staatssecretaris stelt met betrekking tot de bezuinigingen aan de ene kant stelt dat het einde wat betreft efficiencyverbetering in zicht is en tegelijkertijd toch aanvullend onderzoek wil doen naar besparingsmogelijkheden op de productiekosten. Dat is tegenstrijdig. Kan zij aangeven hoe deze zaken zich tot elkaar verhouden?

Ik vraag tot slot aandacht voor beeldtaal. Het beeld dat kinderen hebben van de werke-lijkheid is voor een belangrijk deel gebaseerd op televisiebeelden en beelden spreken hun ei-gen taal. Die taal wordt niet altijd goed verstaan, niet door kinderen en misschien ook niet door volwassenen. Beelden geven vaak een gedramatiseerde, een gemanipuleerde of een gero-mantiseerde afspiegeling van de werkelijkheid. Daardoor kan er een verkeerde voor-stelling van allerlei zaken ontstaan waar wij in het dagelijks leven mee te maken hebben. Het valt ons op dat in de opvoeding van kinderen en in het onderwijs er heel veel energie wordt gestoken in het leren begrijpen en analyseren van teksten. Wij leren hen echter niet om beelden te le-zen, te analyseren en te beoordelen. Er ontbreekt ook een structurele visie op de wijze waar-op dat zou moeten worden gedaan. Er worden op dat terrein wel allerlei initiatieven ontwik-keld, maar dat gebeurt heel erg versnipperd. Er is recent een initiatiefgenomen om een onaf-hankelijk centrum voor jeugd en media op te zetten om iets te doen aan de huidige versnip-pering van kennis en informatie op dit beleidsveld en om de krachten te bundelen. Het veld blijkt behoefte te hebben aan een onafhankelijke nationale organisatie die alle kennis en informatie over de relatie tussen jeugd en media verzamelt, bewerkt en verspreidt. Dit orgaan heeft onder andere beeldtaal op het oog.

Ik verzoek de staatssecretaris om de initiatieven op het terrein van media-educatie voor jongeren wat nadrukkelijker op een rijtje te zetten. Zij moet ook goed kijken naar het initiatiefom tot een bundeling over te gaan. Ik vraag haar om de Kamer daarover te informeren. Wij vinden het van belang dat wij hier verder met elkaar over spreken en dat het onderwerp media-educatie een prominentere plaats krijgt op de politieke agenda.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari