Vragen over Uitspraken hoofd UNRWA

vrijdag 08 oktober 2004 14:10

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Wilders (Groep Wilders), Ormel (CDA) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking over uitspraken van het hoofd van UNRWA. (Ingezonden 8 oktober 2004)

Met antwoord.

Vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Wilders (Groep Wilders), Ormel (CDA) en Huizinga-Heringa (ChristenUnie) aan de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking over uitspraken van het hoofd van UNRWA. (Ingezonden 8 oktober 2004)
  1. Kent u het bericht van CBC News «Canada looking at UN agency over Palestinian connection»?1
  2. Is het waar dat het hoofd van de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA), de heer Hansen, gezegd heeft dat hij er zeker van is dat leden van Hamas op de loonlijst van de UNRWA voorkomen, maar dat hij dat niet als een «misdaad» ziet, aangezien niet elk lid van Hamas een militant is? Beschikt u over feitelijke informatie die de uitspraak van de heer Hansen staaft dan wel ontkracht?
  3. Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is als een VN-organisatie, die onpartijdig behoort te zijn, leden van een organisatie die een zeer gewelddadige en kwalijke rol vervult in het conflict tussen Israël en de Palestijnen, op de loonlijst heeft staan?
  4. Indien inderdaad leden van Hamas op de loonlijst staan van de UNRWA, bent u dan – mede gelet op het feit dat Nederland één van de grootste donoren aan de UNRWA is – bereid actie te ondernemen om hieraan een eind te maken? Zo ja, hoe?
1 www.cbc.ca, 4 oktober 2004.
 
Antwoord
Antwoord van minister Bot (Buitenlandse Zaken), mede namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking. (Ontvangen 29 oktober 2004)
  1. Ja.
  2. De precieze inhoud van de uitlatingen die de heer Hansen heeft gedaan tegenover CBC TV is mij niet bekend. Wel kan ik bevestigen dat deze kwestie op 8 oktober jl. onderwerp van gesprek is geweest tussen de heer Hansen en diplomatieke vertegenwoordigers – onder wie de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Palestijnse Autoriteit. De heer Hansen maakte daarbij een duidelijk onderscheid tussen het sympathiseren met Hamas en het activiteiten ontplooien voor Hamas.
    Wat het eerste betreft zei hij dat het zeer wel denkbaar was dat, gelet op de geschatte steun onder de Palestijnse bevolking (25 tot 30 procent) voor Hamas en het feit dat UNRWA circa 12.000 werknemers (waarvan 8.000 in Gaza) telde, er HAMAS-sympathisanten waren onder UNRWA-personeel. Hij benadrukte dat UNRWA expliciet eiste van de medewerkers dat zij zich ook in hun vrije tijd onthielden van welke politieke activiteit dan ook. Op overtreding van deze eis zouden sancties kunnen volgen.
  3. en 4 Ik deel die mening in zoverre dat, indien vaststaat dat UNRWA-medewerkers politiek actief zijn voor Hamas, UNRWA maatregelen dient te treffen. Deze visie wordt gedeeld door de andere EU-lidstaten. Ik meld u in dit verband dat in de toespraak die de Nederlandse Vertegenwoordiger bij de Palestijnse Autoriteit namens de Europese Unie hield tijdens de UNRWA-donorbijeenkomst (Amman, 14–15 oktober 2004) deze zaak aan de orde werd gesteld. Ik zeg u toe dat een en ander mijn blijvende aandacht houdt.

« Terug

Reacties op 'Vragen over Uitspraken hoofd UNRWA'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari