Bijdrage debat Invoering no-claimteruggaaf Ziekenfondswet

woensdag 13 oktober 2004 13:59

André Rouvoet: Voorzitter. Gisteren kwam via teletekst het bericht dat het kernparlement van CDA, VVD en D66 een besluit had genomen. Hoera. Het was niet echt bevorderlijk voor de lust van mijn fractie om dit debat nog voluit aan te gaan. Het wordt nu toch nog een aardig debat, vooral omdat iedereen probeert om zijn eigen opvattingen voor de korte en lange termijn in een en hetzelfde amendement te flansen. Wij hebben net aan de heer Weekers gezien dat dit heel erg lastig kan zijn, zo niet onmogelijk.

De echte lust voor het debat is ons echter wel vergaan, omdat de uitkomst reeds vast-staat. De minister heeft zich al akkoord verklaard. Met andere woorden: hij verdedigt kenne-lijk vandaag niet eens meer zijn eigen voorstellen, maar dat zullen wij vanavond merken. Ik zei het vorige week al: het is weer een onderwerp, net als indertijd de nieuwe vreemdelin-genwet dat kennelijk te belangrijk is voor dualisme en het openbare democratische debat. Waar het gaat om de huisarts mag de uitkomst goed zijn voor de verzekerden, de handelwijze is slecht voor de parlementaire democratie. Zo wordt niet de politiek, maar het toneel dichter bij de burger gebracht. Ik vind het onvoorstelbaar dat de heren Buijs en Weekers het niet no-dig hebben gevonden om op dit punt echt verantwoording af te leggen over de gevolgde procedure. Ik had dat wel verwacht. Wij hebben de bijdrage van de heer Bakker nog tegoed. Ik vind het werkelijk verbijsterend. Als er een zeer uitzonderlijke omstandigheid zou zijn die deze procedure rechtvaardigt, had ik een verantwoording hierover verwacht in het openbare debat. Dat is niet gebeurd. Ik vind dat onvoorstelbaar.

Voor de fractie van de ChristenUnie is een vorm van een eigen risico in de gezond-heidszorg altijd een bespreekbaar onderwerp geweest. In onze eigen uitwerking van een zorgstelsel, de notitie ''Zorgvuldig verzekerd'' uit 2001, gingen wij uit van gestaffelde eigen risico's waar inkomensafhankelijke elementen in zouden zitten. Er was ook een mogelijkheid om vrijwillig een hoger eigen risico te nemen dan verplicht was. Daarbij gingen wij ervan uit dat de zorggebruiker door een eigen risico een belang heeft bij het voorkomen van onnodige zorgconsumptie. Wij zien namelijk het belang van het beteugelen van de groei van de zorg-uitgaven en het inbouwen van prikkels daartoe. Ook erkennen wij dat er een eigen verant-woordelijkheid voor burgers is in het dragen van de zorgkosten en de noodzaak van het af-remmen van onterecht, onnodig gebruik van zorgvoorzieningen. Daarover bestaat wat mijn fractie betreft geen verschil van mening.

Intussen is er echter wel het een en ander veranderd aan de context waarin nu de no-claimregeling wordt voorgesteld. Het verzekerde pakket is vorig jaar drastisch beperkt. De tandarts is eruit en de fysiotherapie is eruit. De vergoedingen voor zelfzorgmedicijnen, de psychotherapie en het zittend ziekenvervoer zijn beperkt. Daarnaast zijn in de AWBZ eigen bijdragen ingevoerd of verhoogd. Ik denk in het bijzonder aan de thuiszorg. Deze golf van saneringsmaatregelen heeft forse consequenties gehad voor velen. Met name de kwetsbare groepen, namelijk chronisch zieken en gehandicapten, zijn hierdoor getroffen. Wij betreuren het dat hierdoor de ziektekosten voor chronisch zieken en gehandicapten zijn opgejaagd, ook door de noodzakelijke dure aanvullende verzekeringen.

