Vragen over mogelijke onveilige vrachtvliegtuigen

woensdag 03 november 2004 16:35

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over mogelijke onveilige oude vrachtvliegtuigen.

Met antwoord.

Vragen van het lid Slob (ChristenUnie) aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over mogelijke onveilige oude vrachtvliegtuigen. (Ingezonden 3 november 2004)
  1. Hebt u kennisgenomen van de berichtgeving over onveilige oude vrachtvliegtuigen die vluchten op Nederland uitvoeren en waarvan het technisch onderhoud in handen is of was van de Amerikaanse onderhoudsmaatschappij Kalitta Maintenance?1
  2. Hoe beoordeelt u het gegeven dat recent onderzoek2 van Lufthansa Technik uitwees dat een vliegtuigmotor die in onderhoud was van deze maatschappij eigenlijk «schroot» was?
  3. Hoeveel vluchten worden jaarlijks op Nederland uitgevoerd met (vracht)vliegtuigen die in onderhoud zijn bij Kalitta Maintenance?
  4. Wanneer zal naar verwachting het onderzoek van de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten zijn afgerond naar het incident op 15 oktober, waarbij een toestel van Kalitta Air een motor verloor boven Lake Michigan?
  5. Is de berichtgeving over luchtwaardigheid van de in vraag 1 genoemde vrachtvliegtuigen aanleiding voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat de controle op deze toestellen te verscherpen? Zo neen, waarom niet?
  6. Is het niet gebruikelijk in situaties als deze de landingsrechten van de betreffende vrachtvervoerders te beperken of op te schorten? Zo neen, waarom niet?
1 Nieuwsblad Transport, 2 november jl.
2 www.luchtvaartnieuws.nl.
 
Antwoord
Antwoord van minister Peijs (Verkeer en Waterstaat). (Ontvangen 22 november 2004)
  1. Ja.
  2. Het onderzoek betrof een deel van een rapport dat opgemaakt was ten behoeve van een mogelijke aankoop voor een Australische maatschappij. Dit rapport van mei 2001 kan overigens niet recent genoemd worden. De motoren die door Lufthansa zijn onderzocht waren op dat moment niet actief in gebruik. Mij blijkt niet uit het Lufthansa-rapport dat de in het artikel genoemde motor kan worden betiteld als «schroot»; de motor was volgens het rapport er «dichtbij, maar binnen de limieten».
  3. Voor zover mij bekend betreft het alleen vliegtuigen van de luchtvaartmaatschappij Kalitta zelf. Deze maatschappij voerde in 2003 1058 bewegingen (start of landing) uit op Schiphol. Dit jaar zijn er tot en met oktober 1180 bewegingen gemaakt.
  4. Voor zover mij bekend heeft dit incident op 20 oktober in plaats van 15 oktober plaatsgevon-den. Dit incident, waarbij boven Lake Michigan de linkerbuitenmotor van een vrachtBoeing 747-100 van Kalitta Air afviel, wordt verricht door de onafhankelijke onderzoeksinstelling National Transportation and Safety Board (NTSB). Het is onmogelijk aan te geven, hoe lang dit onderzoek gaat duren.
    Een eerste en voorlopig onderzoek van de NTSB heeft aangetoond dat de motor van de vleu-gel is afgevallen zonder dat de pylon waarin de motor hing alsmede de bouten die zorgen voor de verbinding tussen de pylon en de motor verloren zijn gegaan, deze werden aangetroffen aan het (veilig gelande) vliegtuig. De NTSB, noch de Amerikaanse Luchtvaartautoriteiten, noch de vliegtuigfabrikant hebben tot op dit moment in het incident aanleiding gezien bijzon-dere inspecties en of speciale voorschriften af te kondigen voor soortgelijke toestellen.
  5. In het toezicht op buitenlandse maatschappijen is voorzien door het SAFA (Safety Assess-ment of Foreign Aircraft) inspectieprogramma. De inhoud en uitvoering van deze inspecties is vastgelegd tussen de 41 deelnemende ECAC (European Civil Aviation Conference) landen. Deze inspecties richten zich op de veiligheidsaspecten van de vlucht-voorbereiding en uitvoering en de technische staat van de vliegtuigen.
    Alle maatschappijen die Nederland bezoeken komen in aanmerking voor SAFA-inspecties. Alle nieuwe en/of onbekende maatschappijen worden bij hun eerste bezoek aan Nederland geïnspecteerd. Zodra er een beeld is verkregen van de maatschappij wordt er al dan niet een vervolginspectie gepland. Dit is afhankelijk van de aard van de bevindingen.
    De Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) heeft op dit moment het toezicht verscherpt op twee luchtvaartmaatschappijen die met vrachtvliegtuigen op Nederland vliegen. Het gaat om het Amerikaanse bedrijf Kalitta en Air Bangladesh uit Bangladesh. Bij Kalitta zal het aantal inspecties voorlopig van (gemiddeld) 1 per 120 vluchten worden opgevoerd naar 1 per 30 vluchten. Air Bangladesh is tijdens beide vluchten op Nederland gecontroleerd; het aantal in-specties zal voorlopig minimaal 1 op de 10 vluchten bedragen. Indien uit de inspecties blijkt dat er geen redenen zijn om het verscherpte toezicht te handhaven, zal het aantal inspecties worden genormaliseerd. Het verscherpte toezicht heeft onder meer te maken met een recente berichtgeving met betrekking tot het onderhoudsbedrijf van Kalitta.
    Overigens heeft de IVW op grond van eerdere inspectieresultaten op dit moment geen aanwijzingen dat er ernstige technische tekortkomingen zijn.
  6. Nee, indien feitelijk is aangetoond dat de vermoedens omtrent de aantasting van de luchtwaardigheid terecht zijn, kan worden overgegaan tot het beperken of opschorten van de landingsrechten. Daarbij zal de primair verantwoordelijke toezichthoudende autoriteit (van het land waar het betreffende luchtvaartuig staat ingeschreven) worden betrokken.
 

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari