Algemeen Overleg Openbaar Vervoer

woensdag 10 november 2004 09:27

Arie Slob zegt een eigen bijdrage voor de chipkaart van bijvoorbeeld €2,50 acceptabel te vinden. Is al definitief bekend hoeveel de kaart gaat kosten? Wil de regering in aanmerking nemen dat de Consumentenbod een bedrag van €7,50 voor de kaart te veel vindt? Zal elke regio tot december 2007 met de feitelijke invoering moeten wachten of is eerdere invoering mogelijk als men de voorbereidingen heeft afgerond? Gaan de pilots in Zeeland en Amsterdam definitief door? In 2005 zal het vervoerstarief met 2,6% stijgen. Is dat niet te weinig gelet op het feit dat de sector 6,5 mln te kort komt?
De heer Slob herinnert vervolgens aan zijn eerder gedane suggestie om de mogelijkheden van het collectief vraagafhankelijk vervoer te verruimen. Te denken valt aan het introduceren van een systeem waarbij voor de hele week dezelfde tijd voor een rit wordt afgesproken en niet, zoals nu gebeurt, men voor elke rit moet bellen. Er zou dan een soort regulier CVV ontstaan. Een dergelijke verandering kan niet door de decentrale overheden worden bewerkstelligd, omdat hiervoor wijziging van de Wet op het personenvervoer 2000 nodig is. Wat vindt de minister hiervan?

De heer Slob is eveneens blij met het succes van de implementatie van het Aanvalsplan ter bevordering van de sociale veiligheid, maar hij vraagt zich af of het geven van toestemming om op onrendabele lijnen zonder conducteur te rijden niet in schril contrast staat met de ambitie die uit dit plan spreekt.

Hij sluit zich aan bij de vragen van de andere woordvoerders over de taakstelling in het kader van de bestrijding van het ziekteverzuim bij het openbaar vervoer en vraagt waarom het zo lang heeft geduurd voordat de Kamer werd geïnformeerd over de meevallende cijfers over het ziekteverzuim. De sector is hiervan eind september al op de hoogte gesteld.
Het onderzoek van het bureau Berenschot heeft tot enkele opmerkelijke constateringen geleid. Zo is gebleken dat de aanbesteding van concessies flinke besparingen oplevert. Er zijn echter ook negatieve ontwikkelingen: het aantal reizigerskilometers daalt fors. Welke consequenties verbindt de minister hieraan? Klopt het dat de kostendekkingsgraad nog steeds niet toeneemt?

Onduidelijk blijft of de aanbestedingen geen beperkingen met zich brengen voor de voorzieningsgraad in dunbevolkte gebieden. Worden niet juist de dunne lijnen, de lijnen op het platteland en in kleine kernen, geschrapt of minder frequent bediend na aanbesteding? In het noorden van het land heeft zich een dergelijke verschraling al voorgedaan. Kan de minister inzicht geven in de situatie en zeggen in welke mate het aanbod van stad- en streekvervoer sinds 2000 is afgenomen, frequenties zijn verlaagd, lijnen en haltes zijn geschrapt en het reguliere OV is vervangen door taxi- of buurtbussen?

De heer Slob herinnert voorts aan enkele nuttige aanbevelingen die in het rapport van het bureau Berenschot worden gedaan. Onder andere wordt gesproken over het ontwikkelen van een benchmarkingsinstrumentarium en de noodzaak van transparante afspraken bij perso-neelsoverdracht. Een apart punt van aandacht betreft het feit dat slechts een gering aantal ver-voerbedrijven inschrijven bij aanbestedingen. Ziet de minister dat ook als een belemmering om tot de beoogde marktwerking te komen en, zo ja, hoe kan volgens haar de concurrentie worden versterkt?

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari