Bijdrage debat Cultuurnota 2005-2008 Begroting 2005 OCW : Cultuur

maandag 22 november 2004 11:46

Bron: ongecorrigeerd stenogram

Arie Slob
: De staatssecretaris is weer helemaal opgefrist, dus wij kunnen er weer even tegenaan.

Mijnheer de voorzitter. Er is een nieuwe cultuurnota. Dat biedt de mogelijkheid om de positie van kunst en cultuur in de samenleving weer eens wat te bespiegelen. Overigens moet dat kort, gezien de spreektijden. De ChristenUnie is positief over de positie van kunst en cul-tuur. Mensen hebben een gave ontvangen om creatief te zijn, dat wil zeggen om iets nieuws te maken met wat de wereld aan mogelijkheden biedt. Dat heeft iets moois. Mensen zijn crea-tief, kunnen scheppen en ervaring en interpretaties zichtbaar of tastbaar maken. Zij kunnen de ogen openen, zowel voor het goede en mooie als voor het bedreigende en het lijden. Onze fractie ziet het als een eigenschap van de mens die hij in de schepping heeft meegekregen en die tegelijkertijd ook een opdracht betekent. Cultuur en samenleving staan in een wederzijdse relatie met dienstbaarheid. Juist vanwege dat samenspel vinden wij dat er soms begrenzingen zijn aan wat de kunst kan en mag uitdragen. Het debat daarover is overigens vaak heel moeizaam.

Dat brengt mij meteen bij de begroting. Ook daarover is het debat soms moeizaam, vooral als wij met bezuinigingen te maken hebben. Hoewel er al deels een reparatie heeft plaatsgevonden, kenmerken de Cultuurnota en de Cultuurbegroting zich natuurlijk vooral door bezuinigingen. Ik zeg maar in alle openheid: wij vinden dat grotendeels terecht. Als in sectoren zoals de zorg fors moet worden bezuinigd, vinden wij het niet meer dan logisch dat ook wordt bezuinigd op kunst en cultuur. Het zou moeilijk te begrijpen zijn dat aan de ene kant een veel grotere eigen verantwoordelijkheid wordt verlangd van bijvoorbeeld zorgvra-gers, waaronder chronisch zieken en gehandicapten, en dat aan de andere kant niet wordt ver-langd van de kunstsector. Ik hoor de heer Dittrich in zijn bijdrage zeggen dat wij de bezuini-gingen op kunst en cultuur mogelijkerwijs tot nul kunnen terugbrengen. Gezien evenwel het grote aantal bezuinigingen dat ook op andere terreinen wordt toegepast, vinden wij dat onverantwoord. Het is een kwestie van maatvoering.

Mijn fractie is van mening dat het voor de kunstsector goed is om na te denken over andere wijzen van bekostiging naast overheidsbekostiging, die er altijd zal blijven. De gehan-teerde kaasschaafmethode zal namelijk uiteindelijk niet voldoende blijken. Er komen ook steeds meer subsidieaanvragen bij. Volgens ons kan het ook anders, onder meer door meer in te zetten op het principe van private financiering. Ik ondersteun in dat opzicht de woorden van collega Leerdam. Een sociaal-democraat is toch wel de meest onverdachte getuige die je voor zo'n stelling kunt hebben. Er zijn ook goede voorbeelden van te geven. De heer Leerdam heeft er daarvan in zijn bijdrage een paar genoemd. Natuurlijk blijven er altijd onderdelen onder de verantwoordelijkheid van de overheid vallen. Wat ons betreft gaat het vooral om het culturele erfgoed, het onderhoud van monumenten, het in stand houden van archieven en bibliotheken en dergelijke. Ook de musea zijn van belang.

Een van de uitgangspunten van de Cultuurnota is dat in Nederland het besef moet doordringen dat cultuur ertoe doet. Maar daarom is het ook van belang dat cultuur aansluit bij de samenleving. Zoals gezegd, wij zien kunst en samenleving als een wederzijdse relatie. In de praktijk blijkt dat in die relatie van samenleving en cultuur nog wel eens wat mis kan gaan. Er heerst ook wel eens wat onbegrip. Laat ik een voorbeeld noemen heel dicht bij mijn eigen huis. Een half jaar geleden kregen de bewoners van de nieuwbouw Milligen in mijn woon-plaats Zwolle een onthutsende ervaring. Het kunstwerk waaraan een Italiaanse kunstenaar in een afgesloten tent had gewerkt, bleek bij de onthulling niet te bestaan. Italiaanse kunstenaar en kunstwerk waren fictie. De zeepbel van hoge verwachtingen was geknapt en dat was nu precies de bedoeling van de Nederlandse kunstenaar die het had bedacht. Het proces bleek de kunst te zijn en het was vastgelegd op film. Het overgrote deel van de bewoners voelde zich in de maling genomen en nam geen genoegen met de dvd die hen werd uitgereikt. Er was tenslotte 138.000 euro voor betaald. Uiteindelijk kregen zij ook een gedenksteen aangeboden en werden zij na het nuttige van een hapje en een drankje weer naar huis gestuurd. Het gevoel dat verantwoording aan de samenleving moet worden afgelegd is kennelijk niet zo sterk aanwezig, terwijl het wel om besteding van publiek geld gaat.

Mevrouw Kraneveldt (LPF): De heer Slob is het vast met mij eens dat cultuur en ondernemerschap in dit geval heel goed verzorgd was bij de kunstenaar.

Arie Slob: Het is maar net vanuit welke hoek je het bekijkt. Maar dat weet mevrouw Kraneveldt ook.
Het gaat erom dat je verantwoordt op welke manier je met publiek geld bent omge-gaan. Die verantwoording moet uiteraard ook aan de samenleving worden afgelegd. In dat kader wijzen wij op de rol van de Stichting Kunst en Openbare Ruimte. Deze stichting heeft als doelstelling om het publiek op onconventionele wijze te bereiken en om in algemene zin de rekbaarheid van het begrip openbare ruimte en de betekenis van kunst daarbinnen op de proef te stellen. Deze woorden haal ik uit de beleidsvisie van deze stichting. Zij wil vooral innovatief zijn. De vraag is echter waarom dat zo is. Waarom zou zij niet willen aansluiten bij de beleving en de wensen van de burger? Kan zij niet beter aansluiten bij de vraag van de ge-meenten in plaats van de regie over te nemen? Gemeenten hebben duidelijk gemaakt dat je open moet staan voor innovatieve kunst en experimenten als je met SKOR in zee wilt gaan. Naar onze mening zijn er meer dan genoeg musea en tijdelijke tentoonstellingen waar inno-vatieve en baanbrekende kunst een podium kan krijgen. De samenleving is niet alleen gediend bij innovatieve kunst. Kunstwerken die de identiteit van de stad of de streek bevestigen zou-den de aandacht voor de geschiedenis levend kunnen houden. Ons voorstel is daarom om ge-meenten meer verantwoordelijk te maken voor hun kunstbeleid. De gemeenten moeten zo veel mogelijk worden ontmoedigd om het kunstbeleid over te dragen aan landelijk opererende kunstcentra voor moderne kunst. Wat ons betreft, hoeft er niet per se geld bij voor de gemeen-ten. Wij geven de staatssecretaris wel in overweging om de taken van de landelijk opererende kunstcentra te beperken tot de adviesfunctie waarvoor zij in het leven zijn geroepen.

Mensen moeten toegang hebben tot kunst, maar kunst moet ook toegankelijk zijn. In dat opzicht kan ik aansluiten bij de woorden van mevrouw Vergeer. Ook de fractie van de ChristenUnie heeft ooit een museumplan uitgebracht waarin zij het voorstel heeft gedaan om de toegangsprijs voor musea te verlagen tot één euro. Zij heeft zich toen vanwege de beschikbare financiële middelen beperkt tot rijksmusea. Dat plan ligt inmiddels in de prullenbak door de financiële situatie waarin ons land op dit moment verkeert. Achter het plan zat in ieder geval het principe dat je al het mogelijke moet doen om laagdrempeligheid te bereiken. Daarbij horen lage toegangsprijzen, zodat kunst betaalbaar wordt voor iedereen. Ondanks het feit dat de financiële ruimte verminderd is, blijven wij graag zien dat het museumbezoek blijvend wordt gestimuleerd en dat daarop niet extra wordt bezuinigd.

Laagdrempeligheid van de kunst kent ook zo haar grenzen. Daarom blijft cultuur-educatie van groot belang. Mijn fractie is blij dat op het Actieplan Cultuurbereik niet wordt bezuinigd en dat voor het programma Cultuur en School zelfs extra geld wordt uitgetrokken. Zij vindt dat een zeer goede zaak.

Mijn laatste opmerkingen betreffen de grote hoeveelheid aan ingediende subsidie-aan-vragen en de wijze waarop daarmee is omgegaan. In vergelijking met de reacties die mijn fractie heeft gekregen op zeer veel andere bezuinigingen die worden doorgevoerd, blijkt dat er in ieder geval op grote schaal is meegeleefd. Op allerlei wijzen is onder haar aandacht ge-bracht dat bepaalde instellingen of projecten subsidie zouden moeten krijgen. Ook mijn fractie bekroop het gevoel dat de procedure voor het verlenen van subsidies aan herijking toe is. Ik sluit mij aan bij al diegenen die hierover opmerkingen hebben gemaakt. Laten wij pro-beren om dit op een eenvoudiger manier te doen dan nu. Een deel van de bezwaren tegen de subsidietoekenningen is opgedroogd doordat door de aanneming van de motie-Verhagen de pijn is verzacht. Zeer veel instanties hebben echter niet gekregen wat zij wilden hebben. Van-daar dat mijn fractie opnieuw een reeks brieven, mails en dergelijke heeft ontvangen. Zij gaat daar zeer terughoudend mee om. Ik heb slechts twee amendementen mede ondertekend. Daarin staat nadrukkelijk dat het geld op een wel bepaalde manier moet worden besteed. In-middels zijn er meer dan 30 andere amendementen ingediend. Die zal mijn fractie ook met de nodige terughoudendheid bekijken. Als zij vindt dat een amendement een toegevoegde waar-de heeft, zal zij dat steunen. Het zou haar echter een lief ding waard zijn als dit langdurige proces wordt vereenvoudigd. Volgens haar is dat mogelijk.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Cultuurnota 2005-2008 Begroting 2005 OCW : Cultuur'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari