Vragen over Klankbordgroep Integrale Ontwikkeling Dlft-Schiedam

dinsdag 07 december 2004 19:44

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Verkeer en Waterstaat naar aanleiding van het antwoord van de minister op vragen van hetzelfde lid over hetzelfde onderwerp1. (Ingezonden 5 juli 2004)

Met antwoord.

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de minister van Verkeer en Waterstaat naar aanleiding van het antwoord van de minister op vragen van hetzelfde lid over hetzelfde onderwerp1. (Ingezonden 5 juli 2004)
  1. Is het waar dat de Klankbordgroep Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS) op 23 april 2003 is opgericht door de Adviescommissie IODS, die volgens u bevoegd is een klankbordgroep in te stellen? Is toen tevens besloten dat de Klankbordgroep in mei 2003 met de werkzaamheden zou beginnen? Kunt u bevestigen dat beide besluiten zijn genomen conform de schriftelijk ingediende voorstellen van de voorzitter van de Adviescommissie, gedeputeerde Norder? Is het waar dat dit vermeld is in de notulen van deze bijeenkomst en dat Rutger Krans, de projectleider IODS van Rijkswaterstaat, bij deze bijeenkomst aanwezig was? (zie vraag 4 en 51) Is het waar dat het bureau, dat voorzitter is van de Klankbordgroep en door de heer Norder is benoemd, de notulist leverde voor «mei 2003» (zie gestelde vraag 14) en in augustus 2003 om de nodige relevante stukken heeft gevraagd en dat onder zijn voorzitterschap op 18 september 2003 de eerste bijeenkomst van de Klankbordgroep heeft plaatsgevonden, overigens zonder enig gevraagd stuk, omdat deze niet waren toegezonden? (vraag 4 en 5)
  2. Klopt het dat het complete rapport van adviesbureau DHV, van mei 2003 of eerder, over verkeersintensiteiten in 2020 op het Kethelplein, A 4, A 20 enz, en gepresenteerd aan Rijkswaterstaat, vele malen door leden van de klankbordgroep IODS is gevraagd en niet is ontvangen? Is het waar dat de status van dit rapport definitief is, aangezien enkele bijlagen hiervan, waarover leden van de Klankbordgroep beschikken, in kleur zijn? Kan de Kamer deze studie ontvangen, inclusief de verkeersintensiteiten die onduidelijk zijn weergegeven op de bijlagen respectievelijk zijn afgedekt (Van Brienenoordbrug)? (vraag 3)
  3. Klopt het dat verkeersintensiteiten op bepaalde weggedeelten op en nabij het Kethelplein vol-gens dit DHV-rapport (aanzienlijk) groter zijn dan de verkeersintensiteiten in 2010 op dezelfde weggedeelten, zoals deze ten grondslag hebben gelegen aan het TNO-rapport van juli 2003 en waarin is vermeld dat de norm voor de luchtverontreiniging voor minstens 1.271 woningen in Schiedam en Vlaardingen wordt overschreden, bij aanleg van de A 4 MD? Is het waar dat dit betekent dat volgens de cijfers in het DHV-rapport de luchtverontreiniging (aanzienlijk) hoger zal zijn dan in het TNO-rapport is vermeld? (vraag 3)
  4. Klopt het dat de verkeersintensiteiten voor het TNO-rapport zijn verstrekt door Rijkswaterstaat? Kunt u meedelen op welke studie deze waarden waren gebaseerd? Kan de Kamer deze studie ontvangen? (vraag 3)
  5. Wilt u alsnog ingaan op de eerder gestelde vraag 5 waarom het enige gesprek van de Klankbordgroep met Rijkswaterstaat over een concept van de Startnotitie en over de gestelde vragen, pas 42weken na haar oprichting (op 23 april 2003, zie de eerder gestelde vraag 1) was gepland? Onderschrijft u de opvatting dat óók indien het toen beschikbare concept in een later stadium mogelijk veranderd zou kunnen worden, een veel eerdere bespreking van dit concept met Rijkswaterstaat toch zinvol had kunnen zijn, zoals de Klankbordgroep diverse malen uitdrukkelijk kenbaar heeft gemaakt?
  6. Wilt u alsnog ingaan op de eerder gestelde vraag 5 waarom het eerste en enige gesprek met Rijkswaterstaat over de concept Startnotitie en over de vragen was gepland één week nadat de adviescommissie IODS in aanwezigheid van de minister, het laatste concept van de startnotitie had besproken? Welke inbreng had de Klankbordgroep dan nog kunnen geven op een inmiddels vastgestelde Startnotitie? Door wie was dit gesprek op die datum gepland?
  7. Als de oorspronkelijke (te late) bijeenkomst met Rijkswaterstaat volgens het door u gegeven antwoord is vervroegd, waarom heeft Rijkswaterstaat dan niet het verzoek van de Klankbordgroep ondersteund om de datum dusdanig te vervroegen dat er inderdaad tijd beschikbaar was voor een zinvol advies? Waarom had de klankbordgroep daardoor pas op dinsdagavond 27 januari 2004 ’s avonds dit «vervroegde» (eerste en enige) gesprek met Rijkswaterstaat over het concept van de Startnotitie, terwijl de ambtelijke afstemmingsgroep IODS op donderdagochtend 29 januari 2004 om 10.00 uur ’s morgens bijeenkwam voor haar advies over het concept en het dus onmogelijk was om er voor te zorgen dat deze groep, die de stukken bestemd voor de Adviescommissie IODS bestudeert en van advies voorziet, het commentaar van de klankbordgroep nog tijdig zou ontvangen? (vraag 6)
  8. Klopt het dat Rijkswaterstaat op de bijeenkomst met de klankbordgroep van 27 januari, in tegenstelling tot wat u heeft bericht, slechts iets méér dan één uur tijd heeft gehad om in te gaan op het concept en vragen van de klankbordgroep, omdat de rest van de bijeenkomst onder andere in het teken stond van de toelichting van TNO op haar uitgelekte rapport over de overschrijding van de norm van de luchtverontreiniging voor 1271 woningen in Schiedam en Vlaardingen? Kunt u toelichten hoe volgens u op een verantwoorde wijze het overleg met de Klankbordgroep heeft kunnen plaatsvinden, als slechts iets meer dan één uur beschikbaar was voor zowel het beantwoorden van vragen van leden van de Klankbordgroep, als voor een gesprek over zowel het «oude» als het «nieuwe» concept (op die avond voor het eerst ontvangen) van de startnotitie? (vragen 6 en 8)
  9. Klopt het dat de door u bedoelde reactie van Rijkswaterstaat is gegeven, nadat de startnotitie al was vastgesteld, en daarmee te laat was voor de Klankbordgroep, om hierop een reactie te geven en deze reactie te verwerken in het advies van de Klankbordgroep aan de Adviescommissie? (vraag 7)
  10. Bent u bereid te bewerkstelligen dat alsnog op de kortst mogelijke termijn gesprekken tussen de Klankbordgroep en Rijkswaterstaat zullen plaatsvinden, zoals overigens de bedoeling is conform de schriftelijk vastgelegde werkwijze van de Klankbordgroep, die door de Adviescommissie IODS is geaccordeerd? (vraag 9)
  11. Wilt u alsnog expliciet ingaan op de eerder gestelde en niet beantwoorde vragen (onder nummer 10) aangaande:
    a. de weigering van de voorzitter (werkzaam bij Rijkswaterstaat) van de werkgroep Financiën van Plan Norder, tot enig overleg met externe deskundigen in 2001;
    b. het niet verschijnen van Rijkswaterstaat, zonder opgave van redenen op 14 augustus 2001 bij een speciaal met deze dienst gearrangeerd gesprek en
    c. de tijdelijk door Rijkswaterstaat ingehuurde woordvoerder, die volstrekt onvoldoende op de hoogte was van de materie, april/mei 2003 en die direct na het gesprek vertrokken was bij Rijkswaterstaat?
  12. Waarom heeft tijdens een gesprek d.d. 21 augustus 2001 van Rijkswaterstaat met diverse ex-terne deskundigen over milieu, inpassing A 4 e.d. Rijkswaterstaat op de eerste vraag van de aanwezige verkeerskundige geantwoord: «Op deze vraag krijgt u geen antwoord, want dan komt u met uw tweede vraag»? Waarom heeft vervolgens, toen de vraag herhaald werd, Rijkswaterstaat geantwoord: «Op deze vraag krijgt u geen antwoord, op de andere door u gestelde vragen ook niet en nieuwe behoeft u ook niet meer te stellen»?
  13. Is naar uw oordeel inhoudelijk antwoord gegeven in de door u genoemde brief van 26 november 2001 van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland? Zo ja, kunt u de betreffende passage(s) citeren? (vraag 12)
  14. Bent u van oordeel dat de vragen en beweringen van een klokkenluider over de Traject-nota/MER A4 van 1996 en vermeld in de brief van 15 oktober 2003 van ir. B.K. van der Chijs uit Delft geen relevantie hebben voor de nieuw op te stellen MER, terwijl volgens de tekst van de Startnotitie bij pt 1.2de nieuwe MER «een aanvulling (is) op de Trajectnota/MER uit 1996»? Zo ja, kunt u dat onderbouwen? (vraag 13)
  15. Wilt u alsnog en los van uw antwoord op de vorige vraag, ingaan op de beweringen die in de brief van 15 oktober 2003 zijn gedaan en de vragen beantwoorden die daarin zijn gesteld? (vraag 13) Wilt u toelichten waarom, volgens de brief waarnaar door u is verwezen, geen vra-gen zouden mogen worden gesteld, over een gepubliceerde studie, zoals de TN/MER van 1996?
  16. Bedoelt u met uw antwoord op de door ondergetekende eerder gestelde vraag 14 dat de vertraging bij minister De Boer en diens voorganger (uitsluitend?) veroorzaakt was vanwege onvoldoende financiële middelen? Zo neen, wat was (waren) dan de reden(en)? Is het juist dat het door u genoemde «in overweging nemen» bij beide ministers vanaf 18 oktober 2001 de aangegeven vertraging in de studie van ruim 16 maanden heeft betekend en bij u de vermelde 8 maanden (totaal ca 2 jaar)? Zo neen, wilt u dan de volgens u juiste tijdsduur hiervan in beide situaties vermelden?
1 Aanhangsel Handelingen nr. 1144, vergaderjaar 2003–2004. In de nieuwe vragen wordt enkele malen verwezen naar de antwoorden op de vorige vragen.
 
Nader antwoord
Nader antwoord van minister Peijs (Verkeer en Waterstaat). (Ontvangen 7 december 2004), zie ook Aanhangsel Handelingen nr. 2051, vergaderjaar 2003–2004
  1. De klankbordgroep IODS is ingesteld door de Adviescommissie IODS. De feiten in de vraag zijn niet helemaal correct. De klankbordgroep is door de Adviescommissie IODS op 4 decem-ber 2003 officieel opgericht en gedeputeerde Norder is aanwezig geweest bij de startbijeen-komst op 22 januari 2004. Een verslag van deze startbijeenkomst waarin deze data genoemd staan is eventueel beschikbaar (zie ook antwoord 4, Aanhangsel der Handelingen nr. 1144, vergaderjaar 2003–2004).
  2. Ten behoeve van de Startnotitie A4 Delft–Schiedam is een eerste verkeerskundig onderzoek door het adviesbureau DHV uitgevoerd. Dit onderzoek bevatte een groot aantal aannames. De DHV-studie is desgewenst beschikbaar. Ten behoeve van de Trajectnota/MER zal een meer gedetailleerd en geactualiseerd onderzoek worden uitgevoerd waarvan de uitkomsten aan de IODS-groepen, dus ook de Klankbordgroep, aangeboden zullen worden. De Trajectnota/MER zal naar verwachting in de 2e helft van 2005 gereed zijn.
  3. Ja, de DHV-studie uit 2003 geeft verkeersintensiteiten voor 2020. Deze studie is een eerste verkeerskundig onderzoek welke een groot aantal aannames bevat. De verwachting is dat de verkeersintensiteiten voor 2020 groter zullen zijn dan voor 2010. Wat de gevolgen zijn van de verkeersintensiteiten, voor onder andere de luchtkwaliteit en welke mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden, wordt momenteel uitgezocht in het kader van de Trajectnota/MER. De resultaten hiervan kunnen desgewenst ter beschikking worden gesteld.
  4. Ja, de verkeersintensiteiten voor het onderzoek van TNO, in opdracht van de Provincie Zuid-Holland, zijn door Rijkswaterstaat verstrekt. In het onderzoek van TNO zijn de verkeers-gegevens gebruikt die in het kader van de ontwerpateliers «Kethelplein en het IODS» zijn gegenereerd. De rapportage «Kethelplein en het IODS» kan desgewenst aan de Kamer worden toegestuurd.
  5. De klankbordgroep is door de Adviescommissie IODS op 4 december 2003 officieel opge-richt. Op 27 januari 2004 is een conceptversie van de Startnotitie met de klankbordgroep be-sproken. Tijdens de bijeenkomst is de laatste conceptversie uitgereikt aan de leden van de klankbordgroep. Deze bijeenkomst was slechts 5 dagen na de startbijeenkomst van de Klank-bordgroep op 22 januari 2004. Medewerkers van Rijkswaterstaat zijn inmiddels op meerdere bijeenkomsten van de Klankbordgroep aanwezig geweest om een toelichting te geven en vragen te beantwoorden.
  6. De feiten in de vraag zijn niet correct. Op 27 januari 2004 is een klankbordgroepbijeenkomst geweest waarin een conceptversie van de Startnotitie is besproken. Op 4 februari 2004 is de Adviescommissie in aanwezigheid van de minister bij elkaar gekomen. Daarna is de Start-notitie door de ministers van Verkeer en Waterstaat en van VROM vastgesteld. Data voor bijeenkomsten van de Klankbordgroep zijn de verantwoordelijkheid van de voorzitter van de Klankbordgroep.
  7. Aangezien de klankbordgroep de Adviescommissie IODS rechtstreeks adviseert zijn de data van de bijeenkomsten van de klankbordgroep en de ambtelijke afstemgroep IODS altijd dichtbij elkaar. Beide bijeenkomsten zijn ongeveer een week voordat de Adviescommissie IODS vergadert.
    De klankbordgroep adviseert de Adviescommissie IODS en heeft een advies over de concept-versie van de Startnotitie ingebracht tijdens de Adviescommissievergadering op 4 februari 2004. Overigens was de bijeenkomst met de klankbordgroep met Rijkswaterstaat over de conceptversie van de Startnotitie reeds 5 dagen nadat gedeputeerde Norder de eerste bijeenkomst van de klankbordgroep heeft gepland (zie ook het antwoord op vraag 1).
  8. Zoals in mijn brief van 23 maart 2004 geantwoord zijn medewerkers van Rijkswaterstaat van 19.00 tot 22.45 uur aanwezig geweest op de bijeenkomst van de klankbordgroep. De agende-ring en het verloop van de bijeenkomsten is een zaak van de voorzitter van de klankbord-groep (zie ook antwoord 7, Aanhangsel der Handelingen nr. 1144, vergaderjaar 2003–2004).