Wij vrezen dat deze kostenstijgingen onvoldoende worden gecompenseerd door de verzilveringsregeling TBU en de bijzondere bijstand. Wij weten hierover ook nog steeds te weinig. De echte inkomensgegevens moeten nog steeds worden besproken. Wij hebben nu een brief gekregen. Daar moeten wij echter, bijvoorbeeld bij het belastingplan, echt nog ver-der met elkaar over spreken. Het ziet er wat ons betreft niet goed uit. Bij het hoofdlijnendebat over het nieuwe zorgstelsel heb ik al gesteld dat een no-claimteruggaafregeling voor mijn fractie alleen aanvaardbaar is als de zorguitgaven voor chronisch zieken en gehandicapten weer worden opgenomen in het verzekerde pakket en de eigen betalingen voor deze groep omlaag gaan. Wij hebben hiertoe voorstellen gedaan bij de algemene beschouwingen, maar deze konden niet op steun van voldoende fracties in de Kamer rekenen. De meerderheid, de coalitie, stemde tegen onze voorstellen. Het is overigens goed om erop te wijzen dat ons inkomensplan niet alleen een verzachting van de kabinets-plannen voor chronisch zieken, gehandicapten en ouderen met een grote zorgbehoefte voor het jaar 2005 impliceerde. Daar gaat de begroting immers over. Met ons christelijk-sociale inkomensplan ''Omzien naar elkaar'' wilden wij ook allerlei desastreuze maatregelen van dit jaar, dus 2004, terugdraaien. Het ging bijvoorbeeld om een halvering van de eigen bijdrage voor de thuiszorg en het weer in het pakket opnemen van fysiotherapie voor chronisch zieken en gehandicapten.

In de no-claimregeling, die 1,6 mld moet opbrengen, moeten chronisch zieken wel € 63 per jaar meer premie gaan betalen, maar zij zien er niets voor terug. Zij kunnen immers hun zorgkosten niet beïnvloeden. Het doel van de minister, te weten het terugdringen van on-terecht zorggebruik, wordt bij hén dus niet gerealiseerd. Het kán bij hen niet worden gereali-seerd. Mijn fractie heeft dan nog liever een gewoon eigen risico van bijvoorbeeld € 100 waar door middel van staffeling inkomensafhankelijkheid wordt ingebracht. Hierdoor gaan de pre-mies niet eerst omhoog, maar vermoedelijk wel omlaag door besparingseffecten. Kan daar niet een vergelijking van worden gemaakt? Waarom is er in de stukken geen vergelijking ge-maakt? Hoeveel zou de premie dalen door invoering van een eigen risico van € 100, in verge-lijking tot de premieontwikkeling in het voorstel van de minister? Is daar een indicatie van te geven? De vraag is bij welk systeem mensen zonder besparingsmogelijkheden op hun zorg-uitgaven beter uit zijn. Dat lijkt mij een terechte vraag gelet op wat die mensen met name het afgelopen jaar al voor hun kiezen hebben gehad. Ik wil graag een inhoudelijk antwoord van de minister, voor zover dat het binnen het bestek van dit debat mogelijk is. Het is voor mij belangrijk om te weten hoe dit stelsel zich verhoudt tot het wetsvoorstel van de minister ofwel het besluit van het kernparlement waar het gaat om de effecten van het zorggebruik.

Ik heb bij de algemene beschouwingen al gesteld dat ik de term ''omgekeerde solida-riteit'' bedenkelijk vind. Dat geldt ook voor de term ''no claim''. Die roept de associatie op met autoschadeverzekeringen en gezondheid is nu eenmaal iets anders dan voorzichtig autorijden. Er is ook een verschil in systematiek, de korting loopt immers niet op bij schadevrije jaren, om maar eens iets te noemen. Mijn fractie heeft in de schriftelijke inbreng voorgesteld om te spreken van een teruggaafvoorschot eigen risico in plaats van een no-claimkorting. Met een andere term los je het probleem niet op, maar ik zou hierop toch nog graag een reactie krijgen, want volgens mij beschrijft het precies wat er gebeurt: de verzekerde betaalt als het ware een eigen risico, maar krijgt het te veel betaalde terug aan het eind van het jaar. Ik proefde in de inbreng van een aantal leden ook weerstand tegen en bedenkingen bij de term no-claim.

Omwille van de tijd kan ik voor onze inbreng op het punt van de koopkrachteffecten voor chronisch zieken en gehandicapten kan ik verwijzen naar de opmerkingen van mevrouw Halsema hierover, omdat zij mede namens mij een amendement heeft ingediend waarin juist voor deze groep een uitzondering wordt gemaakt bij de no-claimregeling. Ik zeg erbij dat aan-vaarding van dit amendement de situatie voor onze fractie wezenlijk zou veranderen, want ons hoofdbezwaar tegen het wetsvoorstel geldt niet de gedachte van een eigen risico, maar de wijze waarop hieraan vorm wordt gegeven en de verdeling van de lasten bij de totale regeling.

Dus wie weet wat wij bij de stemming over het wetsvoorstel zullen doen als dit amendement het haalt. Ik zeg dit maar tegen degenen die er wellicht in geïnteresseerd zijn, voor zover er nog mensen geïnteresseerd zijn in opvattingen van andere fracties dan de drie regeringsfracties.

Ik heb natuurlijk het debat tot nu toe met belangstelling gevolgd. Toen mevrouw Halsema hierover sprak, vroeg de heer Buijs hoe het zit met de zorgtoeslag, omdat die er in het nieuwe zorgstelsel toch ook komt. Maar wij hebben nu wel te maken met een regeling die op 1 januari aanstaande moet ingaan, terwijl het nieuwe stelsel op z'n vroegst op 1 januari 2006 van kracht zal worden, inclusief een eventuele zorgtoeslag.

Overigens heeft Doeke Post, vanmorgen al genoemd, bij mijn weten een prominent arts uit de kring van het CDA, het voorstel voor een zorgtoeslag verwerpelijk genoemd. Hij noemt het een soort armenfonds voor de zorg. Mij dunkt, dit lijkt mij stevige kritiek. De gedachte van een no-claimregeling is veel en fel bekritiseerd, en niet alleen vanwege de huisarts. Sterker nog, veel critici vinden dat áls je het dan doet, de huisarts er in ieder geval bij moet worden betrokken. De VVD heeft op dit punt natuurlijk gelijk, de huisarts is in zekere zin het hart van de no-claimregeling. De heer Weekers heeft dit vanmorgen ook niet onder stoelen of banken gestoken. Het is voor mij nog steeds de vraag hoe hij dan zijn handtekening onder het amendement op dit punt heeft kunnen zetten, maar daarover hebben wij het zojuist al gehad. Het idee zélf wordt dus afgewezen, niet alleen voor de huisarts, vooral omdat het de minder gezonde, de oudere en de chronisch zieke verzekerden treft, en niet degenen die weinig zorg nodig hebben. De kritiek is gericht op de omgekeerde solidariteit, door een aantal mensen aangeduid als de omgekeerde wereld, de grondgedachte van het wetsvoorstel.

Ik geef een paar voorbeelden van de kritiek, waarbij het niet helemaal toevallig is dat het met name kritiek uit de hoek van het CDA is. Je weet immers maar nooit hoeveel beweging er nog in de standpunten zit als het gaat om de no-claimregeling als zodanig. Maar ook in een commentaar in de NRC wordt erop gewezen dat een no-claimregeling eigenlijk haaks staat op iedere preventiecampagne die dit kabinet voert, namelijk voorkomen is beter dan genezen. Nu wordt erbij gezegd dat je beter niet te snel kunt zijn met voorkomen, omdat je er dan voor moet betalen. En misschien is het wel verstandig om te wachten tot je genezing nodig hebt, want als je voor niets naar de dokter gaat, heb je voor niets geld ingeleverd. Ik vind dat de NRC hier gelijk in heeft, het staat haaks op de centrale boodschap van preventiecampagnes.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dat laatste argument, het gevaar dat mensen wachten met naar de dokter gaan, geldt natuurlijk voor elk eigen risico en voor elke eigen bijdrage.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Daar heeft u gelijk in. Ik zou ook liever helemaal niet uitgaan van eigen risico's, maar ik heb in het begin van mijn betoog al aangegeven dat ik mij nooit heb afgesloten voor een discussie over een eigen risico, omdat ook ik wel de noodzaak van zelf verantwoordelijkheid nemen zie, maar daarbij is de vormgeving natuurlijk cruciaal. Als er geen sprake is van inkomensafhankelijkheid, zodat er een spanning ontstaat in de verdeling van de lasten, is zo'n regeling wat mij betreft helemaal niet aan de orde. Maar op zichzelf heeft u er gelijk in dat het zich moeilijk verdraagt met de boodschap dat je naar de dokter moet gaan zodra je ook maar even denkt dat er iets aan de hand is, als je mensen in de een of andere vorm meer laat bijdragen.

De heer Weekers (VVD): Zou de heer Rouvoet een systeem van eigen betalingen verkiezen boven het voorstel van de regering?

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik heb daarover zojuist iets gezegd; eigen risico of eigen bijdragen. Als u mijn fractie de afgelopen jaren een beetje hebt gevolgd, hebt u kunnen zien dat wij die altijd koppelen aan de mogelijkheid van inkomensafhankelijkheid. Wij heb-ben altijd gezegd dat een goed zorgstelsel, inclusief de financiering, twee elementen moet be-vatten, namelijk eigen verantwoordelijkheid en solidariteit. Eigen verantwoordelijkheid kan tot uitdrukking komen in nominale premies, maar niet in volledig nominale premies. Daarom zijn wij altijd voorstander geweest van een deels, een bescheiden nominale premie en een grotendeels inkomensafhankelijke premie. Dat wil uw fractie niet. Uw fractie wil volledig nominale premies. Dat is de reden dat wij het hebben voorgesteld. Ik ben dus niet tegen eigen verantwoordelijkheid die tot uitdrukking komt in nominale premies, eigen bijdragen of eigen risico. Ik ben tegen een systeem waaruit de solidariteit is verdwenen doordat alleen wordt gekeken naar de eigen verantwoordelijkheid.

De heer Weekers (VVD): Het zijn allemaal prachtige woorden van de heer Rouvoet, maar ik mis toch wel zijn amendement om een alternatieve variant van de no-claimregeling of eigen bijdragen in het wetsvoorstel op te nemen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Nu moet het toch niet gekker worden! De heer Weekers heeft zojuist een half uur een voorstel staan uitleggen dat hij niet in een amendement heeft vastgelegd, waarmee hij de mensen op de tribune en in het land zand in de ogen strooit over wat hij eigenlijk wil. Intussen staat zijn naam onder een amendement dat hij helemaal niet wil. En dan zegt hij tegen mij, terwijl ik het wetsvoorstel als zodanig heftig bekritiseer, dat ik geen alternatief voor de no-claimregeling van deze minister heb voorgesteld. U maakt het wel erg bont, mijnheer Weekers. Zo ken ik u niet. Mijn verbijstering wordt alleen maar groter met dit soort interrupties.

In de veelheid van de zeer kritische reacties op het wetsvoorstel van het kabinet vielen mij er drie op die ik eruit wil lichten. Het Christen-Democratisch Jongeren Appel, het CDJA, noemt het gehele wetsvoorstel als zodanig, dus niet alleen het deel over de huisarts, onrecht-matig, onuitvoerbaar en ondoelmatig. Het is dus niet alleen de terminologie van mevrouw Halsema, maar ook van het CDJA. Onrechtmatig; het is nogal wat. Onuitvoerbaar. Ondoel-matig. Daarvoor worden allerlei argumenten aangevoerd, maar die zijn ongetwijfeld bij de collega's bekend.

De al eerder genoemde CDA'er Post spreekt inderdaad van de omgekeerde wereld en pleit overigens met mijn fractie voor een procentuele premie. Uiteindelijk zegt hij dat zijn CDA-hart op tilt slaat bij dit wetsvoorstel en dat hij ervan uitgaat dat het CDA uiteindelijk ertegen zal stemmen, omdat anders velen hun lidmaatschap zullen opzeggen en hij in ieder geval. Kortom, het wetsvoorstel heeft veel commotie veroorzaakt. Het is niet alleen de huis-arts, maar het gehele wetsvoorstel voor de no-claimregeling met de omgekeerde solidariteit erin.

Ten slotte noemt de Protestants Christelijke Ouderen Bond, de PCOB, het gehele wetsvoorstel buitengewoon wrang. Men concludeert dat wie rijker is, hogere zorgpremies moet betalen en niet wie zieker is. Dat lijkt mij een heel adequate manier om de kritiek op dit wetsvoorstel te verwoorden. De suggestie dat er een gemiddelde verzekerde is die er toch maar mooi € 20 op vooruitgaat, is inmiddels voldoende doorgeprikt in dit debat en in de media. Het blijft overeind staan dat zieke mensen, zo'n 4,5 à 5 mln in de berekeningen die ik heb gezien, zullen inleveren en dat gezonde mensen in het voorstel van de minister zo'n € 187 eraan overhouden. In het voorstel van de coalitie is het € 192. Dat is fijn voor die mensen, maar het wordt betaald door die 4,5 à 5 miljoen verzekerden die niet kunnen besparen op hun zorgkosten. Die leveren fors in; in elk geval die € 63 en misschien nog meer. Dat weten wij echter nog niet precies, want dat is afhankelijk van de uitwerking van het amendement van het kernparlement. Het werken met gemiddelden zou ik bijna misleidend willen noemen. Ik meen dit oprecht. Ik vind het niet goed dat wij bij een dergelijk wetsvoorstel werken met de term ''gemiddelden'', terwijl wij weten wat de realiteit is.

Dan de huisarts. Ik veronderstel dat er geen onduidelijkheid meer bestaat over de posi-tie van mijn fractie in dit vraagstuk. Wij bespreken formeel echter nog steeds het wetsvoor-stel van de minister en daar zit de huisarts nog in. Er is geen onduidelijkheid over de positie van mijn fractie. Ik heb indertijd een motie ingediend waarmee ik al duidelijk heb gemaakt dat er geen financiële drempels moeten worden opgeworpen voor een bezoek aan de huisarts. Het opnemen van de huisarts in de no-claimregeling doet dat wel en wordt door mijn fractie dan ook afgewezen, zoals overigens door de meerderheid in dit huis. Dat blijkt ook uit het amendement dat tot mijn vreugde is ingebracht. Overigens is in de media het gevecht om de huisarts en de no-claimregeling al een achterhoedegevecht genoemd, want het gaat tenslotte om het principe dat elk bezoek aan ziekenhuis, specialist, apotheek en in het voorstel van de minister ook de huisarts van je no-claimtegoed afgaat.

Voorzitter. Ik wil mijn waardering uitspreken aan het adres van de heer Buijs en de CDA-fractie. Dit zeg ik oprecht en niet om flauw te zijn. Ik heb hem in het verleden scherp bevraagd over het de rug recht houden waar het gaat om het standpunt van de CDA-fractie om de huisarts niet in de no-claimregeling op te nemen. Ik stel vast dat de heer Buijs en de CDA-fractie op dat punt de rug recht hebben gehouden en dat zij ervoor gezorgd hebben dat de huisarts niet in deze no-claimregeling is opgenomen. Mijn complimenten dus aan het adres van de heer Buijs. Ik zal dit op geen enkele wijze gaan relativeren in het vervolg van mijn betoog. Ik heb wel vragen over de dekking en de verdere invulling van het amendement, maar als het hierom gaat, zet ik geen komma maar een punt achter de complimenten.

Wat de verdere inhoud van het amendement van het kernparlement betreft heb ik eerst nog de feitelijke vraag over welk gat wij spreken als de huisarts uit de no-claimregeling ge-haald wordt. Wij hebben die vraag, evenals de CDA-fractie, in de schriftelijke ronde aan de orde gesteld. De minister heeft een paar maanden geleden in de nota naar aanleiding van het verslag op pagina 14 gesteld: huisarts uit de no-claimregeling kost 120 mln. In het amende-ment wordt gesproken over 70 mln. Dat is een flink gat. Het zou wel verwonderlijk zijn als nu ineens zou blijken dat de indieners van het amendement helemaal zelf bedacht hebben dat toch een lagere raming van het gat denkbaar is. De minister zal daar zeker op in willen gaan. Ik heb mij maar vastgehouden aan de mededeling van de minister dat het 120 mln is. Graag krijg ik een nadere toelichting op dit punt.

Voorzitter. In het amendement krijgen de huisartsen de ruimte om 4% zuiniger te wer-ken oftewel zij krijgen ruimte om gekort te worden. Een sympathieke formulering met een onsympathieke lading. Er wordt 50 mln, bestemd voor de versterking eerste lijn, gebruikt om het gat te vullen. Dat vind ik spijtig. Over alternatieve middelen om die eerste lijn te verster-ken, waarvan het belang kamerbreed werd ingezien, rept dit amendement in ieder geval niet. De eerste lijn zal het dus vooralsnog zonder dat geld moeten doen of hooguit met goede in-tenties. Het amendement spreekt niet, zoals ik bij interruptie heb vastgesteld, over een verde-re premieverhoging. De heer Buijs heeft toegelicht dat die er wel aankomt, maar dat hij nog niet precies kan aangeven hoeveel het is. Het gaat om een aantal euro's op jaarbasis. De één heeft het over € 3, de ander over € 5. Ik hoor het wel. Ik stel vast dat wat niet in het amende-ment staat, hier wel gezegd is. De burgers krijgen door dit amendement in ieder geval meer premie te betalen, zonder dat zij weten of zij ooit iets terugkrijgen. De chronisch zieken in ieder geval niet.

Voorzitter. Ik blijf met mevrouw Halsema en anderen vraagtekens plaatsen bij de ver-hoging van het no-claimbedrag naar € 255. Als de regeling gaat werken zoals de minister het zich voorstelt, zou dit een extra besparingsverlies met zich kunnen brengen, want dan krijgen nog meer mensen geld terug omdat zij weinig zorg hebben geconsumeerd. Graag krijg ik uitleg over hoe wij dat moeten zien. In het amendement wordt dit namelijk wel ingeboekt als een post om geld weg te halen, terwijl het potentieel meer geld gaat kosten. De consequentie is in elk geval een ingrijpende wijziging van de Ziekenfondswet, met alle gevolgen van dien voor ziekenhuizen en dergelijke, bijvoorbeeld als het gaat om de administratieve lasten.

De heer Weekers heeft daar terecht op gewezen. Die ingrijpende wijziging van de Ziekenfondswet geldt voor één jaar. Daarna komt er, als het goed is, een nieuw zorgstelsel waar die no-claimregeling moet worden ingepast en dan ook nog eens op een andere wijze dan voor 2005 door het kernparlement is vastgesteld. Waarom wordt het plan van de VVD, als het werkelijk rechtvaardiger is, zoals de heer Weekers heeft gesteld, op zijn vroegst pas in 2006 ingevoerd?

Waarom genoegen nemen met een onrechtvaardig stelsel als je al weet hoe het beter en eerlijker kan? Gaat de bezuiniging dan toch opnieuw boven de rechtvaardigheid en de soli-dariteit? De heer Weekers heeft beloofd dat hij een en ander op papier zal zetten. Ik zou bijna zeggen: nu al? De hoofdlijnen waren al op 1 april bekend. Ik vind dat best, maar ik stel wel vast dat de VVD-fractie in dit debat geen alternatief voorstel indient en dat zij voluit de botte bijl van deze minister steunt, zoals de heer Weekers dit zelf vertaalde. Wat zijn bespiege-lingen voor over twee, drie, vier jaar betreft: mijnheer Weekers, geen praatjes voor de bühne, want daar kopen chronisch zieken, gehandicapten en ouderen helemaal niets voor. Als u een non-paper wilt uitdelen, prima, maar in het kader van dit debat is het een non-plan. Een serieus debat daarover lijkt mij dan ook niet zinvol. Er mag niet de indruk worden gewekt dat u met concrete alternatieven komt voor wat nu op tafel ligt, want u steunt dit plan en het amendement daarover voluit. U hebt geen ander voorstel ingediend. Ik heb u gevraagd naar het nummer van een amendement, maar dat kon u mij, begrijpelijk, niet geven. Ik wil dat dit duidelijk is.

De heer Weekers (VVD): Wat nu wordt gedebiteerd, is volstrekte flauwekul. Dan zou ook de indiening in deze Kamer van allerlei moties waarin de regering wordt gevraagd om tal van plannen nader uit te werken, zodat daar op termijn over gesproken kan worden, moeten worden afgeschaft.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Als u zegt dat ik volstrekte nonsens spreek, vraag ik u rechtstreeks of de VVD-fractie vandaag een ander, een eerlijker, een rechtvaardiger voorstel
indient dan er op tafel ligt.

De heer Weekers (VVD): Het betere mag niet de vijand zijn van het goede. Wij praten nu over het wetsvoorstel van de minister. De uitwerking van ons voorstel vergt meer tijd. Het betere komt later, maar wat mij betreft, zo snel mogelijk.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik zeg niet dat u onzin verkoopt. Ik heb gezegd dat het u volste recht is om ieder non-plan op tafel te leggen. Ik zal daar met belangstelling kennis van nemen, maar tegen alle chronisch zieken, gehandicapten en ouderen die last krijgen van dit voorstel, zegt u: ik heb allerlei betere ideeën, maar ik houd die achter mijn kiezen, want wij hebben meer tijd nodig. De simpele conclusie dat u vandaag niet met een eerlijker, rechtvaardiger voorstel komt, kunt u niet ontkennen. Dat is geen onzin en ik heb dus gelijk.

De heer Weekers (VVD): Dit is een herhaling van zetten. Ik heb geen behoefte om daar verder op in te gaan.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Het is inderdaad een herhaling van zetten. Mijn con-clusie is onweerlegbaar. De heer Weekers heeft gezegd dat over de invoering geen afspraken gemaakt kunnen worden, omdat eerst een uitgewerkt voorstel besproken moet worden. Dat onthoud ik graag voor de behandeling van de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarbij dat ook een probleem is. Ik ben hiermee aan het eind van mijn betoog gekomen. Uiteraard verwelkomt mijn fractie de nota van wijziging van de minister waarin is geregeld dat de no-claimteruggaaf niet tot de middelen van de bijstandsgerechtigden wordt gerekend, zodat deze niet in minder wordt gebracht op de bijstandsuitkering.

« Terug

Reacties op 'Bijdrage debat Invoering no-claimteruggaaf Ziekenfondswet'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari