Verslag Lumpsumbekostiging primair onderwijs

donderdag 18 november 2004 14:38

Verslag door Arie Slob
 
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van onderhavig wetsvoorstel, hetgeen de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs beoogt. Deze leden hebben meerdere malen aangegeven een positieve grondhouding te hebben ten opzichte van het invoeren van de lumpsumbekostiging in het primair onderwijs. Evenwel hebben deze leden ook aangegeven dat zij de uitkomsten van de uitgevoerde pilots mee zullen laten wegen in de beoordeling van onderhavig wetsvoorstel.
De voorlopige uitkomsten van de pilots en het voorliggende wetsvoorstel zijn voor de leden van de ChristenUnie-fractie aanleiding tot het stellen van een aantal vragen.
 
De leden van de ChristenUnie constateren dat, zoals de minister ook zelf aangeeft in de voort-gangsrapportage lumpsumbekostiging, het op dit moment nog te vroeg is om de effecten van het gevoerde beleid te kunnen zien. Klopt het dat de uitkomsten van de pilot onderzoeken niet zijn meegenomen in het wetsvoorstel? Is de minister desondanks van mening dat dit wets-voorstel voldoende tegemoet kan komen aan de vanuit de pilots geconstateerde problemen?
 
Uit de pilots blijkt dat het inzicht in de kosten bij bestuur en management van scholen nog onvoldoende is om verantwoordelijk tot lumpsum over te gaan. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of de minister van mening blijft dat de invoeringsdatum van 1 augustus 2006 haalbaar is? Is het financieel kader met betrekking tot versterking van management en bestuur aangepast naar aanleiding van deze uitkomsten? Zo neen, ziet de minister daar in dit verband aanleiding toe, zo vragen deze leden?
 
Uit het rapport van Ernst en Young blijkt dat er tot dusver wel degelijk invoeringseffecten te constateren zijn en dan met name bij de zogenoemde éénpitters. Heeft de minister onderzocht waar het gemiddelde negatieve patroon uit voort vloeit? Kan een overzicht worden gegeven van de aantallen scholen en de aantallen besturen waar sprake is van een positief effect en de aantallen scholen en besturen waar sprake is van een negatief effect, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie?
 
Naar de mening van de leden van de ChristenUnie-fractie is de bevoegdheidsverdeling tussen de medezeggenschapsraad en de Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad nog niet duidelijk. Volgens het wetsvoorstel treedt de Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de plaats van de Medezeggenschapsraden ten aanzien van deze bevoegdheden. Wat gebeurt er als er door verschillende medezeggenschapsraden ten aanzien van dezelfde onderwerpen verschillende bevoegdheden zijn overgedragen? Wat betekent dit voor de bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad?

Nieuwsarchief > 2004

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

januari