  9. De Adviescommissie IODS heeft het advies van de Klankbordgroep op 4 februari 2004 be-handeld. De Adviescommissie IODS heeft in aanwezigheid van de minister de Startnotitie ge-accepteerd. Daarna is de (interne) procedure voor vaststelling van de Startnotitie gaan lopen.
    De schriftelijke reactie van Rijkswaterstaat op het advies van de klankbordgroep is na 4 februari 2004 gegeven. Vertegenwoordigers van de klankbordgroep hebben ook via de reguliere inspraakprocedure op de Startnotitie kunnen inspreken, en hebben ook hun standpunten in een rechtstreeks gesprek met de Commissie MER naarvoren gebracht.
  10. De voorzitter van de klankbordgroep heeft medewerkers van Rijkswaterstaat inmiddels meerdere malen uitgenodigd voor gesprekken met de klankbordgroep. Er zijn gesprekken geweest met Rijkswaterstaat op 27 januari, 8 juni en 22 september, 20 oktober, 23 november 2004. Voor 14 december 2004 staat er wederom een bijeenkomst gepland.
  11. a. Rijkswaterstaat krijgt zoals elke overheidsorganisatie vele brieven en verzoeken tot overleg en heeft ook een eigen afweging te maken inzake het aangaan van overleggen met externen.
    b. Een afspraak op 14 augustus 2001 is mij niet bekend. Op 21 augustus 2001 heeft een ge-sprek plaatsgevonden met enkele externe deskundigen en belanghebbenden en Rijkswater-staat.
    c. De desbetreffende ingehuurde medewerker heeft ruim 1 jaar bij Rijkswaterstaat gewerkt. Zijn inhuurcontract liep af per 1 augustus 2003 (zie ook antwoord 10, Aanhangsel der Handelingen nr. 1144, vergaderjaar 2003–2004).
  12. Rijkswaterstaat kan dit voorval gezien de geruime tijd tussen het voorval en het heden noch bevestigen, noch ontkennen.
  13. De door u genoemde brief is een brief van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland aan de heer Drok. Ik ben van mening dat u deze vraag niet aan mij, maar aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dient te adresseren.
  14. De onafhankelijke commissie voor de milieueffectrapportage heeft in 1996 de Traject-nota/MER A4 getoetst. In het toetsingsadvies spreekt de commissie haar waardering uit over de diepgang en zorgvuldigheid waarmee de milieueffecten zijn bepaald. Tevens heeft de Startnotitie A4 Delft–Schiedam ter inzage gelegen en heeft een ieder hierop kunnen reageren. In de Richtlijnen voor de Trajectnota/MER A4 Delft–Schiedam is een samenvatting gegeven van alle inspraakreacties met daarop de reactie van het bevoegd gezag. De heer Van der Chijs heeft een inspraakreactie gegeven en het bevoegd gezag heeft in de richtlijnen haar reactie hierop gegeven.
  15. Ik heb deze vraag reeds beantwoord (zie vraag 13, Aanhangsel der Handelingen nr. 1144, vergaderjaar 2003–2004). Het staat een ieder vrij om in te spreken in het kader van de Tracé/mer-procedure voor de A4 Delft–Schiedam. In dat kader zullen dan ook inhoudelijke opmerkingen worden beantwoord.
  16. Ik heb u geantwoord dat zowel mijn voorganger de heer De Boer als ik eerst hun eigen mening dienden te vormen inzake dit dossier. Hierbij is van belang geweest dat er eerst nadere afspraken over de financiering van het project gemaakt dienden te worden. Ik kan mij dan ook niet vinden in de door u gesuggereerde periode van vertraging, aangezien deze voorbij gaat aan het gegeven dat er bestuurlijke wisselingen hebben plaatsgevonden, en er nadere financiële afspraken over het project dienden te worden gemaakt.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari